Planten gaan niet vreemd
Woensdag alweer, de weken gaan precies alsmaar sneller. Zoals een paard zijn stal ruikt, begin ik de Gentse Floraliën al een beetje te ruiken :-). En het is nu net dat ruiken waar ik enige vragen over had voor Johan Van Huylenbroeck van ILVO in Melle.
Op mijn zoektocht naar de ware aard van de familie Rhodo, ben ik al rare snuiters tegengekomen: de ene soort heeft grote bloemen, de andere kleine; de ene soort verliest het blad in de winter, de andere houdt die net stevig bij; de ene zet uit in de lengte, de andere meer in de breedte (hm, ik voel me daar een beetje verwant mee, maar dat is een ander verhaal.). En de ene ruikt lekker, de andere ruikt echt helemaal niet. Dus ontstond in een kronkel achter in mijn hersenpan de vraag: hoe komt dat, dat de ene geurt en de andere niet? Met die vraag belandde ik bij ILVO.
ILVO staat voor Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek. Het is een Vlaamse Overheidsinstelling waar ze onderzoek doen in velerlei domeinen van de landbouw en de visserij. Een van die domeinen is ... inderdaad: de zoektocht naar de ideale rhodo. En dat is een fascinerend proces. Ik ben zoveel te weten gekomen over rhodo's en planten in het algemeen, dat ik het lastig heb om dit blogbericht beheersbaar te houden. Laat ik het even hebben over die zoektocht naar de ideale rhodo, bijvoorbeeld eentje dat wel heel erg lekker ruikt.
Dat is niet niks, ik zeg het u. Stel: de ene rhodo (laten we deze Gilberte noemen) heeft prachtige bloemen, maar ruikt niet echt lekker. De andere rhodo (laten we deze Robert noemen) heeft nogal onooglijke bloemekes, maar ze ruiken bedwelmend lekker naar 1001 nacht. Dan hebben zowel Gilberte als Robert een zeer interessante eigenschap. U ziet het al aankomen: als Gilberte en Robert kindjes zouden hebben, dan zouden die misschien prachtige bloemen hebben die goed ruiken. Er is maar één probleem: Gilberte en Robert zien mekaar niet zitten, laat staan dat ze kindjes willen.
Erger nog: Gilberte wil alleen maar kindjes met Raoul, want Raoul heeft ook prachtige bloemen. Robert wil alleen kindjes met Nanette, die ruikt nl. net zo lekker. 't Is raar om te zeggen, maar planten gaan niet vreemd: ze zijn nogal vasthoudend aan eigen volk. Wat ILVO doet, is eigenlijk Gilberte en Robert helpen om een sprong in het diepe te wagen, en eens vreemd te gaan. Dat is een hachelijk en tijdrovend proces, want soms hebben de kindjes dan net geen prachtige geurende bloemen, maar net kleine stinkende, en dat is niet de bedoeling. ILVO gaat via kruising en veredeling op zoek naar de juiste mix van Robert en Gilberte om tot een prachtig kindje te komen, en hebben ze de juiste mix gevonden, dan ontstaat een nieuwe cultivar: een schone, grootbloemige plant met een bedwelmend lekkere geur, en die mag dan weer onder eigen volk zijn of haar lief uitzoeken. Het klinkt best romantisch, maar dat is het niet: vele plantjes sneuvelen in de strijd, ik werd er nogal triest van: heb je 5000 kindjes, dan belanden er goed 4950 op de composthoop, ocharme.
Het duurt ook ellendig lang vooraleer zo'n cultivarkind ontstaat, al rap (nou ja rap) 10 jaar! 10 jaar zoeken, kruisen en opnieuw kruisen om tot een goed resultaat te komen. En de rhodo, zo weten we al uit vorige blogs, is geen rappe. Hij schiet traag op, wat bij het onderzoek veel , soms te veel , geduld vraagt. Bij het opkweken van rhodo's heeft men dikwijls de tijd niet, en dus gaat ILVO de in vitro toer op. Robert en Gilberte krijgen hun kindjes in een potje.
In dat potje zit een soort gelei (blijkt dat echt gelei te zijn, agar agar en zo). De gelei heeft alles wat zo'n plantje wensen kan: voedsel, en vooral veel suikers. Want plantjes houden van suikers. (Misschien waren mijn voorouders planten, want ik ben ook nogal een zoetebek...) Ook hormonen zitten er in die gel. Hormonen! Ik wist niet wat ik hoorde: weet je dat planten last kunnen hebben van hun HORMONEN??? Wel ja, dat kan. (Zie je wel: mijn voorouders waren planten, komt me veel te bekend voor :-)).
Die in vitro plantjes groeien sneller. Ze doen verder niet veel, ze krijgen zelfs geen wortels, niet nodig in dat potje. Maar op een dag moeten ze uit hun vertrouwde gelei en in een vreemde pot. Dat is hard voor zo'n plant. Ze noemen het proces van potgewenning dan ook uitharden van de plant. Nu niet dat zo'n gelei-opgroeier er alleen voor staat, het proces van bokaal naar pot gaat heel gelei-delijk en ze krijgen een survival kit mee: voedingsstoffen, juiste lichtinval, juiste vochtregeling, en weer de geschikte voedingsstoffen en hormonen. Toch is het telkens 14 dagen de adem inhouden of ze het in de pot redden... Spannend allemaal.
Hoe dan ook: zo gaat dat dus, een mooie geurende rhodo maken. Door kruisen. Van planten en ook een beetje van de vingers, om te duimen dat het goed gaat doorheen het hele lange lange proces.
Het zou natuurlijk makkelijker gaan mochten we weten welke code op het planten DNA verantwoordelijk is voor een lekkere geur, maar zover zijn we helaas nog niet...














