verleden mensen, #17.
Ik herinner me Tine met een glimlach. Of het zij is die glimlacht op het herinnerde moment, of ikzelf terwijl ik het opnieuw oproep, laat ik in het midden. Het duurde vijf minuten eer we door hadden dat we allebei Nederlands spraken. Ze kwam uit Volendam en wou -de clichés ten spijt- 'iets in de media' gaan doen. Ik kwam haar overal tegen in Parijs, in de donkerste jazzclubs en de meest afgelegen uitgaansbuurten, en het duurde altijd even voor ik de betekenis van haar onverwacht Nederlandse woorden kon plaatsen. Ze had mooi blond haar en donkerbruine ogen. Toen ik haar het laatst zag, moedigde Léos me aan om haar te kussen. Ik zei tegen hem dat het wel zou gebeuren, 'si Dieu le veut'. We kusten nooit - het is vast, dat God zijn eigen wil heeft, of simpelweg niet bestaat.








