Marsilio Ficino: vernieuwer voor meerdere aspecten van de mens
De priester en dominicaan Marsilio Ficino (1433-1499) mag worden gezien als een universele mens die door de kracht van zijn intellect en zuivere spiritualiteit een buitengewoon belangrijke impuls gaf tot de uiteindelijke synthese van het wezenlijke oorspronkelijke christendom en het klassieke hermetische gedachtegoed.
Ficino realiseerde vernieuwingen voor de volgende aspecten van de mens:
voor het verstand ontsluit hij de oorspronkelijke Plato, die ons verbindt met de wereld van de zuivere idee; en is hij een neo-platonist bij uitstek;
voor het gemoed bepaalt hij ons bij Hermes Princeps, de bron; zo is hij de eerste pansofist;
voor de microkosmos bepaalt hij ons bij de Christus, de Meester, die door zijn Liefde het Mysterie van het Leven voor ons opent, en de kleine wereld in Geestvuur doet ontvlammen; zo is hij een waarlijk christen.
Door deze drie met elkaar te harmoniëren in een verlichte en werkzame Eenheid, is hij een absolute vernieuwer: hij verbindt wetenschap met christelijke hermetisme en voegt zijn geestverwanten samen in een broederschap: de Academia.
En daarmee deed hij precies dat, wat Johann Valentin Andreae en de zijnen voor ogen stond, en wat de moderne geestesschool van het Lectorium Rosicrucianum, weliswaar vanuit nog een ander standpunt, nog steeds beoogt.
Met Marsilio Ficino spreken wij u over de universele mens: begrepen als herstelde , weldadige, werkzame kleine wereld, waarin als basis hetzelfde spirituele Liefdevuur brandt als in de kosmos, en de prikkel van de dood door het werkelijke kennen van de Geest is weggenomen.
Bron: Ficino, Brug naar de hermetische gnosis, voordracht van Peter Huijs, symposionreeks 2001.











