24
Xondra Tellerhaak Adem, dat had ze nodig. Maar onder water zag ze geen kans om aan die dringende behoefte te voldoen. Totdat ze haar narrow escape in een split second had gevonden. Ze stuwde snel naar het oppervlak en net toen ze dacht dat ze het alsnog niet zou gaan redden, keek de nevelige ochtendstond haar open en vrijpostig aan. Haar adem stokte heel even en toen zoog ze de bevrijdende zuurstof met een ferme stoot haar longen in. Heel langzaam blies ze uit via haar neus en een daarna de rest via haar mond. Ze voelde zich koud worden en nog erger…Ze voelde hoe ze langzaam verkrampte en terugzakte naar de bodem. Snel draaide ze op haar rug en probeerde zich te focussen op haar ademhaling. De kou begon in al haar vezels te trekken. Ze keek even achterom en zag een grote dikke tak op haar af komen. Kracht om die vast te pakken had ze niet meer, maar met twee trage slagen was ze wel in de goede richting gedreven. Aan de kant sprong er iemand bij haar in het water en plots lag ze op haar rug in het natte gras….Ze keek naar de grijze lucht en deed haar ogen dicht… Remlichten flitsten vlak voor haar op en in een reflex gooide ze het stuur om. Haar lichaam werd bruut in de gordels getrokken en haar spieren verstijfden. Het enige wat ze stevig vasthield was het stuur terwijl haar zicht ontnomen werd door een plof en een naar latex riekend kussen waar haar hoofd met een klap in terecht kwam. En weer terug stuiterde naar haar hoofdsteun. Ze voelde dat ze omhoog kwam en dat de oude Toyota begon te torsen. Ze was al haar oriëntatie kwijt en al hangend in de gordels voelde ze heel even instinctief dat er nergens meer contact was met de aarde. De harde klap kreeg ze al niet meer mee. Het koude water van de Moosmeeker plas bracht uitkomst. Ze realiseerde zich dat ze in het water lag en dat ze een levensbedreigend probleem had. De gordel was snel los…En terwijl het water tot haar lippen steeg draaiden er in haar hoofd plots duizenden alarmraderen die aangaven dat ze in een survivalmodus was beland. Ze realiseerde zich dat de ruimte in zeer snel tempo aan het vollopen was. Uiterst beheerst keek ze waar het water naar binnen kolkte en nam een laatste teug zuurstof, zette zich af tegen haar voorstoel en trapte de laatste stukken glas van de voorruit naar binnen toe…… Met piepende banden ging de blauwe werkbus er vandoor en Xondra vloekte heel even binnenmonds. Ze vloog naar haar eigen oude wagen en zette de lomp ogende Toyota razendsnel in de achteruit. In een flits was ze gekeerd en had ook nog in dezelfde recordtijd een blauw zwaailicht op haar dak geplakt. De bus vloog over het grillige zandweggetje en terwijl ze probeerde een kenteken te ontdekken had ze ook de centrale al te pakken. Verdomme, die gasten zouden haar niet ontsnappen. Ze zag dat een geschoten hert half uit de achterdeur van de bus hing en al met een poot over het pad sleurde. Een stofwolk veroorzakend die steeds groter werd naarmate er meer hert uit de bus kwam. Ze realiseerde zich dat….En toen viel het beest uit de bus. En gleed er nog een tweede dier met een best gewei achteraan. De bus remde….Xondra reageerde instinctief. Haar ogen gingen open en ze keek recht in de loop van een jachtgeweer. Haar lichaam was bedekt met een isolerende folie en de totale paniek bij de door haar achtervolgde prooi was groot. ‘ ze moet naar een ziekenhuis Huib, ze is onderkoelt en…’. Hou je bek Frans, ze is de vijand. Ze kan ons zomaar drie jaar de bak in laten draaien. ‘ Huib stond op en keek haar smerig aan….’Kom we gaan, voor de rest van de jachtopzieners is gearriveerd’. Frans schudde zijn hoofd en keek Xondra nogmaals vertwijfeld aan….Heel zachtjes zei hij sorry….En liep toen weg naar de bus. Ze hoorde het geluid van de diesel wegsterven en heel langzaam keek ze om zich heen. Had ze nou haar locatie doorgegeven? Ze wist het niet meer….Ze wist alleen dat ze het erg koud had en wilde haar ogen net weer sluiten toen ze opnieuw motorgeluid hoorde. Ze verwachtte een collega of iets van een ambulance….Maar het was de blauwe werkbus. Frans stapte uit en hielp haar op de been. ‘ Je moet zo snel mogelijk naar een ziekenhuis’, zei hij resoluut. Huib was nergens te bekennen…. Toen ze wakker werd lag ze in een smetteloos wit opgemaakt bed. Haar man zat naast haar en glimlachte opgelucht. Ben je er weer meisje? Hij kuste teder haar voorhoofd en keek haar toen liefdevol maar ernstig in de ogen. Alles komt goed meisje, alles komt goed lieve schat, prevelde hij en ging weer zitten. Ze glimlachte flauw en zag dat het gordijn opzij ging. Haar man knikte even naar de donkere gedaante aan haar voeteneind en stond toen op om afscheid te nemen. Zeg maar gewoon wat er gebeurd is liefje…Ze keek naar de vrouw die naast haar kwam zitten. Ik ben Rechercheur Anna Versluis…Ze haalde haar badge tevoorschijn en vervolgde met de woorden….Afdeling moordzaken! Klone











