zelfredzaam
onder bruggen van steen, op banken van houtwaar de stad hem vergeet en de kou hem onthoudtgeen sleutel, geen huis, geen bed dat hem wachtmaar een wil die niet breekt in donkere nachtenhij loopt door de straten, zijn rug recht en trotsmet dromen die gloeien als vuur in zijn borstelke munt in zijn hand is een stap, hoe klein ooknaar morgen, naar beter, naar eindelijk zijngeen muren, geen dak, maar…















