Toerist
Iedereen haat toeristen. Dat neemt niemand je kwalijk, er is weinig reden om ze wel in de armen te sluiten.
Eens in Frankrijk viel het mijn schoolklas op dat mensen relatief klein en chagrijnig zijn. Wat de Fransozen zagen? Een stampede reuzen met een mond als een kanon, schunnige taal spuwend.
Het extra duwtje in de rug kwam van het woordenlijstje van de docent, waarmee je heel behulpzaam de weg kon vragen of alle enge mannen kon wegjagen met de Franse variant van 'Goedendag, rot op, klootzak!'. Wat veelvuldig gebruikt werd, voornamelijk in de supermarkt.
Nu, als volwassene, sta je daar natuurlijk boven. Compleet voorbereid, met 3% Portugees in Duolingo en een geleende editie van Porto in Your Pocket, The Best Places According To TripAdvisor ben je de globetrotter van Portugal. Je wordt binnen no time vergist voor een local.
Soms gaat het een beetje mis, natuurlijk. Wanneer de stewardess je uit het niets begroet in het Portugees als je met de rolkoffer het vliegtuig instapt, bijvoorbeeld. Dan kun je niets anders dan automatisch ‘oh, goedemorgen’ in het Nederlands terugzeggen. Moet ze maar niet zo onverwachts uit de hoek komen, Portugees viswijf.
Bovendien, waarom zou je ook eigenlijk hele zinnen moeten vormen? Met een paar woorden snappen ze het toch ook wel? Hasta la bagage, por favor? BA-GA-GE. CLOTHINGS. WAAR ZIJN ZE? Net zo duidelijk.
Witte wijntjes bestellen van een menukaart gaat ook uitermate vlekkeloos, waarom is er anders zoiets internationaals als gebarentaal uitgevonden? Hysterisch wijzen naar de wijnkaart is alleen maar zeer behulpzaam voor de ober. Dat in elke lokale tent in Porto geen fatsoenlijke service te vinden is, is niet jouw probleem.
Bij het afrekenen geef je niet teveel fooi, je bent tenslotte geen domme toerist die zich laat neppen. Dat zijn die lompe Hollanders een tafel verder, misschien.












