We zijn verhuisd
Tekstnetblogt is verhuisd. We kozen voor een nieuwe omgeving, waar reageren op de blogs makkelijker is. Vanaf nu vind je Tekstnetblogt hier.
KIROKAZE

pixel skylines
Sade Olutola

No title available

shark vs the universe

JVL
occasionally subtle
cherry valley forever

izzy's playlists!

oozey mess
The Bowery Presents
Monterey Bay Aquarium
Sweet Seals For You, Always
$LAYYYTER
trying on a metaphor

No title available
Cosimo Galluzzi

Love Begins
sheepfilms
almost home
seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from Malaysia

seen from Finland
seen from United States

seen from United States
seen from Pakistan
seen from United States

seen from United States
seen from Brazil
seen from Germany
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States
@tekstnetblogt
We zijn verhuisd
Tekstnetblogt is verhuisd. We kozen voor een nieuwe omgeving, waar reageren op de blogs makkelijker is. Vanaf nu vind je Tekstnetblogt hier.
Een knipoog van George Clooney
Vier maanden was ik interim-redacteur. Soms op locatie in een kantoortuin en dankzij moderne technieken ook vaak vanuit huis. Als eenpitter had ik opeens een team van collega’s om me heen.
Tekstdokter
De organisatie waar ik voor werk, hanteert een strenge procedure voordat een tekst op de website komt. In een dagelijks nieuwsoverleg worden de onderwerpen bepaald en verdeeld. Een redacteur maakt een nieuwsbericht, vaak op basis van een telefonisch interview. Is de tekst inhoudelijk in orde, dan gaat het nog langs ER.
Nee, niet de tv-serie met George Cloony. ER staat hier voor ‘eindredactie’. Elke dag heeft een van de redacteuren dienst als tekstdokter.
Vaak komen mijn teksten terug met maar enkele kleine ER-ingrepen: een typefout, een verkeerd aanhalingsteken of iets uit de huisstijl dat ik als buitenstaander nog niet in de vingers heb. Een enkele keer betrapt de tekstdokter van dienst me op jargon. Of er ontbreekt een denkstap die wel in mijn hoofd zit, maar niet in het stukje.
Even slikken
Je tekst terugkrijgen met correcties en opmerkingen is altijd even slikken. Want het betekent dat je er nog een keer naar moet kijken. Terwijl je de klus al van je actielijst had geschrapt. Maar het is geen bittere pil. Nee, de tekst wordt er altijd beter van. Echt altijd. En daarom ben ik blij met de eerste hulp van professionele collega’s.
Ook de blogs op dit weblog schudden we niet zomaar uit onze mouw. Ook daarbij is ER nodig. En dat is leuk. We zijn streng voor elkaar, we nemen geen genoegen met middelmaat. We zijn allemaal professionele tekstschrijvers. Toch kan het beter, nog beter. Met een kleine ingreep hier, een pleister op de wonde daar, en een knipoog van de tekstdokter.
Door Christine van Eerd
Boksbal of stootkussen
Interimklussen zijn goud waard. Een paar maanden vaste collega’s om je heen, een tijdje een vast inkomen, heerlijk. Hoewel...niet alle klussen zijn mijn klussen.
Ooit bedachten drie collega’s van de klaverjasvereniging en ik de naam voor een nieuw bureau: Bureau Van Buiten, in te huren voor al die klussen die je als directie of afdeling communicatie niet aan je eigen collega’s wilt geven. Niet omdat het te moeilijk is, maar omdat ze dan niet zelf de klappen hoeven op te vangen.
Het is er nooit van gekomen en dat is maar goed ook. Vorig jaar ontdekte ik dat ik helemaal niet zo’n kanjer ben als het gaat om werken met onwillige medewerkers. Met ziel en zaligheid had ik me bij een leuk bedrijf op een mooie klus gestort. Wie mij inhuurt krijgt die er namelijk bij: mijn ziel. Telkens als mensen ‘Ja’ zeggen springt mijn hart op. Wie ‘ja’ tegen mij zegt, kan rekenen op mijn talenten maar ook op mijn onvoorwaardelijke loyaliteit.
Na een paar maanden werd ik via via gewaar dat enkele mensen in dat leuke bedrijf helemaal niet om mijn teksten zaten te springen. Een greep uit de reacties: ‘Broddelwerk. Kunnen we beter zelf. Jip en Janneke taal (niet wetende dat dat fout gespeld is), wat heeft dat niet gekost?’ Daar zat ik, zielloos, en teleurgesteld in mijn opdracht, in mijn opdrachtgevers maar vooral in mezelf.
Later herinnerde ik me dat Bureau Van Buiten-verhaal. En ik bedacht dat wie iemand van buiten inhuurt voor een project waarvan hij vooraf weet dat het niet met gejuich wordt ontvangen, die ziel van mij helemaal niet wil. Die wil eelt. Die wil een stootkussen. En ik, och arm, ik voelde me een boksbal.
En dat leer ik nu pas, op mijn 57e. Ik word zuiniger op mijn ziel.
Door: Wout Sorgdrager
Dikke Van Dale
Van Beyoncévlieg tot zelfscankassa: de nieuwe Dikke Van Dale bevat 18.000 nieuwe woorden. En ik kan ze álle 18.000 opzoeken, want ik heb ‘m aangeschaft! De dag na verschijning werd het woordenboek bij me thuisbezorgd. Voorzichtig opende ik het sjieke zwarte doosje en haalde het driedelige boekwerk uit het cellofaan. Wat een schoonheid! Wat een mooi bezit! Maar wat moet een tekstschrijver nog met een papieren woordenboek? Graag vertel ik je hoe ik deze diepte-investering voor mezelf rechtvaardigde.
Allereerst: de Dikke Van Dale is zeer compleet. Natuurlijk is het mogelijk om de spelling en betekenis van heel veel woorden gratis via internet te vinden. Maar ik vind het fijn om in één moeite door de betekenis, het gebruik in de context en andere belangrijke informatie te bekijken. Zo wilde ik vorige week bij het herschrijven van een financieel document de spelling van winst-en-verliesrekening checken. Ik lees dan meteen even wat dit ook weer betekent, zodat ik zeker weet dat mijn tekst straks helder is voor een brede doelgroep. Tegelijkertijd realiseer ik me dat het woordenboek vandaag alweer gedateerd is. Er komen immers steeds nieuwe woorden bij. Dit heeft de uitgever slim opgelost: bij aanschaf van het boek kreeg ik een code die me een jaar lang toegang geeft tot de Dikke Van Dale online. Via deze site heb je toegang tot allerlei extra’s, zoals 80.000 woordsamenstellingen. En de Van Dale Wiki, waarin iedereen aanvullingen kan vermelden.
Een tweede argument voor de aanschaf is het overzicht dat papier je biedt. Blader door het woordenboek en je begrijpt wat ik bedoel. Een voorbeeld: van woorden met veel betekenissen zie je in één oogopslag de snelle uitleg. Neem afleggen: de achttien betekenissen staan klein gedrukt op een rijtje; de uitgebreide uitleg staat rechts achter het vetgedrukte woord. Ook zijn in deze editie 500 illustraties toegevoegd om termen te verklaren die lastig uit te leggen zijn. Bijvoorbeeld scharniergewricht en scepter.
De voornaamste reden voor deze investering was echter pure hebzucht. De vorige versie voldeed nog prima. Als ik dan toch ultiem up-to-date had willen zijn, had ik voor €100,- minder de online versie kunnen kopen - ook ideaal als app op mijn telefoon. Maar ik wilde dit prachtige boek gewoon in mijn kast hebben staan. Als taalliefhebber kún je niet zonder, vind ik.
Kortom: een ijzersterk argument om de Dikke Van Dale te kopen is er niet. Maar ik ben blij dat ik het gedaan heb. Mijn hart maakt elke keer een sprongetje bij de aanblik van de cassette met boekwerken in mijn kast. Wat zijn ze mooi, die boekruggen met letters die in reliëf in het roomwitte karton staan gestanst. Van alle niet-relevante aankopen in mijn leven is dit toch wel één van de betere!
door Olga Leever
Geweldig bijzonder ronkend nieuws. Of toch niet?
“Wij hebben werkelijk geweldig nieuws”, begint hij het telefoongesprek. Nieuws dat in de kranten moet komen, dus: “Kun jij een persbericht schrijven? Het moet echt heel goed zijn.”
Uhm, ja, dat kan ik, aarzel ik. Maar alleen als er echt nieuws is, anders doe ik het niet. “Natuurlijk, logisch”, zelfverzekert hij. Zijn methode is zo goed, helpt zoveel problemen de wereld uit, als redacties dat zien, dan zijn ze om. Daarom moet er nu een goed persbericht komen.
Nou goed, stuur mij dat artikel maar waarop ik het persbericht moet baseren.
Zorgvuldig begin ik te lezen, sla al snel zinnen over, scan de rest van tekst en kom bij het einde. Erg onder de indruk ben ik niet. Nog een keer lezen, misschien heb ik iets gemist.
Helaas. Nee. Dit is geen nieuws. Zelfs geen interessante informatie. Wat nu? Dit zullen ze niet leuk vinden. Hoe kan ik dat nu eens vriendelijk zeggen?
Het wordt een lange e-mail. Een slecht-nieuws-mail:
Ik neem ze mee naar de wereld van een krantenredactie, hoe die eindeloos veel persberichten krijgen, hoe ze de meeste vluchtig lezen en direct wegmikken. Ook schrijf ik wat er in een goed persbericht moet staan wil zo’n redactie juist die eruit pikken. Ik noem criteria. loop elk punt na en leg uit dat hun informatie niet nieuw is, niet opzienbarend, niet geloofwaardig. Dan geef ik nog wat suggesties hoe ze hun verhaal mogelijk wel in de krant kunnen krijgen. Dat moet het maar zijn.
Nu op de verzendknop drukken. Ik aarzel. Dit is echt niet wat ze willen horen. Hoe zullen ze reageren? In ieder geval ben ik mijn klant kwijt. Ik doe het toch, voel geen andere keus.
Binnen een uur antwoord: “Dankjewel voor je professionele antwoord. We komen er nog op terug.”
Eh. Het kan dus: opdracht teruggeven en toch je werk goed doen. Jammer alleen dat het deze keer geen geld oplevert.
door Leonore Noorduyn
Verboden voor slechte teksten
Het is toch al zeker de vierde keer dat ik mijn fiets aan de paal voor het huis van Amisha vastmaak. Maar nu zie ik het bordje pas:
Verboden objecten te koppelen aan gemeentelijke eigendommen! Art.4.27 A.P.V. Amsterdam
Huh? Objecten aan gemeentelijke eigendommen koppelen? Doe ik dat? En waarom is dat dan verboden? O wacht, het bordje hangt aan de paal bij een invalidenparkeerplaats. Ja dan staat een fiets behoorlijk in de weg. Zeg dat dan meteen! En hang het bordje dan ook op ooghoogte, zodat ik het kan lezen zonder een nekhernia op te lopen.
Bij de tekst op de paal is overduidelijk geen tekstschrijver betrokken; tenminste dat mag ik hopen. Een ambtenaar heeft geprobeerd kort en krachtig te formuleren. Kort is redelijk goed gelukt, maar krachtig is het niet. En om zich in te dekken haalt hij (m/v) de Algemene Plaatselijke Verordening erbij.
Een exemplaar van de A.P.V. heb ik niet in mijn fietstas. Daarin zitten fijne voorleesboeken voor Amisha, want daarom ben ik hier. Eens per week kom ik haar voorlezen als vrijwilliger bij de VoorleesExpress, een project voor kinderen met een taalachterstand. Zo leert Amisha de Nederlandse taal steeds beter begrijpen. Maar dan moeten het wel duidelijke teksten zijn. Kunnen ze daar geen artikel over opnemen in de A.P.V.?
Verboden onbegrijpelijke teksten te bevestigen aan gemeentelijke objecten in de openbare ruimte!
Na het voorlezen, op de fiets naar huis, denk ik na wat een betere tekst zou zijn voor het bordje bij de gehandicaptenparkeerplaats. Een simpel ‘verboden voor fietsen’ is in ieder geval duidelijker. Misschien zelfs alleen met beeld en zonder woorden. Maar een positieve formulering werkt nog beter: 'Laat deze ruimte vrij zodat de gehandicapte kan uitstappen.’ Of: 'Zet je fiets in het rek aan de overkant.'
Om de hoek bij mijn huis is ook een invalidenparkeerplaats. Ik bekeek het bijbehorende verbodsbordje nu met wat meer belangstelling. Ondanks de lelijke opbouw van de tweede zin en de spatiefout is dit toch een stuk duidelijker.
Geen fietsen plaatsen. I.v.m. opritje vrij houden.
Liever een lelijke tekst dan een onduidelijke tekst. Maar nog beter zou het zijn om mij zonder commando’s of verboden te verleiden mijn fiets ergens anders neer te zetten. Dat verleiden van fietsers - die geen stap te veel willen zetten - is nog een vak apart. Daarop studeren ruimtelijke ordenaars in Amsterdam al jaren. Er zijn prijsvragen voor het 'fietsparkeerprobleem’ en kanshebbende oplossingen worden uitgetest met 'fietsparkeerpilots’. De terminologie is afschuwelijk, maar hopelijk komen er wel werkbare oplossingen uit.
Intussen ga ik door met voorlezen. Het volgende boek: Liselotje krijgt een fiets.
Door Christine van Eerd
De tekstschrijver versus de taalpolitie
Taalfouten maken we allemaal. Ja, zélfs wij tekstschrijvers. Is dat erg? Ik vind van niet. Begrijp me goed: een tekst moet smetteloos bij de klant worden opgeleverd. Zonder ook maar één fout in de stijl, de interpunctie en de spelling. Maar voor mij zijn dit soort zaken details. Ik ben een tekstschrijver. Ik ben niet van de taalpolitie. ‘Taalnazi’s’, zoals deze agenten ook wel populistisch genoemd worden, zijn er al genoeg.
De taalpolitie bestaat uit belerende schoolmeesters en -juffen. Nuffig kamt zo’n juf twitterberichten uit. Constateert ze een d- of t-fout? Dan roept ze de twitteraar in kwestie hardhandig tot de orde. Door zich af te zetten tegen de kluns die de regels niet kent, profileert ze zich als expert. En in zekere zin is ze dat ook. Het is haar van harte gegund. Maar wordt mijn lezer gelukkig van deze betweterij? Is het opsporen van fouten voldoende om een stoffige tekst tot leven te brengen? Nee.
Mijn lezer wil gegrepen worden door een tekst. Hij wil concrete voorbeelden horen. Persoonlijke verhalen. Hij leest mijn tekst in één adem uit, omdat hij nieuwsgierig blijft van begin tot eind. Omdat de tekst logisch is opgebouwd. Omdat de tekst antwoord geeft op zijn vragen. En omdat de tekst lekker wegleest. Ik heb namelijk actieve zinnen gebruikt zonder ingewikkelde, interessantdoenerige taal. Tijdens het schrijven van mijn tekst was ik zo geconcentreerd op de inhoud en de structuur, dat ik ongetwijfeld een tikfout maakte. Misschien zelfs een spelfout. Slordig? Zeker! Maar voordat ik mijn tekst naar de klant stuur, lees ik ‘m nog eens kritisch door. De foutjes haal ik er dan uit.
Heldere, leesbare teksten maken: dat is mijn vak. Ik wind me niet op over een stijl- of spelfout in een mail- of twitterbericht. Dat laat ik graag aan de taalpolitie over. Maar zo’n taalpolitieagent is dan ook geen tekstschrijver.
Door Olga Leever
Een marktconform tarief
Iemand uit de buitengebieden van mijn netwerk liet weten dat ze zich had aangesloten bij Schrijversplaza. Ik kan er niets aan doen, dan word ik jaloers. Waarom zij wel en ik niet? Daar moet ik het mijne van weten. En zo kom ik op dat plein en zo lees ik deze tekst:
Een toelating tot ons professionele netwerk is niet voor iedere tekstschrijver weggelegd. Wij willen alleen de beste tekstschrijvers. Daarom wordt iedereen die de ambitie heeft om voor ons te schrijven uitgebreid handmatig beoordeeld. In eerste instantie gebeurt dit door het insturen van een aantal proefteksten. Als deze worden goedgekeurd mag de tekstschrijver beginnen aan de eerste opdracht. In de aanloopfase is er sprake van een strenge controle op elke opgeleverde tekst. Zo zijn de kwaliteitsverwachtingen duidelijk en leggen we een gefundeerde basis bij iedere tekstschrijver.
Ai. Ze willen alleen de beste tekstschrijvers. In een soort van baldadige overmoed klik ik door. Er kan me niets gebeuren. En bovendien: uitgebreid handmatig beoordeeld worden, dat lijk me wel wat. Als ik doorlees, merk ik dat ik het niet ga redden bij Schrijversplaza. Een eis is bijvoorbeeld dat ik het Groot Dictee der Nederlandse Taal leuk vind en dat ik er weinig fouten in maak. Ik vind het Groot Dictee erg leuk. Maar de vorige keer had ik 18 fouten. Is dat weinig? Ik denk dat ze bij Schrijversplaza de lat hoog leggen.
Nog één stoutmoedig klikje dan, gewoon, om de gifbeker maar helemaal leeg te drinken. Je wordt ongetwijfeld vorstelijk betaald als tekstschrijver, daar bij Schrijversplaza. Ik lees namelijk dat ze marktconforme tarieven hanteren.
Inmiddels zit ik weer. Weet u wat een marktconform tarief is? Ik wel. En u wilt het niet weten. Hoe was dat ook al weer met die pinda’s en betalen?
Door Wout Sorgdrager
Daarom Tekstnet
Tekstnet is jarig: vijfentwintig jaar geleden werd deze beroepsvereniging van tekstschrijvers opgericht. Lid worden van Tekstnet was een van de eerste dingen die ik deed toen ik in 2003 als zelfstandig tekstschrijver begon.
Bij Tekstnet vind ik:
praktische zaken (zoals leveringsvoorwaarden)
collegiale hulp (op de maillist kun je dag en nacht terecht voor een taalkwestie of een zakelijke vraag)
workshops (over allerlei zaken die met schrijven en het schrijversvak te maken hebben)
gezelligheid (tijdens borrels, congresdagen en treinreisjes)
De officiële verjaardag was op 26 februari. Vandaag vieren we ons jubileum. Met een strandfeestje. En met de lancering van Tekstnetblogt.
Door Christine van Eerd
Je eerste keer: recensie schrijven
Dan heb je in een onbewaakt ogenblik toegezegd een recensie te schrijven. Alleen maar omdat je het boek zo graag wilt. Gratis.
Ja, je bent tekstschrijver, maar help, hoe schrijf je een recensie? Dat heb je nog nooit gedaan.
Een bevriend tekstschrijver geeft je een paar pagina’s uit een journalistiek handboek over recensies schrijven. Eisen genoeg aan een goede recensie. Maar wat kun je ermee?
Geeft waardeoordeel. (ja, dat snap ik…)
Geeft duidelijke criteria op grond waarvan je beoordeelt. (help, waar haal ik die criteria vandaan?)
Is ‘zo mogelijk’ origineel. (oei, wat kan ik verzinnen om origineel te zijn?)
Is consistent. Dus geen enerzijds-anderzijds. (gelukkig ben ik enthousiast over dit boek.)
En zo gaat het nog een hele tijd door.
Je geeft het op. Zo’n handleiding ontneemt je vooral de moed om te beginnen.
Dan maar gewoon beginnen.
Wat staat er in mijn aantekeningen? Hm, niet veel meer dan ‘leuk geschreven. Deskundig. Goed gedocumenteerd. Belezen’.
Waarom heb je er niet bij geschreven wat er nou zo leuk is, deskundig, gedocumenteerd. Show, don’t tell… Dan maar opnieuw het boek doorbladeren. De bundeling van 50 blogs over taal geeft keuze genoeg. Even een paar uitlichten en in het lege document gooien.
Maar oh jee, je kunt toch niet alleen maar prijzen?
Wacht. Er zat ergens ook iets in wat ik niet zo geweldig vond. Maar waar ging dat over? Boek van voor naar achteren doorbladeren. Nee, niet gevonden. Van achteren naar voren doorbladeren. Weer niet. Een ervaren recensent doet dat natuurlijk tijdens het lezen.
Ja, je vindt een tekstje waar je wat zout op kan leggen.
Dan de recensie nog een beetje schaven.
Klaar. Je tweet opgelucht dat je eerste recensie af is. Prompt komt er reactie, van degene die het boek heeft geschreven, en weet dat je die recensie gaat schrijven. Ze tweet: *houdt haar adem in*.
Och arme. Natuurlijk. Voor haar is het veel spannender dan voor jou, vanwege deze onzekerheid: word je publiekelijk afgekraakt of niet?
Jij zit veilig. Niemand zal de moeite nemen je recensie te recenseren.
Door Leonore Noorduyn
In gesprek over schrijven
Als ik een tekst redigeer of herschrijf, maak ik onbekommerd en rücksichtlos een anonieme ambtelijke tekst vaak een heel stuk korter en pakkender. Ik schrap veel lijdende vormen en haal conclusies naar voren. En ik plaats tussenkoppen die de lezer helpen. Echt, vaak knapt een tekst erg van mij op. Maar het is natuurlijk een beetje dweilen met de kraan open. Het zou veel handiger, leuker en productiever zijn als we de auteurs leren hoe ze zelf hun teksten wat kunnen opfleuren. Logisch dat veel tekstschrijvers ook schrijftrainer zijn.
Schrijven en trainen zijn echter twee verschillende bekwaamheden. Als ik een tekst redigeer, doe ik dat in mijn eigen werkkamer, achter mijn eigen computer en zonder al te veel ruggespraak met de auteur. Als ik een schrijftraining geef ga ik juist wel in gesprek. Dat is soms een lastig gesprek. Je kunt professionals namelijk alleen iets leren als ze de meerwaarde ervan zien. Soms is dat glashelder. Neem een training over correct spellen: de meeste professionals vinden dat een adviesrapport geen spelfouten mag bevatten. Maar lang niet altijd is het zo klip en klaar. Tussenkoppen bijvoorbeeld. Zij stuiten nog wel eens op weerstand.
In mijn trainingen probeer ik daarom deelnemers de meerwaarde ervan te laten ervaren. Ik neem een lange tekst van een van de deelnemers. De ene helft van de groep krijgt de oorspronkelijke tekst, de andere helft krijgt dezelfde tekst mét tussenkoppen. Ze krijgen een paar minuten om de tekst te lezen. Daarna overhoor ik. Vaak merken mensen dan dat ze de tekst mét tussenkoppen beter lezen en beter onthouden. Dan is mijn punt gemaakt.
Denk ik. Hoe overtuigend wil je het? En toch, soms blijft iemand (let op: mijn beleving) steken in ‘zo doen we dat hier niet’. Dan eindigt voor de schrijftrainer het gesprek. Dan is het de beurt aan de leidinggevende: ‘Zo doen we dat hier dus voortaan wel.’ Jammer dat die leidinggevende soms net even weg is.
Door Wout Sorgdrager
________________________________________
In Tekstblad (02 | 2015) schrijft schrijftrainster Louise Cornelis een interessant artikel over de soms tenenkrommende onmacht van de schrijftrainer.
Duizend woorden
De foto van het verdronken jongetje in de branding op het strand van de Turkse badplaats Bodrum ging razendsnel de wereld rond. Maakte tongen los, en tranen van machteloosheid.
Een iconisch beeld. Net als andere gruwelijke foto's die vlijmscherp in ons geheugen gegrift staan: het Vietnamese napalmmeisje, het magere Afrikaanse kindje met de gier op de achtergrond, het meisje dat ons met grote ogen aankijkt vanuit een trein op weg naar een Duits vernietigingskamp.
Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Inderdaad. Die ene foto van dat jongetje met zijn rode shirtje en zijn blauwe broekje heeft meer losgemaakt dan alle tv-reportages en krantenartikelen daarvoor.
Dat lag aan de foto. Maar ook aan wat er met die foto gebeurde.
Het jongetje kreeg een naam: Aylan Kurdi. Aylan kreeg een familie: zijn moeder en broertje verdronken ook, zijn vader overleefde, in Canada woont een tante. Aylan kreeg een geschiedenis: Canada wees een asielverzoek af. En nu is hij begraven: in Kobani, de stad die ze juist waren ontvlucht.
De Turkse fotografe Nilüfer Demir gebruikte haar wapen, haar fotocamera, om het gruwelijke beeld vast te leggen en te verspreiden. Het beeld deed zijn werk. Maar het schreeuwde om bijbehorende woorden. Woorden voor context, informatie, duiding.
Door de krachtige combinatie van tekst en beeld zijn velen in beweging gekomen. Inzamelingen, petities, herdenkingsbijeenkomsten en verruimde toelating van vluchtelingen zijn het gevolg.
Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Dat klopt. En woorden maakten er een verhaal van.
Door Christine van Eerd