Ik mag zijn
Zijn, in het nog niet volledig er te durven zijn. Ik mag zijn in het verdwijnen als ik het even niet meer weet, in het nog geen vertrouwen hebben en in het denken dat ik geen woorden heb. Ik mag zijn, zonder te moeten, zonder aanwezig te zijn. Ik mag zijn in welke vorm dan ook. Ik mag zijn in hoe ik me voel, hoe ik bang ben, hoe ik lach, hoe ik stil ben, hoe ik boos ben en ook in hoe ik níét ben. Ik mag elk moment ánders zijn. Ik mag zijn zónder er te zijn, zonder woorden, zonder te weten. Ik mag zijn in hoe ik denk, hoe ik huil, hoe ik lieg, hoe ik me schaam en hoe ik mis. Ik mag zijn in hoe ik irriteer, hoe ik ruzie maak of juist geen ruzie maak. Hoe ik zing, hoe ik leef en geniet. Ik mag zijn in hoe ik houd van anderen én van mezelf. En uiteindelijk kan ik, terwijl ik mag zijn, voelen dat ik er al ben.













