“D’r mot gewerrukt worre”
“D’r mot gewerrukt worre” was de phonetisch uitgeschreven tekst op een button die ik jaren geleden droeg op de revers van mijn werkjasje. De button is inmiddels zo goed ‘opgeruimd’ dat ik hem niet meer kan vinden maar de tekst schoot me onlangs weer te binnen. Destijds een typisch Rotterdams motto als tegenstelling tot de meer ‘we zijn er al’ moraal van andere niet nader te noemen bevolkingsgroepen (was dat zo?) maar in elk geval een goed motto om de spreekwoordelijke Maasstedelijke werklust, de ‘handen uit de mouwen’ instelling en motivatie op een Rotterdams lollige manier te verbeelden. Nu is deze zelfde uitdrukking opnieuw actueel in een in mijn optiek iets gewijzigde maar ook zeer nadrukkelijke betekenis; onder invloed van ‘de crisis’ staan tarieven voor mediaproductie onder druk en worden er veel lagere bedragen afgerekend dan in het verleden. Er moet dus (harder, meer) gewerkt worden! Is dat erg? Deels was het mijns inziens te verwachten; de productiekosten voor, noem eens een eenvoudige ‘no frills’ bedrijfsvideo waren wel beschouwd rijkelijk hoog, bijvoorbeeld omdat er een hele crew uitrukte en elke fase door andere specialisten werd uitgevoerd. Bijvoorbeeld ook omdat er in het hele traject ‘accountmanagers’ ingezet werden die het totaal product niet persé beter, laat staan eenvoudiger maakten. Bijvoorbeeld omdat ze niet altijd wisten wat wel en niet kon en dus soms dingen beloofden die weliswaar mogelijk waren, maar niet of nauwelijks binnen het gestelde budget. Zo is het maar goed dat tarieven hoog waren want dan werd het verlies onderaan de streep nog een beetje beperkt. Bijvoorbeeld omdat er onwetend of eigenwijs voor de juiste uitstraling naar buiten toe geïnvesteerd was in erg dure en meestal inmiddels ook erg achterhaalde apparatuur. Zo liep ik (in opdracht weliswaar) nog jaren met een onmiskenbaar prachtige grote en zeer ‘profi’ ogende Sony schoudercamera die echter niet meer dan een simpel PAL videosignaal (TV van vroeger) op een bandje wegschreef terwijl slimmere filmmakers al lang met bijvoorbeeld een Canon DSLR FULL-HD produceerden. Wij kwamen met een volle bestelwagen aan mensen, apparatuur, statieven en licht. Maar ja, mij werd nooit gevraagd waar de cameraman bleef en er waren luxe broodjes. Het oog van de klant wil immers ook wat en met de Canon denkt iedereen dat ik foto’s kom maken. Soms best handig trouwens. Belangrijker is dat de Canon een fractie kost van het bedrag dat (gelukkig niet door mij) aan de Sony was gespendeerd. En dat betekent niet alleen voordeel op het moment van investeren maar ook dat er, rekening houdend met de voortschrijdende techniek, als dat nodig blijkt, binnen afzienbare tijd een nieuwe, ‘NU NOG BETER!’ versie kan worden gekocht. En de Sony is niet alleen te groot maar vooral ook te duur om stof te vangen als ‘presse papier’. Zo is het (nog even kort) voor mij ook serieus totale waanzin dat zelfs mensen met een beperkt budget een Apple Laptop kopen om vervolgens al het werk met een Adobe totaalpakket uit te voeren. Geloof me, ik heb jaren ‘op’ Apple gewerkt, ik weet dat ze er prachtig mooi uitzien en dat het logo je helpt bij je image als ‘creatief’ maar dat software-pakket ziet er op het Apple scherm niet alleen precies hetzelfde uit als op een Windows computer, het werkt ook even goed. “Ik ben toch niet gek!” Zou je denken. Want ook daar hebben we het over een aanzienlijk verschil in investering en zeker op computergebied wil je als ‘professional’ eigenlijk minimaal elke twee jaar een nieuwe veel snellere versie. Tenminste ik wel. Want zo’n nieuwe is ook echt veel sneller. En er moet immers gewerkt worden. Het is tijd voor een andere flow, een andere, veel effectievere manier van werken; “Korte lijnen, vlotte communicatie, geen ruis, geen overhead”, een businessmodel dat ik alweer jaren geleden voor het eerst zo benoemde en waarin ik nog steeds heilig geloof. (wordt vervolgd)












