Dit gebeurde toen ik weer eens dagen telde. Soms kan ik enkele dagen, soms zelfs een week aan een stuk verder zonder dat ik de nood daartoe voel. Dat zijn de zorgeloze periodes, waarin het me lukt om niet te tellen. Toen telde ik evenwel toch de dagen.
Ik telde niet zoals een jobstudent die met een kliktoestelletje aan de deur van een wagon staat om bij te houden hoeveel reizigers er die dag de trein namen. Of zoals een soldaat die op een middeleeuws slagveld de gesneuvelden klaarmaakt om in een geschiedenisboek opgenomen te worden. (Zou dat gebeurd zijn? Was er echt iemand verantwoordelijk voor de directe registratie van dode strijders?) Tellen brengt me bij vragen, vragen brengen me bij denkoefeningen en denkoefeningen vullen de tijd. Maar dat is niet echt waarom ik de dagen probeerde te tellen.
Het waren warme dagen die ik telde. Daar waren er best veel van geweest. Gisteren had ik er nog eentje geteld. Vandaag was ook weer goed op weg om in de telling opgenomen te worden, al weet ik niet of vandaag nog relevant is. Noem mij echter geen klimaatwetenschapper of statisticus. Ik ben slechts een eenvoudige, doordeweekse dagteller. Mijn telmethode is ook niet op een of ander principe gebaseerd. Er zijn zelfs geen vastgelegde of streng afgemeten parameters: het allergrootste deel van mijn telling is gebaseerd op mijn ervaring. Vind ik het een warme dag? Dan is het een warme dag. Vind ik het geen warme dag? Dan tel ik die dag niet mee.
In de afgelopen jaren is me wel een ding opgevallen dat als enigszins methodologsich-objectiverend (of hoe zeg je dat?) beschouwd zou kunnen worden. Op warme dagen drink ik ‘s avonds nooit thee. Ik weet niet meer wanneer ik dat vaststelde, maar ooit merkte ik op dat warme dagen ook steeds rustdagen voor de waterkoker zijn.
Nu is het niet zo dat ik op alle koude dagen thee drink, aangezien het zelfs op koude dagen blijkbaar niet altijd nodig is om met een warme mok onder een in de zetel te ploffen. Ooit, lang geleden, hadden we daar een gesprek over. Of toch een gesprek dat daarmee te maken had.
- Wil je ook een kop thee?
- Nee, bedankt.
- Echt? Het is nochtans een koude dag.
- Nee, echt niet. Toch bedankt.
- Het zou toch een mooi moment zijn om een kop thee te drinken onder een deken in de zetel?
- Zeker. Het klinkt als een goed idee voor een andere dag, maar vandaag hoeft het niet voor mij.
- Goed, dan niet.
- Neem jij dan ook geen kop thee?
- Nee, want je hebt gelijk.
- Kom op, zeg. Het is toch niet omdat ik geen thee wil dat jij er geen mag drinken? Dat is toch geen kwestie van al dan niet gelijk hebben?
- Voor mij wel.
Dan was het ongeveer een uur stil. Na dat uur ging jij slapen en bleef ik nog anderhalf uur in de zetel zitten. Ik hoef vast niet verder uit te leggen waarom dat, ondanks de afwezigheid van warme thee, toch geen warme dag was.
Nog nooit ben ik aan meer dan achtentwintig warme dagen op een rij geraakt. Die reeks telde ik inmiddels ongeveer drieëntwintig jaar geleden bij elkaar. Ik was nog een pak jonger dan ik nu ben en was nog maar pas met mijn tellingen begonnen. Het begon met een aaneengesloten week van warme dagen - en laat me wel wezen: ook dat had ik op dat moment nog niet vaak meegemaakt. Er was een twijfelachtige dinsdag, waarop ik pas ergens in de late namiddag alsnog besloot dat het een warme dag was; anders was er van die achtentwintig dagen misschien nooit sprake geweest. Die dinsdag was het trouwens de laatste keer dat wij elkaar zagen, maar dat is misschien niet zo belangrijk. Ik had immers al vele weken daarvoor ontdekt dat het ook zonder jou mogelijk was om warme dagen te tellen. Na die eerste warme week, met die twijfelachtige dinsdag, volgden er nog drie weken, waarin ik geen enkele dag als koud kon benoemen. Voor de volledigheid voeg ik er maar aan toe dat de eerste koude dag die de reeks doorbrak een dag was waarop ik de laatste foto van jou achteraan in een lade heb opgeborgen. Warme dagen zonder jou, maar zeker ook koude dagen zonder jou.
- Dag, dokter.
- Dag, teller.
- Ik kom iets vragen.
- Goed, vraag maar. Waarmee kan ik je helpen?
- Helpen? Ik weet niet of u me zal kunnen helpen. In feite weet ik niet of het wel een goed idee is om mijn vraag aan u voor te leggen, maar aangezien ik er zelf geen antwoord op vind en ik niet meteen weet bij wie ik er verder mee terecht kan, kom ik u er maar mee lastigvallen.
- Dat zal ik zelf wel bepalen, of u me al dan niet lastigvalt met uw vraag.
- U heeft gelijk. Zoals u weet tel ik de dagen. De warme dagen.
- Dat weet ik, inderdaad.
- Heb ik u verteld hoeveel warme dagen er vorig jaar waren?
- Nee, dat denk ik niet. Ik heb u volgens mij ook al meer dan een jaar niet meer gezien.
- Dat kan kloppen. Vorig jaar kwam ik uit op welgeteld hondertweeëntachtig warme dagen.
- Dat zijn er best veel.
- Weet u hoeveel dagen er in een jaar zitten?
- Ik ben dan wel een dokter, teller, maar dat wil niet zeggen dat ik niet kan tellen. Ik weet best dat een jaar driehonderdvijfenzestig dagen telt.
- Kleine correctie, dokter: het jaar telt niet. Wij tellen. Ik tel.
- Ja, natuurlijk. En vooraleer u mij nogmaals corrigeert: ik weet ook dat een schrikkeljaar driehonderzesenzestig dagen te… bevat. - Maar vorig jaar was geen schrikkeljaar. En dit jaar ook niet.
- Correct. Niet dat dat iets uitgemaakt zou hebben. Honderdtweeëntachtig is immers ook niet de helft van driehonderdzesenzestig.
- …
- Ik kwam vorig jaar niet aan de helft, dokter. Met mijn warme dagen. Dat verontrustte mij. Toch wilde ik me toen nog niet al te veel zorgen maken. Daarom kom ik ook nu pas bij u langs.
Het is vandaag snikheet. Zesendertig graden. Het is al dagenlang snikheet, trouwens. Het woord ‘hittegolf’ lijkt inmiddels leeggebruikt te zijn. Zou er iemand al een naam voor een volgend stadium hebben bedacht? Tellen leidt tot vragen, vragen leiden tot denkoefeningen en denkoefeningen vullen de tijd. De nationale weerdienst zendt de ene waarschuwing na de andere uit. Mensen puffen zich te pletter in de karige schaduwplekken van de stad, vluchten naar een van de weinige overgebleven bossen of verschansen zich in het minst van de hitte doortrokken plekje van hun woning. Op de scheurkalender zie ik dat het vandaag zeven augustus is. Morgen is het jouw verjaardag. Acht augustus is slechts zelden een warme dag en ook dit jaar lijkt het erop dat ik morgen geen nieuwe reeks van achtentwintig of meer warme dagen zal kunnen starten. Vandaag, zeven augustus, is ook de tweehonderdnegentiende dag van het jaar. Ik heb dit jaar al - nee: slechts - zevenennegentig warme dagen geteld.
- Er blijven toch nog honderdzesenveertig dagen over?
- Klopt.
- Dan kunt u toch nog steeds aan honderddriëentachtig geraken? Minstens?
- In theorie wel.
- Wat komt u nu in feite vragen, teller? Want volgens mij heeft u uw vraag nog steeds niet gesteld.
- U heeft alweer gelijk, dokter. Mijn vraag is de volgende: denkt u dat het een goed idee is om thee te drinken op warme dagen?
- Ik … In theorie … Mag ik even zeggen dat ik dat een beetje een vreemde vraag vind?
- Dat mag u zeker zeggen. Ik vind het ook eerder vreemd dat ik voor deze vraag een afspraak moest maken en dat ik straks een handvol euro’s zal moeten neertellen omdat ik ze gesteld heb.
- Medisch gezien …
- Voor de werking van het lichaam, bedoelt u?
- Ja, medisch gezien kan het geen kwaad, maar …
- Maar het draag niet bij aan de afkoeling?
- Als u me even laat uitspreken, teller …
- Ik hoef niet veel uitleg te krijgen, dokter. Ik geloof dat u uw beroep kent, net zoals ik weet dat u het aantal dagen in een jaar kent. Misschien heb ik mijn vraag te open geformuleerd. Laat me ze eerder zo stellen: worden dagen kouder door warme thee te drinken?
- Nee.
- Worden koude dagen warmer door warme thee te drinken?
- Dat hangt van u en uw ervaring van warmte af.
- En als ik op warme dagen warme thee wíl drinken?
- Dan moet u dat vooral doen.
- …
- Was dat alles, teller?
- Ja, dokter.
Op de scheurkalender staat acht augustus. Compleet tegen de verwachtingen in stelde de nationale weerdienst de voorspelde temperatuur voor vandaag bij naar vierentwintig graden. Dat betekent dat de hittegolf officieel voorbij is. En toch is vandaag een warme dag. Ik denk dat ik vanavond een kop warme thee drink.
- Nee, wacht. Ik heb toch nog een vraag, dokter, als ik mag.
- Natuurlijk, ik doe even alsof u nog niet betaald heeft.
- Bedankt. Mijn vraag klinkt vast belachel…
- Nu is het mijn beurt om u te onderbreken, teller. Stel toch gewoon je vraag, man.
- Mag … Mag ik stoppen met tellen?
- Ja, Ellert. Je mag stoppen met tellen.
- Bedankt, dokter.