Crankjorum
Een Amsterdams fietsverhaal
Man, o man, als je hier nou harder op kon fietsen dan zoân vijf kilometer per uur, dan zou ik zo het hele land door willen crossen. Van mijn rijwieltechnicus mocht ik zijn enorme bakfiets lenen een aantal weken geleden. Met een brede stang als stuur, een rempook tussen je benen en pedalen die, als ze eenmaal in beweging zijn, niet zomaar weer stoppen. Oftewel, je moet er even de handigheid in krijgen. Een beetje nerveus was ik wel om met dat bakbeest door Amsterdam te fietsen. Maar Theo stelde me gerust: âDie autoâs gaan voor jou wel aan de kant, hoor. Niemand wil zijn lak beschadigd zien.âÂ
Het doel is een fietswrak voor mijn deur op te halen, want het is een oude Gazelle en heeft een prachtig crankstel. En die wil ik hebben voor aan de muur. Ik had er al eentje gevonden op Marktplaats, maar die had ik mijn broertje cadeau gedaan voor zijn verjaardag en nu wilde ik ook een eigen exemplaar. Maar zelf kreeg ik het niet los en zou die fiets ook niet al die kilometers naar de werkplaats van Theo kunnen slepen.Â
Pardon, het is een rijwielatelier! Genaamd âDe Specialistâ. Onder de vlag van MacBike mocht Theo afgelopen herfst een eigen werkplaats creĂ«ren, waar hij naast de onderhoud van MacBike-fietsen, mag sleutels aan fietsen die vooral waar fietsfetisjisten heel blij van worden. Wars van carbon en gek van staal.Â
Inmiddels schaar ik mij ook in dat groepje. Theo heeft me mijn twee laatste fietsen verkocht. Eerst schrok ik een beetje van de prijs, want voor hetzelfde geld koop je bij de Hema of een andere prijsvechter een nieuwe fiets. Maar die onderdelen zijn vaak niet vervangbaar, het materiaal is niet sterk en zo eindig je al snel met een inferieur wegwerpproduct. Niet alleen niet duurzaam, maar er spreekt vooral weinig liefde uit. Ik hecht me nogal snel aan een fiets. Ze brengen je op plekken, en niet alleen in fysieke zin. De rust in het hoofd als de tijd langzamer gaat, terwijl je toch veel plezier hebt.Â
Terwijl ik in de zon door de straten fiets - eerst zonder en dan met lading - verandert de stad een beetje. Mensen vinden zoân meisje op een enorme fiets erg grappig. Regelmatig zwaaien ze naar me of steken ze hun duim naar me op. Ook hebben Amsterdammers ineens heel veel geduld. Als ik de Prins Hendrikkade wil oversteken, vind ik net de draai niet en sta ineens stil midden op de weg. Tot overmaat van ramp blijf ik met mijn rokje achter het zadel haken (gelukkig had ik er wel een legging onder aan). Er begint een beetje een opstopping te ontstaan, maar niemand toetert en de mensen achter de autoruit lachen me welwillend toe. Gelukkig krijg ik de fiets weer snel in beweging en wordt wederom uitgezwaaid. Of ook uitgelachen, maar daar denk ik maar even niet aan.
Nog een voordeel is dat wanneer je op looptempo fietst, dat je dingen ziet die je anders zou missen. Omdat ik zelf een retro-Peugeot heb spot ik ze nu overal. Diezelfde ochtend nota bene, werd ik ingehaald door een man op een Peugeot-racefiets. Die ben ik achterna geracet en bij het stoplicht raakten we aan de praat over zijn fiets. Zijn buurman vroeger in Londen had er ook één en eindelijk was zijn droom in vervulling gegaan toen hij deze tweedehands op de kop had getikt. Zo gaat dat, je begint en je raakt verslaafd. Dus toen ik stapvoets aan het fietsen was spotte ik een verwaarloosd witte Peugeotje aan een fietsenrek met een oranje sticker eraan. Dat betekent dat ie binnenkort geruimd zou worden. Terwijl ik de fiets bekeek, kwam een fietsenmaker aan de overkant naar me toegelopen en vertelde me dat de eigenares was verhuisd en dat hij het slot wel voor me open wilde slijpen. Voor vijf euro. Deal!Â
O wat was ik blij met mijn vondst. En ik rij prompt door de euforie een heel onhandige route (namelijk hele smalle straatjes) terug naar Theo. Daar aangekomen begrijp ik waarom die andere fietsenmaker zelf geen interesse in die fiets had. Het is een beetje een gek fietsje met trommelremmen (niet handig) en er moest zoveel aan versleuteld worden dat het meer geld zou kosten dan het op zou leveren bij verkoop. In de euforie en ook nog een beetje door gebrek aan kennis had ik dat helemaal niet gezien.Â
Ook de Gazelle gaf niet mee. Het crankstel was eraan vast gelijmd. En stevig ook. De brander moest eraan te pas komen. Na een dik half uur had ik eindelijk mijn tandwiel in handen. De rest van de fiets heb ik aan Theo gegeven als dank. Hij weet daar wel raad mee. Win-win.Â
Maar die witte Peugeot. Wat daarmee te doen. âMaar ik heb hem gevonden. Dat kan geen toeval zijn. En iemand moet er toch van gaan houden, anders eindigt hij zomaar op het fietskerkhof!â Zoals ik al zei, hecht ik me nogal snel aan fietsen. Blijkbaar ook als ik er nog niet eens op gefietst heb. âJa, het is jouw fiets en je hebt een aantal keuzes. Ik kan hem helemaal voor je maken, maar dat wordt niet goedkoop. Je zal verlies lijden als je hem wil verkopen. Maar we kunnen hem ook strippen en er een fixie van maken. Stuk goedkoper en zo heeft het frame toch nog een mooie tweede leven. Of, en denk hier maar eens over na: jij gaat hem maken. En ik help je wel. Voor dezelfde prijs als wanneer ik hem zou maken, want ik stop er ook tijd in om het jou te leren. Maar daarna weet je wel hoe je een fiets kan maken. Dit is dan echt jouw project!âÂ
Normaal blijf ik altijd hangen als hij mijn fiets maakt. Enerzijds omdat het gezellig is (ik ben ook welkom als ik geen fiets bij me heb en soms is er taart), anderzijds uit interesse. Dan legt hij me uit wat hij doet en waarom. En graag laat hij zijn eigen gemaakte gereedschap zien, waardoor sommige klusjes nog makkelijker worden. Trots is hij er op. En terecht. Maar nu zal ik dus zelf gaan sleutelen. Gek, maar ik ben nerveus. Want vandaag gaan we beginnen. Wish me luck!














