Ik weet dat je altijd de beste oplossing hebt gezocht Meis,
en we weten allebei dat er geen juiste oplossing is
voor wat jou is overkomen.
Je hebt geprobeerd te begrijpen, te dragen, te vergeten,
maar je schouders zijn nog jong
en je hart heeft al zoveel meer getild dan het ooit zou moeten.
Je deed je best, echt waar,
zelfs op de dagen dat het voelde alsof je niks deed.
Zelfs toen je dacht dat je faalde –
toen hield je je hoofd boven water
door gewoon adem te blijven halen.
En dat is genoeg.
Dat is alles.
Je hebt niks te bewijzen aan de wereld,
ook niet aan mij.
Ik schrijf je dit omdat je het mag weten:
dat je geen last bent
geen drama, geen probleem, geen overdrijver –
maar een mens.
Een meisje.
Een meisje dat iets overleefd heeft
waar veel mensen stil van worden.
Soms is overleven het dapperste wat iemand kan doen,
en dat heb jij gedaan, dag na dag.
Ik ben trots op je.
Ook als jij dat niet bent.
Vooral dan.
HĂ© meis,
ik ben bijna vijfentwintig nu.
Dat had jij niet gedacht. Jij was vooral bezig met de dag doorkomen zonder dat iemand zag hoe moe je eigenlijk was. Maar we zijn hier. Niet recht, niet netjes, maar wel hier.
We wonen in een huis dat van ons is. Soms voelt dat nog steeds vreemd, alsof ik per ongeluk in iemand anders zijn leven ben beland. Mama woont hier nu ook, samen met haar zussen en een vriendin. Dichterbij. Rustiger. Het voelt veiliger, al moest ik eerst leren dat dat woord echt kon bestaan.
Jij, die dacht dat ze alleen maar probeerde te overleven, helpt nu andere mensen wanneer het moeilijk is. Armen, kinderen, mensen die kwetsbaar zijn. Misschien omdat jij weet hoe het voelt om niet gezien te worden.
Het leven is niet ineens makkelijk geworden. Ik slaap nog steeds veel. Soms omdat mijn hoofd gewoon moe is. Ik vraag vaker om hulp, al blijft dat spannend.
En ja, ik maak nog steeds niet altijd verstandige keuzes. Soms zoek ik spanning op. Soms kom ik dichter bij grenzen dan goed voor me is. Heel af en toe val ik terug in oude patronen. Ik weet nu waarom. Dat besef verandert iets.
Ik ben nog steeds kritisch op mezelf. Maar er is ook iets nieuws gekomen: zachter zijn. Niet altijd, maar vaker.
We zijn niet ongeschonden gebleven. Maar we zijn ook niet verdwenen.
Alles wat er gebeurde heeft me gevormd tot wie ik nu ben. En hoe ingewikkeld dat ook is, ik zou jou niet willen missen. Zonder jou was ik deze versie van mezelf niet geworden.
Soms struikel ik nog.
Soms komt het verleden ineens dichtbij.
Maar ik sta ook weer op.
Dus als je denkt dat het nooit anders wordt, wil ik dat je weet dat we zijn gebleven.
We leven.
Niet perfect.
Niet zonder littekens.
Maar echt.
Ik stel me voor dat jij daar zit, op de rand van je bed. Stil. Niet wetend hoe verder. En ik kom naast je zitten. We hoeven niets te zeggen. Ik blijf gewoon even.
En dit keer ben je niet alleen.















