Moedervlekken
Ik maak een video met mijn handen van glas. Hiermee pak ik de wereld zachtjes vast zonder los te laten. Kijk naar het scherm. Zie hoe ik over je denk.
Ik laat je naam tatoeëren op mijn enkel. De kunstenaar spreekt geen Nederlands en laat me achter met een hartje dat opvallend veel lijkt op de moedervlek achter je linkeroor.
Aan mijn wand hangt het schilderij van de moeder en haar dochter, samengedrukt in een hoekige symbiose van potlood en rood. Als ik mijn handen om ons heen leg, zijn wij net zo.
Ik fluister, ‘je bent als een sinaasappelschijfje, gedoopt in chocola’, waarop je lacht alsof je denkt dat ik een grapje maak. Het is mijn lievelingscombinatie, maar dat weet je nu nog niet. Â
In bad leun ik tegen je aan terwijl je de moedervlekken op mijn armen met potlood aan elkaar verbind. Je zegt dat ze nooit alleen zijn, de vlekjes, dat ze altijd met z’n drieën zijn. Dat stelt me gerust. Â
Het ballonnetje dat al drie dagen in mijn binnentuin in de boom vastzit, is nu leeg. De bulterriër van de buurvrouw loopt naast zijn baasje en draagt een doosje Kleenex in zijn bek. Ik probeer er eentje los te krijgen, maar ik heb niets om terug te geven.
Je hebt net een nieuwe voordeur erin gezet omdat je een slot veranderen niet drastisch genoeg vindt. Ze hadden alleen nog glas, dus ging je voor dubbelzijdig. Wanneer je niet thuis bent, blaas ik het oppervlakte vol en schrijf ik met mijn wijsvinger mijn naam andersom. Of je het nog kan lezen, weet ik niet.
Ik maak een video met mijn handen van glas. Hiermee pak ik de wereld zachtjes vast zonder los te laten. Lees mijn lippen. Voel hoe ik over je denk.













