Losing coats and finding coats. Ink stains. Also Appi has no talent for painting.
En op den zolder van drie hoog hingen mijn kleeren te drogen: jas, vest, broek, onderbroek, overhemd en sokken. 't Water begon te koken 't deksel van 't keteltje ging rammelend op en neer. Ik keek naar den stoom en begon plannen te maken om morgen m'n demi uit den lommerd te halen en voor een keer niet in 't koschere restaurant te dineeren: biefstuk met appies 30 cent, erwtensoep met vleesch 35 cent. En ik bedacht juist dat ik er wel aan had kunnen denken om een druppeltje drank in huis te halen, toen ik in mijn gepeinzen gestoord werd door een zwaren stap buiten de deur. Er rommelde iemand aan mijn deur. Kloppen ging niet, want mijn deur was van behangselpapier op een paar latten geplakt, en als je klopte ging je er door. Dat wisten de lui. ‘Zeker Hoyer’, dacht ik, ‘die kan nooit den haak vinden.’ De haak zat van binnen maar de deur sloot niet; je kon net je vinger door de reet steken en zoo van buiten de deur openmaken. ‘Kom binnen’, riep ik, te lui om op te staan. ‘Makkelijk praten’, hoorde ik zeggen, ‘hoe zit dat?’ ‘Die stem ken ik niet’, dacht ik, ‘wie kan dat zijn?’ Ik stond op en deed open, meteen liep een straal water over mijn hand. ‘Japi’, zei de man. ‘Kom binnen’, zei ik weer. Daar stond i; 't water liep van alle kanten uit zijn kleeren en van z'n hoed.
‘'t Regent nog al’, zei Japi, ‘mag ik even mijn jas uitdoen? Wacht, dan zullen we dit eerst neerzetten.’ Onder z'n jas vandaan haalde i een pak in een Handelsblad: boeken, dat kon je direct zien, en zette 't op tafel. ‘Ziezoo, kan dit ergens uitgehangen worden?’ zei i en gaf me z'n jas. Z'n hoed zette i overeind tegen m'n stelleje.
‘Een oogenblik, ouwe heer’, zei ik en nam z'n jas en hoed mee, hing de jas bij m'n eigen natte kleeren, sloeg den hoed uit en legde die toen plat op den grond in den hoek.
Japi zat al, wrong de knieën van z'n broek uit en keek rond. ‘Wat verschaft me het genoegen?’ ‘Zeg maar Japi’, zei i, maakte 't pakje los en legde ‘Le lys dans la Vallée’ op tafel. ‘Zie hier, burger.’ ‘Mooi zoo’, zei ik, ‘en wat hebben we daar?’ ‘O,’ zei Japi, ‘boeken van Appi.’ - ‘Leest Appi tegenwoordig 't Handelsblad?’ ‘Neen,’ zei Japi, ‘die krant is van mijn ouwe heer, daar stond een advertentie in.’ - ‘Een advertentie?’ - ‘Een advertentie; zie hier, daar even van den ouwen heer gekregen.’
‘“Assistent correspondent gevraagd op druk exportkantoor”, let wel, druk exportkantoor - “grondig bekend met de moderne talen, stenografie en machineschrijven. Zij die reeds in den export werkzaam waren (let op dat waren!) genieten de voorkeur. (“Genieten de voorkeur, dat genieten kan me wel bekoren). Salaris f 3 à 400 per jaar. Brieven onder No. 1296 bureau Alg. Handelsblad” - 1296, slag op 't vlotje. Floris de stijve springt over de Overtoom. Nooit van gehoord? En waarom hebben ze dan de Overtoom gedempt? 't Was geen gezicht om dien stijven kerel er over te zien springen, dat wilden ze niet meer hebben. Die f 300 à 400 bevallen me wel, de rest trekt me minder aan.’
‘Wilt u daarop schrijven?’ vroeg ik. - ‘Jij, als'tublieft,’ zei Japi. ‘Willen? Ik moet van de ouwe heer. Hij zegt: 't kan zoo niet blijven doorgaan. Ik zie niet in, wat niet. Heeft hij last van me? In vijf weken heb ik maar tweemaal thuis geslapen. Geen cent zie ik van hem. Kijk eens hier.’ Hij stak z'n been uit. Ik zag een splinternieuwen, gelen schoen. ‘Wat bliksem, dien schoen ken ik.’ - Waar zie je zulke gele schoenen? - ‘Ze zijn nu wat donker van 't water’, zei Japi, en zette den anderen voet bij den eenen. ‘Van Appi! En hoe komt dat? Ik ben m'n ouwen heer niet tot last. Ik loop rond met mijn schoenen tot ze zoo lek zijn als een mand. Appi is een fideele kerel. Schilderen kan i niet, zal i nooit leeren, dat zie ik wel, maar hij is een fideele kerel. Sokken hat i niet over de hand, ik zit met m'n bloote voeten in z'n schoenen’, zei Japi, en liet heel gemoedelijk een stuk van z'n bloote been zien. ‘En boeken heeft i, in geen jaar kom ik er doorheen, al lees ik dag en nacht.’
Appi z'n vader had een goed beklante slagerij en kon 't doen. Dat Appi nooit schilderen zou leeren heeft Japi goed gezien; z'n vader heeft hem later in een huis-, reclame- en decoratieschilderswerkplaats gezet.
Pages 57 - 59 from Nescio's The Freeloader. Pictured overcoat seems rather heavy for Southern California and Florida weather but it (kinda) matched the description. Link to details on the custom Kent style double breasted blazer in a navy serge twill with jetted pockets, in Milanese style. (archive)









