Wit Geitje, RENE DE CLERQ
Wit geitje, gebonden
Aan koord en paal,
Weidt, ronden op ronden,
Zijn kantje kaal.
Het scharrelt en krabbelt
Zoo danig en dol;
En knaagt en knabbelt
Zijn buikje vol.
Het staat nu te kroppen,
En terdt meteen,
Op de uiterste toppen
Van zijne teen.











