De veel te lange samenvatting van een boek dat ik las: The conquest of happiness
Bertrand Russell (1872-1970)
The Conquest of Happiness (1930) is een vlot lezend filosofisch zelfhulpboekje van de hand van Bertrand Russell. Wat kunnen we doen om een gelukkig(er) mens te worden?
De oorzaken van geluk die Russell bespreekt, zijn vrij voor de hand liggend.
1. Je moet niet teveel met zichzelf bezig zijn; dit vormt de bron van vele psychologische problemen
2. Je moet een zekere smaak, interesse, voor de wereld om je heen ontwikkelen om ervan te kunnen genieten. Vaak zijn succesvolle mensen namelijk alsnog niet gelukkig omdat hen niet is geleerd wat ze met dat succes moeten doen zodra ze het vergaard hebben. ‘Unless a man has been taught what to do with success after getting it, the achievement of it must inevitably leave him a prey to boredom.’
3. Wederzijdse liefde stemt gelukkig
4. Gezinsleven (ouderschap)
5. Uitdagend werk waarin je je kan ontwikkelen
6. Het uitoefenen van onpersoonlijke interesses die niks met een doel, je ego of je werk te maken hebben. Zoals: het oppoetsen van je stenencollectie, het lezen van een astronomieboek voor leken, recreatief gitaarspelen.
Eigenlijk is het deel over ongelukkigheid het interessantste deel van het boek. Voordat ik daarnaar ga kijken, moeten we eerst instemmen met Russells’ premisses.
1. De meeste mensen zijn/worden niet gelukkig uit zichzelf
2. Je wilt gelukkig worden (dit vond ik een heel interessant punt! Soms lijkt het net alsof mensen niet gelukkig willen worden)
3. Je vertrouwt in de kracht en maakbaarheid van het individu (tot op zekere hoogte). We mogen best een beetje aan onszelf werken.
Verveling en afleiding
Verveling is een behoefte naar ‘iets’, een gebeuren of een gevoel, dat het ene moment van het andere onderscheid. Russell stelt dat moderne verveling door het stadsleven is ontstaan. We zijn minder verveeld dan onze voorouders (denk aan de eindeloze dagen werken op het land), er is meer te doen in de stad, maar tegelijkertijd zijn we ook banger geworden voor verveling. We weten niet meer hoe we ermee om moeten gaan. Daarom doen we er alles aan om met afleiding en opwinding de verveling te voorkomen. We blijven maar afleiding zoeken in plaats van ons ergens voor een langere tijd in vast te bijten. Zo’n generatie zal geen grote geesten voortbrengen, aldus Russell.
Veel mensen hebben als ideaal: een leven dat compleet vrij is van verveling. Hier kleven echter twee grote nadelen aan. Ten eerste is een vervelingvrij leven uitputtend en verslavend. Je hebt steeds hogere niveaus van opwinding nodig om verveling te voorkomen. ‘A life too full of excitement is an exhausting life, in which continually stronger stimuli are needed to give the thrill that has come to be thought an essential part of pleasure.’ (p. 61) Steeds hardere techno, steeds betere drugs.
Een belangrijke oorzaak van verveling is trouwens dat het mentale/fysieke vermogen niet optimaal wordt bezet, dus misschien is die baan van je gewoon niet uitdagend genoeg. Maar een zekere mate van saaiheid, monotonie, noodzakelijk als je bepaalde dingen wilt behalen.
Vermoeidheid
Een niet-excessieve hoeveelheid vermoeidheid is prima: het zorgt voor een goede slaap, een gezonde eetlust en het zorgt voor de plezierige ervaring bij het vieren van vakantie. De meeste moderne stadsmensen voelen zich echter vaak onbewust vermoeid door stadslawaai, de constante aanwezigheid van vreemdelingen (iets waar we niet voor gemaakt zijn) en werkdruk. Hierdoor zijn de meeste mensen te vermoeid om wérkelijk te ontspannen zonder de hulp van alcohol.
Bovendien maken mensen zich teveel zorgen. Je zorgen maken is eigenlijk een vorm van angst, en alle vormen van angst produceren vermoeidheid. Russell biedt uitkomst.
Houd je hoofd opgeruimd (doe aan mentale hygiëne). Denk niet aan zaken waar je op dat moment niks kunt veranderen. Het is bijvoorbeeld zinloos om in je bed te malen over je werk, omdat je er op dat moment (in bed) niks aan kan veranderen. Je hebt die nachtrust juist nodig om de volgende dag met frisse tred tegemoet te treden. De filosoof biedt een paar gedachte-experimenten aan, om zorgen op het verkeerde moment, los te laten.
1. Probeer je problemen te bezien in het grotere licht der dingen. Wat betekenen jouw zorgen in het licht der eeuwigheid? Wat een petieterige zorgen zijn het eigenlijk ook! Fuck it!
2. Ga bij jezelf na: wat is het ergste dat er zou kunnen gebeuren? ‘Having looked this possible misfortune in the face, give yourself sound reasons for thinking that after all it would be no such very terrible disaster.’ (p. 74) Ik had hetzelfde met een angst voor werkloosheid na mijn afstuderen. Een van mijn vrienden wees mij op het volgende: wat is het ergste dat je in Nederland zou kunnen gebeuren als je niet gelijk na je studie een baan op nievau vindt? Je zal niet in de goot belanden of van de honger doodgaan, want de staat, je familie en vrienden zorgen daar wel voor. Het verwijderen van deze irrationele angst zorgt ervoor dat je problemen rationeler en met meer moed tegemoet kan treden. En zie mij nu! Ik teer op de spaarrekening die door mijn ouders is gespekt en leef zorgeloos werkloos in Berlijn.
3. Kijk een angst recht in de ogen aan. Elke soort van angst groeit namelijk als er niet naar wordt omgekeken. ‘… the proper course with every kind of fear is to think about it rationally and calmly, but with great concentration, until it has been completely familiar. In the end familiarity will blunt its terrors; the whole subject will become boring, and our thoughts will turn away from it, not, as formerly, by an effort of will (afleiding zoeken), but through mere lack of interest in the topic. (…) the best plan always is to think about it even more than you naturally would until at last its morbid fascination has worn off.’ (p. 75) Oftewel, analyseer je angst analytisch dood totdat het normaal en saai wordt, en je weer verder kunt met je leven.
Afgunst
Afgunst is een van de oorzaken van ongelukkigheid, waarbij je jezelf voortdurend vergelijkt in relatie tot andere personen of zaken. Bedenk je dat er altijd iemand in de geschiedenis is om afgunstig om te zijn. Het heeft dus helemaal geen zin om op wie dan ook afgunstig te zijn. In plaats daarvan zouden we eerder bewondering voor onze medemens moeten hebben.
Russell sluit dit hoofdstuk op een weergaloze wijze af. Hij bekritiseert de moderne samenleving, die volgens hem meer haat dan vriendschap voortbrengt. Die haat komt voort uit een gevoel van ontevredenheid. Wanneer grote groepen mensen zich met elkaar vergelijken, dan voelen ze zich ontevreden en projecteren ze dat ontevreden gevoel op anderen: ‘He knows there is something better than himself almost within his grasp, yet he does not know where to seek it or how to find it. In despair he rages against his fellow man, who is equally lost and equally unhappy. (…)
‘Envy, evil as it is and terrible as are its effects, is not wholly of the devil. It is in part of the expression of a heroic pain, the pain of those who walk through the night; blindly, perhaps to a better resting place, perhaps only to death and destruction. To find the right road out of this despair, civilized man must enlarge his heart as he has enlarged his mind. He must learn to transcend self, and in so doing to acquire the freedom of the Universe.’ (p. 89)
Dit is zo mooi.
Het zondegevoel
Veel zondige schuldgevoelens komen voort uit de jeugd, waarin bepaalde morele zaken door ouders werden verboden. Onbewust voelt men zich daardoor nog steeds immoreel bij bepaalde gedachten of handelingen. Het is een sluimerend angstgevoel dat voortkomt uit de afkeur van de moeder of verzorger, terwijl het op latere leeftijd eigenlijk irrationeel is om dergelijke angstgevoelens te hebben.
De filosoof vraagt de lezer om te achterhalen voor welk gedrag je als kind werd bestraft. (p. 96) Het feit dat je hiervoor werd bestraft is volledig irrationeel. Je mag zelf wel bepalen welk gedrag je goed vindt en welk gedrag niet. Daaraan toegevoegd: ‘I’m not suggesting that a man should be destitute of morality, I am only suggesting that he should be destitute of superstitious morality, which is a very different thing.’ (p. 98)
In dit hoofdstuk wordt duidelijk hoe sterk Russell door de Freudiaanse psychoanalyse is beïnvloed. Het uiteindelijke doel van deze introspectie is namelijk ‘de harmonieuze mentale integratie van bewustzijn en onbewustzijn’. Het vergt wat werk, maar als het innerlijk niet goed op zichzelf is afgestemd, dan wordt het moeilijk om gelukkig te worden. De mens die in zichzelf verdeeld is, gaat namelijk op zoek naar opwinding en afleiding. En niet vanwege de juiste redenen, maar omdat het haar voor een moment uit haarzelf brengt en zo een vlucht uit de pijnlijke noodzakelijkheid van denken brengt. Het grootste gevoel van geluk ervaren we wanneer we volledig bij zinnen (aka niet gedrogeerd of dronken) zijn.
Achtervolgingswaanzin
Een van de grote blokkades voor een gelukkig leven, is het idee dat je van alles wordt misgund. De hele wereld is tegen je. Er word je voortdurend een groot onrecht aangedaan. Dit is natuurlijk vooral herkenbaar bij boze PVV’ers. Het is ook een kenmerk waardoor veel witte mensen vermoeid kijken wanneer vrouwen en gekleurden weer beginnen te zaniken over het grote onrecht dat hen in het licht der geschiedenis is aangedaan, om dan vervolgens over emancipatie te beginnen. ‘Ik misgun helemaal niemand iets,’ denkt de witte man. ‘Dus wat lopen jullie nou te zeiken?’
Misschien komt de ontevredenheid van deze groeperingen ook wel voort uit een liefdeloze jeugd, discriminatie op het schoolplein die zich in het onderbewustzijn heeft genesteld, of jaloezie vanwege het feit dat andere groepen wél bepaalde zonden konden begaan en ermee wegkwamen.
Nu wil ik niet stellen dat racisme een niet-bestaand probleem is, maar de meeste mensen of groepen zijn eigenlijk veel te veel op zichzelf gefocust. Zelfs als mensen liefdesfilantroop zijn, dan zijn ze eigenlijk teveel op zichzelf gefocust. Ik herken mijn moeder hierin. De liefdesfilantroop ‘is always doing good to people against their will, and is amazed and horrified that they display no gratitude. Our motives in doing good are seldom as pure as we imagine them to be. Love of power is insidious; it has many disguises, and is often the source of the pleasure we derive from doing what we believe to be good to other people.’ (p. 108)
De filosoof biedt het hoofd voor achtervolgingswaanzin. 1. Je motieven zijn niet altijd zo altruïstisch als ze zichzelf voordoen aan jezelf. 2. Overschat je eigen verdiensten niet. 3. Verwacht niet dat anderen net zoveel interesse in jou hebben als dat jij hebt in jezelf. Niemand zou van een ander moeten verwachten dat ze zich voor jou wegcijferen. En 4. Beeld je niet in dat mensen zoveel met je bezig zijn dat ze er voortdurend op uit zijn om je onderuit te halen.
Angst voor publieke opinie
Veel kinderen gaan nog steeds gebukt onder de verwachtingen van hun ouders. Russells’ devies is simpel: laat die kinderen lekker hun eigen weg gaan. Misschien begaan ze een fout, maar wat hen niet doodt, maakt hen alleen maar sterker. En misschien bewijzen ze je nog weleens het tegendeel.
Stel je een jongvolwassene voor, die een creatief beroep wil studeren. Maar haar ouders zijn erop tegen omdat het geen financiële zekerheid biedt, en omdat het in sociaal inferieur is (ten opzichte van bijvoorbeeld dokter worden). De ouders zullen duizend redenen aanvoeren, voorbeelden van mislukkelingen oprakelen, zeggen dat het niet ‘iets’ voor diegene is.
Russell zegt hierover: ‘If this is the case, however, you will soon discover it from professionals in the field [edit.], and there will still be plenty of time to adopt a different career. The arguments of parents should not be a sufficient reason for relinquishing the attempt.’ Hij gaat verder: ‘I think that in general, apart from expert opinion, there is too much respect paid to the opinions of others, both in great matters and in small ones.’ (p. 124) Het voortdurend afstemmen van je gedrag op anderen zorgt voor eenheidsworst, en het maakt de mensheid dodelijk saai. Dus kinders, bewandel je eigen levenspad.
Leverde dit boek uiteindelijk inzichten op?
Redelijk. Mijn twee grootste valkuilen zijn verveling en een zondegevoel. Oplossing: uitdagend werk vinden en dat zondegevoel doodanalyseren totdat het normaal is geworden. Misschien word ik dan een gelukkige, geheelonthoudende gezinsmens met een goeie baan, uitstekende smaak en een stenencollectie.