Over de motie van Paul van Meenen (D66)
D66 was afgelopen lente op Onderwijstour door het land. Tijdens de rondreis, die ook langs Tilburg University kwam, verzamelde de partij inspraak, tips, tricks en dies meer zij. Dit moest leiden tot een witboek wat de oppositiepartij aan ging bieden aan minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Ik mocht een zogenaamde Boardroom Meeting bijwonen op Tilburg University. Fractievoorzitter Pechtold en onderwijswoordvoerder Paul van Meenen gingen in gesprek met Rector Magnificus Eijlander, twee decanen en een hoogleraar.
Eijlander wilde een paar dingen overbrengen in het gesprek, waaronder zijn zorgen over de zogenaamde âToren van Toezichtâ: een manshoge stapel paperassen die autoriteiten â NVAO, Onderwijsinspectie, het Ministerie van OCW â nodig hadden om onderwijsinstellingen te controleren. Van Meenen was daar tegen. In mijn artikel schreef ik destijds:
Van Meenen haalt de mantra âoverheid is overheadâ aan: âDie zorgt voor heel veel van dit soort stapels. Ik denk dat dat helemaal niet nodig is. Ook hier niet. Je moet weer terug naar vertrouwen. De verantwoording moet weer terug naar de mensen waar je het eigenlijk voor doet: horizontaal.â Daarin moet de rol van medezeggenschap niet onderbelicht blijven. âTilburg komt daar heel goed uit,â zegt Van Meenen.
Lijkt mij een duidelijk boodschap van Van Meenen: de mate van toezicht op het Hoger Onderwijs is uit de hand gelopen. Hij spreekt van âgeorganiseerd wantrouwenâ en is het volmondig eens met de Rector, die had ook nog eens laten becijferen dat het toezicht jaarlijks alle universiteiten twintig miljoen euro kostte.
Ik was dan ook verrast door de motie Van Meenen indiende vorige week. Met uitzondering van VVD en PVV is deze aangenomen. De motie leest:
constaterende dat de Inspectie van het Onderwijs zelf stelt dat op dit moment summiere eisen worden gesteld aan het interne toezicht en dat de naleving onvoldoende is;
overwegende dat de medezeggenschapscultuur van cruciaal belang is voor de waarborging van de kwaliteit van het onderwijs op opleidings- en instellingsniveau;
verzoekt de regering, de omgang met medezeggenschap, het organiseren van tegenspraak en het voldoen aan verplichtingen van regelgeving ten aanzien van medezeggenschap op te nemen in het toezichtskader van de Inspectie van het Onderwijs zodat dit kan worden meegenomen in het risicogericht toezicht voor po, vo en mbo en in de instellingsaccreditatie voor het hoger onderwijs,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Minister vindt de motie overbodig en schrijft in een brief:
Ik ga ervan uit dat de motie van dhr. Van Meenen niet beoogt om bij ieder inspectieonderzoek, ook bij goed functionerende scholen, de medezeggenschap te onderzoeken, omdat dit zou leiden tot ongewenste en onnodige extra administratieve lasten. Daarom beoordeel ik de motie als overbodig. Zoals aangegeven in de inleiding deel ik de doelstelling van de aangehouden motie wel, en zie ik, gesteund door uw Kamer, de oplossing voor het versterken van de positie van de medezeggenschap eerder in het versterken van de medezeggenschapscultuur dan in extra regels.
Het moge duidelijk zijn dat ik dit een goede motie vind: verdere verankering van de medezeggenschap. Maar zorgt dit niet voor hogere papierstapels? Meer toezicht en meer regels? Van Meenen zag deze kritiek aan komen en zei tegen het Hoger Onderwijs Persbureau, dat hij:
instellingen graag ruimte en vertrouwen geeft: âMaar dan wel op voorwaarde dat ze bij hun studenten en medewerkers goed verantwoorden wat ze doen.â
Onverminderd blijf ik het een rare motie vinden uit de koker van Van Meenen.