Het is een van die uitnodigende december dagen om op de fiets het rivierengebied in te trekken. En dat doe ik deze keer met een bijzonder mens, genaamd Kees Kant. Ik leer hem deze dag kennen als een man van de vier B’s. Een bewogen mens en bevlogen natuurman en ook bekwaam kenner van de Betuwe, onder andere doordat hij jarenlang betrokken is bij de Waterschappen Rijn/IJssel en Rivierenland. Zijn fascinatie voor ‘ruimte voor de rivier’ vangt aan op 1 februari 1953 als hij – nog kind - ’s morgens om acht uur de buurman hoort roepen: “het water staat bij Gorkum tot aan de bovenkant van de dijk”. Deze gedenkwaardige dag vergeet Nederland niet meer! Later, in 1993 en 1995, beleven de bewoners van het Rivierenland nogmaals kritische momenten vanwege het hoge water, het wordt opnieuw een ‘bange week’. In die dagen is er vanzelfsprekend een enorm (nationaal) bewustzijn van onze kwetsbaarheid en daarmee veiligheid om tussen wassende rivieren te wonen en werken. Maar dit bewustzijn is lang niet altijd aanwezig, getuige de titel van dit verhaal. Een watersnood maakt ons weer wakker uit onze schijnveilige droom, waarin wij met de grote rivieren ‘landje pik’ gespeeld hebben. En met de projecten ‘ruimte voor de rivier’ ook weer land teruggeven aan de rechtmatige eigenaar, de rivier die voor ons leven zo belangrijk is. Op deze fietstocht, rondom Huissen, komen we langs de ‘kleinere projecten’, die lokaal een specifieke bijdrage leveren aan de veiligheid van bewoners maar ook aan de schoonheid van het landschapspark Lingezegen, een aantal jaren terug in ontwikkeling genomen. Als eerste halteplaats, staan we stil bij een duiker, die de waterverbinding regelt tussen Rijkerswoerd en het Immerloo Park. En tevens is hiermee de oude situatie hersteld, waarbij dit gebied haar voeding krijgt uit de Linge. In de 15de en 16de eeuw was dit een gebied met tal van watergangen en overlaten, waar veel kleine en grote overstromingen voorkwamen. De boerderijen in Elst, Bemmel en Huissen lagen – en dat kun je nog goed zien – op verhogingen of stuwwallen om droge voeten te houden. Later, toen dit gebied in cultuur werd gebracht, gingen we weer meer de Linge gebruiken. Een levensader voor de bewatering van de ommelanden. Die Linge is trouwens in WOII frontrivier geweest, na de slag om Arnhem, en daarmee een belangrijke markering in het landschap, aan de zuidkant lagen de Canadezen en noordwaarts de Duitsers. Toen bij Elden in de Betuwe de dijk werd opgeblazen, kwam dit gebied ‘plas-en-dras’ te staan, tot kort na de bevrijding. Heden ten dage zien we in het hele Linge-gebied een stelsel van watergangen met overlaten, die de bewatering reguleert. En in feite dateert dit vertakte stelsel uit de late Middeleeuwen. De Waterschappen hebben dit oude stelsel doorontwikkeld en ordenen en regelen hiermee de waterstanden, waarmee het water van de Linge wordt benut om verdroging van de weilanden zomers te voorkomen. En anderzijds is er een gemanipuleerde waterbergings-ruimte (buffer) gecreëerd om zonder problemen 50 cm waterverhoging te kunnen bergen. Want van Pannerden tot Gorkum is een hoogteverschil van 6 meter en van Pannerden tot Opheusden bedraagt het hoogteverschil 3 meter. Voorwaar een niet gering verschil, met alle complicaties van dien, ook voor de waterhuishouding. Het lijkt allemaal zo normaal als het met het water, in dit geval in de Betuwe, goed gaat. Dan heeft niemand wat in de gaten, maar gaat het verkeerd met ons rivierwater, staat iedereen op zijn achterste benen. Als in 1865 de derde cholera epidemie Amsterdam treft, overlijdt 15% van de bevolking. De aanleg van riolering en zuivering van rioolwater in combinatie met een betrouwbaar waterleidingnet, heeft gemaakt dat we schoon water de normaalste zaak van de wereld vinden. Maar besef wel, dat dit pas in de zeventiger jaren van de vorige eeuw praktijk was. Nu weten we zelfs door geavanceerde technieken uit afvalwater weer energie en grondstoffen te halen en ervaren ook dit weer als gewoon. Toch is het zo dat in de regulering van water een hele (wetenschaps)wereld schuil gaat! En verwijzend naar de titel, is er een catastrofe nodig om tot een voortvarende aanpak te komen. Het hoge water in ’93 en ’95 heeft geleid tot tal van regelwerken, rivierdijk verzwaringen en -verhogingen (gemiddeld anderhalve meter in de laatste 100 jaar) en de grootse projecten ‘ruimte voor de rivier’. “Zolang er niets gebeurt, blijft Nederland praten”. En het Deltaplan van de 21ste eeuw, wat nu op tafel ligt, is een proactief megaplan. Wij hebben altijd met het water liggen klooien. Immers, God schiep de wereld en vervolgens de Neder-landen. Wij kunnen ons niet permitteren, ons niet met het water bezig te houden. Het is ons bestaan en ons voortbestaan, ons beleven en overleven. Fietsend door het gebied ten zuiden van Huissen zie je op dit moment tal van duikers aangelegd worden. En zo manipuleren we onze waterhuishouding, de beheersing van het water, zoals wij dat willen. We zien een smalle watergang die verbreed wordt, om zo nog beter het land bij droogte te kunnen ‘vernatten’ en dus reguleren. We staan op de Huissensedijk stil – tot 1977 een waterkerende dijk - bij een bekend punt: het gemaal. Ooit aangelegd voor inundatie, een wezenlijke functie om water op te pompen en te reguleren naar het oppervlakte water in Malburgen. Of zelfs aan te wenden voor onderwaterzetting bij een eventuele oorlogsdreiging. Het verschil in waterhoogte aan beide zijden van de dijk, die wij verder af fietsen, betreft 1,20 meter. En dan staan we in een keer op historische grond, bij de grote Holthuizer klei Kolk, die in het midden wel 10 meter diep is. Hier wordt de dijk door struikgewas min of meer overwoekerd. Op deze plaats, waar nu de kolk ligt, is in 1651 de Huissensedijk doorgebroken. Deze kolk heeft ondergronds nog een verbinding met de Rijn. De stand van de Rijn en het regenwater bepalen dan ook de waterstand van de Holthuizer Kolk. We fietsen nu verder langs een oude strang, richting park Immerloo en de woonwijk Malburgen, een voorbeeld van ‘landje-pik’, want dit gebied lag voorheen gewoon onder water. Even verderop, meer noordwaarts, zie ik de Kleiplas liggen, waar vroeger steenfabriek Malburgen stond. Ik zie nu dat er naast de dijk een kwelkade loopt, een lichte verhoging van zo’n 70 cm, genoeg om stijgend water tegen te houden. Deze waterwering is in de Betuwe op meerdere plaatsen op een natuurlijke wijze in de praktijk ontstaan. En het water op het land gaf dan voldoende tegendruk om het kwelwater te stoppen. We fietsen door en zien in de verte het meetstation bij de splitsing van de IJssel en de Bovenrijn en het regelwerk Westervoort. Deze aanvullende verdeelmogelijkheden kunnen worden ingezet om de verdeling van het water van de Rijn ook in te vullen bij hoge wateraanvoer via diezelfde Rijn uit Duitsland. En dat betekent in een grotere context, dat de waterverdeling over de Waal, het Pannerdensch Kanaal en verderop bij de splitsing van de Rijn bij Arnhem en de IJssel als volgt gereguleerd wordt. Namelijk 6/9 Waal en 3/9 Pannerdensch Kanaal en deze 3/9 wordt bij Arnhem weer verdeeld in 2/9 via de Rijn en Lek en 1/9 via de IJssel. Zo is bij het Looveer een brede kade in de uiterwaarden gemaakt om de rivier in het bed van de dijk te houden. En zo zie je ook nog een oude Rijnstrang die vroeger gebruikt werd voor bevaring, namelijk om in Huissen de kersen op te halen. Verderop de dijk lezen we een informatiebord over de Vlote (ondiep) Bloem. Hier is in 1770 ook een dijkdoorbraak, vlak bij Huissen, geweest, daar waar nu een kleine kolk ligt. Je moet je voorstellen dat het Betuwelandschap vroeger werd doorsneden door rivierlopen en oeverwallen. En soms ging het wel eens fout en waren de mensen in Arnhem blij dat het in Huissen was gebeurd! De plek waar ik nu sta, kent nog wel een fraaie legende. Er wordt op deze plaats beweerd dat hier dwaallichtjes – zielen van gestorven, ongedoopte kinderen – rondwaarden. Op een avond zag een Huissenaar een dansend vlammetje boven de Vlote Bloem. Hij besprenkelde het met water en hierop verschenen als bij toverslag duizenden lichtjes, die in koor riepen: doop ons, doop ons. Al dopende zou de Huissenaar daarop voor legio kinderzieltjes de hemelpoort geopend hebben. We hebben vandaag regionaal naar het rivierlandschap gekeken. En daar in het kader van veiligheid en landschapsontwikkeling een voortvarende aanpak waargenomen. Echter, het klimaat en de klimaatsverandering houdt zich niet aan landsgrenzen. Het denken in grensoverschrijdende dijken en afgestemde veiligheidsnormen (Europees) zullen in Deltaplan 21ste eeuw leidend moeten worden. Zou het zo zijn? Onze boeiende fietstocht is na ruim 3 uur en 29 km ten einde. Ik pak in het voorjaar bij de Vlote Bloem de verhaaldraad weer op. En dat doe ik dan graag met mijn maat, Kees Kant. En zo wordt op deze plek, twee en een halve eeuw later, een ‘rivierjutter’ omgedoopt tot een ‘polderjutter’.