Schotse flora #2
No title available
No title available
Not today Justin
hello vonnie

shark vs the universe

@theartofmadeline
Show & Tell
Misplaced Lens Cap

JVL

if i look back, i am lost
AnasAbdin
trying on a metaphor
will byers stan first human second

❣ Chile in a Photography ❣
art blog(derogatory)
tumblr dot com
YOU ARE THE REASON
Sade Olutola

JBB: An Artblog!

Kaledo Art
seen from Australia

seen from Brazil

seen from Brazil
seen from United States

seen from Tunisia

seen from Brazil
seen from United States

seen from Morocco
seen from Uruguay
seen from Ireland

seen from Malaysia

seen from Türkiye
seen from Chile
seen from Puerto Rico
seen from United States
seen from Venezuela

seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from United States
Schotse flora #2
Schotse flora
Schotland
juli 2023
15 minutes in England
Scunthorpe, England
06/07072023
Edinburgh
07072023
Het dagelijks schrijven 24.4.23
Waar zijn die werelden die schrijvers bezoeken en neerpennen? Via hun boeken vind ik de weg, maar zonder de wegwijzers van hun pagina's kom ik er niet.
Ik zoek mijn verhaal, heeft iemand het gezien? Het leeft ergens tussen de cellen van mijn lichaam, in de spierknopen naast mijn wervels en de neuronen in mijn brein. De laatste jaren besta ik uit ontrafelen, en het is prachtig. Maar hoe weef ik die losse stofdraadjes nu tot een verhaal? Een levend verhaal, dat van onder mijn vel onder dat van een ander kan kruipen om daar knopen te ontwarren en neuronen te verbinden.
Een verhaal dat ontrafeld, dat nieuwe stofdraadjes uit iemand lijf en ziel plukt en gladstrijkt.
Dat een klein knoopje hier en daar koestert, want soms gaat het om de knoop en niet de draad.
Misschien een verhaal over het weefgetouw van de schrijver. Of de omgekeerde stoffenmaker. De ontstoffenmaker, op zoek naar de rode draad.
Ik schrijf maar wat.
Het dagelijks schrijven 21.4.23
Geluk brengt stilte.
Waar alles vroeger schreeuwde om gehoord te worden, zit geluk nu in stilte te genieten. En plots is daar vogelzang, dichtbij én veraf. De bladeren die tegen elkaar aanschurken in de wind. En de wind, dat zuchtje, dat stille zuchtje.
Ik ben niet langer de woorden die zich wringen in een zin; ik ben de spaties tussenin.
Ik ben niet langer het geschrift, maar de ruimte op het papier.
Vol van leegte en luid van stilte
en alles wat ooit nog kan zijn;
dat ben ik nu.
huid = huis
Corbeny, april 2023
Reims & Corbeny april 2023
Het (niet zo dagelijks) schrijven
We vatten de wereld in woorden. We verbinden woorden aan betekenis en vergeten dat het ene niet hetzelfde is als het andere. Een stoel is een stoel, ook al benoem je het anders. We doen dat zodat we elkaar begrijpen: als we allemaal dezelfde woorden gebruiken voor dezelfde dingen, weet iedereen waar het over gaat.
Maar zo eenzijdig is het niet.
Er zijn gedachten, er zijn emoties, er zijn alle dingen die we niet in onze handen kunnen houden en tonen aan de ander. Het zou gemakkelijk zijn. Als we ons geluk en verdriet in onze handen zouden nemen, tonen aan de ander en zeggen: dit is mijn geluk, dit is mijn verdriet. Dan zou de ander zien dat het niet hetzelfde is als hun geluk of hun verdriet (eigenlijk klopt het beeld al niet dat dat twee aparte dingen zouden zijn).
We koppelen woord en betekenis. Vraag en antwoord.
“Hoe gaat het?” wordt opgevolgd met “goed”, “slecht”, “moe”, “ziek”. “Hoe voel je je?” hoort bij woorden als “gelukkig” “tevreden” “verdrietig” ... Maar wat dat betekent is voor ieder anders.
We gebruiken onze taal te beperkt.
Ik voel me als de nachtelijke sterrenhemel. Ik voel me licht en donker. Ik voel me als een kale winterboom met natte takken. Ik voel me als een rups op een groen blad. Ik voel me als een zonnestraal die zichtbaar wordt dankzij de stofdeeltjes die dwarrelen. Ik voel me mist. Regen. Geel. De condens op glas. Als het glas én de condens. Als een haarpluk die verkeerd valt. Als een blad dat neerdwarrelt en nét op die ene paddenstoel neerkomt. De staart van een kat die zwiept.
En nog zoveel meer. En minder. Alles. En niets. Woorden die veel betekenen, die zoveel betekenen dat het niets wordt. Zoals oneindig.
En hoe we dat allemaal tot ons nemen. Hoe we blijven zoeken naar woorden, naar beschrijvingen. Hoe we lezen en leren van anderen die het al eerder hebben geprobeerd. Al die gedachten, al die filosofie, de termen, de definities, de logische redenering en die niet zo logische redenering. Al het absurde en het realistische, de puurheid en de veelheid, zijsprongen en voetnoten. We lezen, we studeren, we memoriseren en maken het van onszelf. En we blijven zoeken en lezen en studeren en memoriseren en zeggen dat we het van onszelf hebben gemaakt. Tot we ontdekken dat dat niet zo is. Dat al die woorden ons ondersneeuwen, dat we de sneeuwman zelf maken terwijl we al gemaakt zijn.
En dan pas begint het vergeten. Dan ontdekken we dat al die woorden vaak minder zijn dan meer.
Schrappen is schrijven.
Vergeten is weten.
Het is maar een idee.
Het (niet zo) dagelijks schrijven
11:01
Het is gedichtendag. Ik lees Rilke en denk aan de winter. Of andersom: ik denk aan de winter en ik lees Rilke. Want Rilke schrijft: “Tending my inner garden went splendidly this winter. Suddenly to be healed again and aware that the very ground of my being — my mind and spirit — was given time and space in which to go on growing; and there came from my heart a radiance I had not felt so strongly for a long time… “
En dan denk ik: zo gaat dat dus. Tijdens de winter. Wat dood lijkt, blijkt te slapen. Te groeien in slaap en te helen in rust.
Ik pleit voor een winterslaap. Een pauze van al wat moet. Een pauze van rondrennen, voornemens, van ‘ik mag ... als ik eerst...’, van toestemming en ontzeggen, van willen en moeten en doen omdat het resultaten oplevert. Een pauze van resultaten, van ‘ergens naartoe werken’, van wroeten in toen en bouwen aan morgen.
Ik pleit voor breien en boeken. Voor simpelweg onder een dekentje zijn. Ademen en zijn. Thee drinken en zijn.
Dus nee, ik ga niet schrijven omdat het gedichtendag is. Ik zoek hooguit een citaat van Rilke, omdat ik dat wil.
Want niets moet.
Het is winter. Moet slaapt en ik deel mijn deken met Mogen.
We mogen content zijn.
11:10 (We zijn er bijna, dat mag.)
Thuis + zijn.
Stukken van mezelf
over de jaren heen
Het dagelijks schrijven
De stem is een spier.
Daar word ik aan herinnerd terwijl ik schor “1 bol pistache” vraag. Mijn stem klinkt vreemd, onbekend en ongebruikt. Ik heb al 3 dagen geen woord gesproken.
Thuis praat ik met de katten. Met mijn broer. Met de man van de nachtwinkel. Met bekenden op straat in de stad. Soms ook met een onbekende op straat in de stad. Ik kan niet opsommen welke woorden ik uitspreek, en waarom.
Hier aan zee praat ik met de man van het ijskraam, de ober van het cafeetje op de markt en de puber aan de kassa van de GB. Mijn uitgesproken woorden zijn herleid tot “1 bol pistache”, “met de kaart”, “een pintje aub”, “merci” en “alstublieft”. Soms ook een “goedemiddag/avond”. Gering maar praktisch.
En mijn onuitgesproken woorden zijn groots. Een oneindige dialoog die drijft op de golven van de zee met de diepte van een oceaan.
En de betekenis zit in de stilte. In de spaties tussenin. In de zon die tussen de takken door schijnt, de wind die door een kiertje blaast. In het moment na een stap in een plas, wanneer het zand traag weer naar beneden dwarrelt en op net een andere plek beland.
En zo verleg ik de hele dag zandkorrels
binnenin de stilte
zodat de spier van mijn stem bewust weet waar elk korreltje zich bevindt
en waar het naartoe moet
en hoe te trillen om dat te laten gebeuren.
Het dagelijks schrijven
Aan zee voelt het gewicht van het water minder zwaar, alsof de zandkorrels hier meer draagkracht hebben. Alsof de zeelucht meer doet dan slechts herinneren aan luchtigheid. Toch, grijze lucht in juli blijft grijze lucht in juli. Ik voel het hele land snakken naar de warmte van de zon, zeker nu we letterlijk overstroomd worden.
Ik heb een vriend die ik als dagboek gebruik. We zien elkaar zelden, maar als het me niet lukt om voor een onbestaand oog te schrijven, schrijf ik hem een e-mail zoals ik in mijn dagboek zou schrijven. Vandaag schreef ik hem over water. Over de zee, over regenstormen, over emoties en dijken, over zwemmen of verzuipen, over de dingen laten stromen maar niet goed weten of het een zuiverende stortbui of een allesverslindende overstroming zal worden.
En dat waterlopen moeilijk te sturen zijn. Dat het niet altijd een keuze is: de sluizen openzetten of de boel barricaderen. Dat je het vaak pas weet, als het al voorbij is.
Ik hoop dat het hier vandaag ook even regent, uit solidariteit met de rest van het land. Dat er voor elke zandkorrel een druppel is en voor elke druppel een zandkorrel, en dat de wind ervoor zorgt dat de twee elkaar vinden. Dat alles stroomt, maar enkel daar waar het dient te stromen zodat geen druppel het zand of de lucht overheerst.