Afgelopen zondag ging ik als opstapper mee met lieve havenvrienden die Rotterdam City Marina hebben verlaten. De motorboot lag al in de nieuwe jachthaven, zondag was de beurt aan de zeilboot: de Wauquiez Hood 38 waar ik al ruim een seizoen verliefd op ben. Het weer was bagger (veel wind, regen en hagel) maar met lieve, leuke mensen op een fijne boot heb je al snel lol. Ik ging mee tot Alphen aan den Rijn, wat we door een stremming van de Staande Mast Route in twee dagen zouden doen.
De schipper was zo vriendelijk om het stuurwiel aan mij toe te vertrouwen; ik was wel benieuwd of mijn antipathie jegens stuurwielen op zeilboten terecht was. Nee dus: het is heel even wennen maar het stuurt eigenlijk net zo fijn. Scheelt ook dat het stuurwiel van ‘Hoody Hood’ zoals ik de boot liefkozend noem niet zo idioot oversized is. En wat is het fijn als je geen bootyoga hoeft te doen om bij je morsehandle (gashendel) te komen!
WSV Gouda Het tochtje was nat, koud en gezellig. We tuften rond 10 uur de haven uit en lagen ergens rond 14:00 uur in WSV Gouda. Hoe laat het precies was zijn we vergeten te noteren; de schipper wilde naar WSV Gouda en ik pruttelde nog even dat we wellicht beter aan de kade konden gaan liggen, dichter bij het stadje. Eerst maar eens de haven bekijken. De ingang ligt verscholen bij de betonfabriek en we voeren een slootje in dat ons niet heel hoopvol stemde. “Ik zie wel masten,” zei de schipper hoopvol. “Hmmm,” vond ik. Met een puist wind op de kont tuften we verder het vaartje in.
“Verrek – daar ligt Onderdoorijk,” riep ik, toen we een Lagoon zagen liggen die een maand eerder uit Rotterdam was vertrokken. “Oh, en daar liggen de Aussies,” zag de schipperse — een Australische boot die de hele dag al een stuk voor ons had gevaren. Vervolgens ontdekten we de havenmeester, die ons -niet geheel tot onze vreugde- naar een box een heel eind verder in het slootje stuurde. Hoorde ik hem nou “Even kijken of het past” zeggen? We keken elkaar wat zorgelijk aan – het slootje was te smal om te draaien, langs de kant lagen keien en er stond een pittige wind op de kont. Nou ja, we zullen wel zien …
Even kijken of het past We zagen pas hoe smal de box was toen we de neus tussen de palen staken. Minstens een halve meter te smal voor de 3.60m brede bolle wangen van de Hood. Gdvrdmme. De havenmeester stond op de vingerpier en zei dat we beter even konden draaien. Haha, alsof we een keuze hadden: we konden niet naar voren of naar achteren, dus de wind gooide de kont al snel om. Met de neus nét ver genoeg tussen twee metalen palen (!) gedrukt lieten we de kont draaien en wisten, dankzij een knap stukje manouvreerwerk van de schipper en veel heen-en-weer gestuiter van ons dekmatrozen om de boot en verstaging vrij te houden van palen, uitstekende davits en andere grappen, zonder krassen terug te varen.
“Leg hem maar aan de ark,” riep de havenmeester. Aan de ark? Mooi, dat is een heel stuk terug en niet in dat hele smalle slootje. Nu met de neus de goede kant op (en in de wind) terug naar waar we vandaan kwamen. Vol in de rem toen we zelf zagen dat aan de ark helemaal niet kon, maar voor de ark wel. Maar goed, na wat geschuif met stootwillen lagen we prima vast aan een stalen motorboot. “Nou, we hoeven ons in elk geval niet meer af te vragen hoe we uit dat slootje komen,” stelde de schipper met een grijs vast.
Huisbroekenpret We lagen zo’n 30 seconden lopen van de Action, dus ik was al rap van boord om daar even te gaan snuffelen tussen alle leuke hebbedingetjes waar ik aan boord helemaal geen ruimte voor heb. Ik had het best koud en was mijn slobber-outfit vergeten, dus ik wilde een warme huisbroek hebben. Mja, de Action heeft altijd wel erg bijzondere kleuren en motieven … Zo kon het zijn dat ik terug aan boord een fleecebroek in knalroze tijgerprint aantrok, die ik combineerde met slofsokken van de schipper om een écht fashion statement te maken.
Alphen aan den Rijn, here we come De volgende morgen tuften we drie kwartier voor de opening van de spoorbrug het haventje uit. Erg bijtijds, maar we waren de één na laatsten en wilden de opening niet missen. Achteraf hadden we veel later kunnen vertrekken, maar goed. Rustig wat op en neer gevaren en genoten van het feit dat het even droog en zelfs een beetje zonnig was. Hopla, stipt op tijd door de spoorbrug richting Alphen aan den Rijn, waar ik af zal stappen en de boot nieuwe verstaging krijgt.
Wie de Staande Mast Route van Gouda naar Alphen aan den Rijn wel eens gevaren heeft weet dat je nogal wat bruggen tegen komt. Met een klein groepje (een groter zeilschip dat ‘s ochtends achteruit de haven van Gouda verliet wegen gebrek aan ruimte om te draaien, een kleiner bootje uit Gouda en, achter ons, de Aussies) tuften we in ganzenvaart van brug tot brug, deden braaf onze ‘kont in de wind’ exercities tijdens het wachten en maakten ons uit de voeten toen een tijdelijke stremming werd opgeheven en een binnenvaartschip en duwcombinatie de eerste opening kregen.
What are they doing now? “What’s going on?” vroegen de Aussies, die het Nederlandse gebabbel op de marifoon uiteraard niet konden verstaan en zich zichtbaar afvroegen wat die kaaskoppen nu weer aan het doen waren. “We have to make some room,” riepen we terug en wezen op wat er net zichtbaar werd onder de brug. De Aussies maakten zich ook uit de voeten, de andere twee boten opteerden voor in de weg blijven liggen en alsnog de brug voor hun neus zien sluiten. Haha :) Uiteindelijk gingen we alle vier tegelijk onder de brug door.
Veel regen en wat hagel verder kwamen we aan in Alphen aan den Rijn. De kade van de tuiger was niet erg fijn door de dikke uitstekende bouten en de lage, houten balk die de stootwillen steeds tussen wal en schip omhoog drukte. De schipperse en ik gingen subiet autobanden scoren, de schipper lieten we achter om op de boot te passen. De mast zou er de volgende ochtend pas af gaan, maar toen we terug bij de boot kwamen stond de kraan al paraat. We waren net op tijd om wat mee te helpen. Niet dat de mannen dat allemaal niet zelf kunnen, maar extra ogen en handen paraat kan nooit kwaad.
Zo krom als een Chiquita banaan Terwijl ik vanuit de kajuit door het luik keek zag ik de top van de mast zo krom staan als een Chiquita banaan. “Stop! Het zijstag zit vast!” brulde ik uit het luik. De alerte schipperse hoorde me en wist schade te voorkomen. Oef. Kijk, daarom moet je je verstaging altijd vast zetten aan de mast vóór je de kraan in beweging zet … Nu was er een stag aan de railing blijven hangen. Waarschijnlijk aan de aandacht ontschoten door een Hallberg Rassy die bijna volgas langs kwam varen (op een dichte brug af …) en die, toen we gebaarden dat hij wat rustiger moest varen in verband met het kranen van de mast, nog maar wat gas bij gaf.
Ik weet niet waarom, maar negen van de tien keer zijn Hallberg Rassy eigenaren hufters. Dit was geen uitzondering. En nee, ik heb geen ander woord voor een schipper die zelf nota bene ook een doorgestoken mast heeft en expres zoveel mogelijk overlast veroorzaakt bij een boot die aan een kade ligt en waarvan de mast net halverwege de kajuit in de kraan hangt. Om vervolgens net voorbij de boot te moeten wachten op een gesloten brug die nog niet eens rood/groen gaf. Dan ben je dus gewoon een hufter, punt.
Afscheid Met de mast veilig naast de boot en een snorrende kachel voor de koude bemanningsleden was het voor mij tijd om weer terug te gaan naar Rotterdam. Terwijl ik dit schrijf krijgt ‘Hoody Hood’ als het goed is haar nieuwe verstaging en staat de mast er vanmiddag weer op. Dan gaat de bemanning door naar de nieuwe jachthaven en mist ons groepje bootbewoners twee van haar geliefde boten en havenbewoners. Snif … :(
Dag, Hoody Hood en lieve crew!
Over smalle slootjes, vastzittende stagen (en Rassy vaarders): een lang verslag over een korte tocht ;) >> Afgelopen zondag ging ik als opstapper mee met lieve havenvrienden die Rotterdam City Marina hebben verlaten. De motorboot lag al in de nieuwe jachthaven, zondag was de beurt aan de zeilboot: de Wauquiez Hood 38 waar ik al ruim een seizoen…
















