Maandagavond.
19 oktober 2015
Ik bevind me op de tweede verdieping van het R-gebouw van de UA, slechts enkel meters verwijdert van haar. Het enige die onze blikken scheidt, is een groene deur van enkele centimeters dik. Ze leert er momenteel over wijsgerige psychologie en allerhande andere zaken waar ik niets van begrijp.
Rond 18u45 stopte mijn les, een les over de economische aspecten van migratie en integratie, een les die uren langer leek te duren dan de werkelijke duur. Deze ingebeelde verlenging zou logischer wijze te wijten kunnen zijn aan de saaiheid van de les, aan het niets nieuw brengende van de stof die me voorgeschoteld werd, het zou kunnen te wijten zijn aan de honger die mij overheerste, maar het was niet enkel en alleen aan deze gegevens te wijten; het gemis van haar aanwezigheid was een groot gegeven geweest, ze liep rondjes in mijn gedachten, en ik had behoefte aan het vasthouden van haar ooh zo knuffelbare lichaam.
Geduldig wacht ik in de gang, geduldig wacht ik tot het moment dat haar professor beslist dat het genoeg is geweest, dat de leerstof zijn einde heeft bereikt voor vandaag.
Ik zag haar donderdag voor het laatst, er zijn op dit moment dus zo’n 4 dagen verstreken. 4 dagen lijken niets, 4 dagen zijn in hun essentie helemaal niets, maar 4 dagen zonder dit fantastische schepsel, deze fantastische creatie van moeder natuur, dat zijn er heel wat!
Ik wacht.

















