Alles wat we niet zeiden.
seen from United States
seen from China
seen from Yemen
seen from Italy

seen from T1
seen from Germany
seen from United States

seen from China

seen from Venezuela
seen from United Kingdom
seen from Germany

seen from United Kingdom

seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from Malaysia

seen from United States

seen from United States
seen from China
seen from United Kingdom
Alles wat we niet zeiden.
We zullen zien voelen willen vluchten
Een probeersel met een kleine verrekijker.
[en dat allemaal voor volmaakte mensen die op de één of andere manier bijna geen mensen meer omschrijven]
Ik ben geen ochtendmens; nooit geweest. Maar sinds ik hem ken sta ik met veel vreugde vroeg op, al is het maar om hem een simpele ‘goeiemorgen’ te wensen. Ik geniet meer van de zon, de kleuren die ik onderweg zie en die kleine (fijne) dingen van het leven. Hij geeft en vult mij met zijn liefde en ik straal dat uit, zomaar, omdat hij dàt effect op mij heeft. Zijn zachte aanraking laat mij sidderen, beven, vol verlangen naar meer. Meer hem, en nog meer ons. Ik ben geen ochtendmens; maar opstaan doe ik graag zolang ik in zijn boomstamkleurige (bosgroene) ogen kijken kan, erin verdwalen kan. Zodat ik zijn lieve zoentjes op mijn huid voelen kan, mezelf in zijn armen kan sluiten en kan dromen over 'voor altijd’ en 'wij samen’. Ik ben geen ochtendmens; en ook al sta ik zo vroeg op, een glimlach blijft op mijn lippen kleven en dromen doe ik toch.
Kan ik voor één keer...
Voor één keer In de spiegel kijken en een reflectie zien dat me geen pijn doet, voor één keer op de weegschaal staan en een nummer zien dat me niet verschrikkelijk laat voelen, voor één keer nog eens een dag zonder medicatie doorbrengen zonder me slecht te voelen, voor één keer in mijn haren wrijven zonder dat er haar uitvalt of ik kale plekken voel, voor één keer in gedachten verdwalen zonder dat er tranen over mijn wangen rollen, voor één keer eens oprecht gelukkig zijn met de persoon die ik ben. -Yente
Ik voel mij als het laatste korstje van een boterham, dat je meestal laat liggen omdat je het beste ervan hebt gehad & omdat het simpelweg niet smaakt, dus gooi je het maar in de vuilbak. Ik voel mij als een ijsblokje dat zo comfortabel was met het koude gevoel van water rond zich, maar dat nu ligt weg te smelten in een leeg glas op een veel te klein tafeltje in een overbevolkt café. Tegelijk voel ik mij als de zon die je huid probeert te werwarmen & je ogen wil doen stralen, dezelfde zon die je afblockt door en zonnenbril & een parasol. Ik voel mij als een pen die bijna leeg is, maar die je toch al besluit te vervangen door een nieuwe, omdat ik binnen- kort toch geen dienst meer zal doen. Als een theezakje die, zichzelf verbrandend, smaak geeft aan jouw kokend warme water. Na enkele minuten beland het toch in de vuilbak, want het heeft zijn smaak afgegeven & zijn dienst gedaan. Misschien wil dat laatste korstje ook wel opgegeten worden & wil het ijsbloke zich eerst vermengen met het water vooraleer het het glas verlaat. Misschien is het wel de zon die de hulp in roept van de wolken, die ons benemen van haar warmte. Want wat voor nut heeft het om warmte te geven wanneer we het afblocken. Misschien wil die pen, die je zo trouw door je goede & slechte dagen heeft geholpen, helemaal niet vervangen worden. Die wil misschien wel belanden in een doos vol met jouw herinneringen. Misschien heeft het theezakje even tijd nodig om te bekomen van zijn brandwonden, vooraleer je het tussen het vuil gooit. Maar daar staan we niet bij stil, want het zijn maar futiliteiten, toch?