Al het steen dat buiten staat is in meer of mindere staat van verval. ‘Zo hard als steen’ is misleidend; omdat steen niet mee geeft kan het snel beschadigen. Ter inleiding laat Snellaars in een presentatie zien hoe ze een beeld van Willem II heeft gemaakt.
Natuursteensoorten zijn op twee manieren te categoriseren: naar samenstelling of naar ontstaan.
Naar samenstelling
Sillicumgroep (hoofdbestandeel is kwarts, zoals glas en zand)
Calciumcarbonaat groep (mineraalcalciet. Gevoelig. bv Marmer is calciet uit kalksteen.)
Met zuur is te bepalen tot welke groep een steen behoort.
Naar ontstaan
Stollingsgesteente
Sedimentgesteente
Metamorfe gesteente
Stollingsgesteente (Magmatisch)
Afgekoelde magma, onder de aardkost.
Onder te verdelen in
Dieptegesteente- ‘steensoep’ goed uitgekristaliseerde mineralen
Ganggesteente- koelt sneller af dus andere structuren. Vaak dubbele namen.
Uitvloeiingsgesteeente- magna aan de oppervlakte= lava. Door hoge druk ontstaan geen kristallen.
Sedimentgesteente (8% van alle gesteente)
Versteend/aaneengeklit zand, kalk of klei
afzetsgesteente -deeltjes door verwering naar beneden
Metamorfe gesteente (27 %)
ontstaat onder hoge druk. Kan mix zijn van stolling en sendimentsgesteente.
Winning van natuursteen
Loshalen van banken.
-Draadzagen (Draad met diamantkoppen +/- 25 meter, lus om wiel.
-Springen (Belgisch hardsteen, let op kwaliteit)
-Loswiggen (met name marmer en kalksteen)
-Splijten (leisteen en kwartsiet - laagjes)
Bewerken van natuursteen
Steenhouwen
Gereedschappen, hand, pneumatisch, electrisch
Oppervlakte bewerken
-Frijnen, scharrelen, boucharderen, splitsen
Beeldhouwen
1. taille directe - direct in steen zoals Michaelangelo
2. taille indirecte - naar model
Schets model in klei, model 1:1 in gips, punteren met punteer apparaat.
Gereedschap; hand pneumatisch electrisch
Wat is gips?
Krasgevoelig, Poreus, watergevoelig, trekt snel oppervlakte vuil en stof aan.
Calciumsulfaat. Plaitre de Paris. Poreus en heel zacht, een 2 op de schaal van Mohs. Grote kans op mechanische schade door metaal of hout aan binnenkant.
Gipscollecties ontstaan in de 17de eeuw, voor musea en tekenonderwijs. Ook privecollecties, bv van Rembrandt. Als studieobjecten niet bedoeld voor de eeuwigheid. Vaak bij gips afwerkingslagen, waar je vaak schadesymtomen bij kan herkennen. Meeste schade ontstaat bij transport.
‘Man tekenend naar een gipsmodel’ , Rembrandt van Rijn
Beheer: Lage RV 40-55 %, T tussen de 13-18 graden. Monitoren op zout uitbloei/scheurtjes. Stabiele ondergrond. Let vooral op temperatuur schommelingen. En op het niet mogen aanraken door bezoekers.
Handling: handen wassen, plastic handschoenen. Inzicht krijgen van gewicht, Routing, heftrucks, let op accu en olie.
Aantastingen:
Chemische aantasting: van buitenaf met mineralen bv regen.
Fysieke verwering: gevolg van verandering in structuur, zouttransport
Biologische aantasting: schade door biologische begroeiing zoals mossen en korsten
Beïnvloedende factoren:
schilderen, verflagen
ijzer, zet uit
trillinge, bv vrachtwagens
brand
verkeerd onderhoud
oude restauraties, bv opvullen met cement
zwellingen
Biologische aantasters
Korstmossen (lichen) groeien in poriën. Kleine worteltjes, scheidden ook een soort zuur uit. Lost, al duurt het jaren, het bindmiddel in steen op.
notes
-Sediment en metamorfe en marmers - hebben poriën, kunnen heel zacht zijn.
-Albast is een metamorfe van gips
-steen slijt in de richting van het groefleger.
-vocht plus vries maakt kapot.
Links:
-Icomos.org
-conservering van gipscollecties
Organisch materiaal is hygroscopisch en heeft een plantaardige oorsprong. Kort door de bocht gezegd is Anorganisch materiaal het tegenovergestelde.
Steen, Metaal, Keramiek en Glas zijn allemaal uit mineralen, niet uit koolstof, opgebouwd.
Chemisch valt onder organisch maar het is een grijs gebied. Anno nu is het wel zuiverder gemaakt dan vroeger.