'Google is een uitgever,' zegt de rechter in München, en is aansprakelijk voor de fouten in de ai overviews
Twee bedrijven uit München zagen hun bedrijfsnaam opduiken naast woorden als "abonnementsvallen" en "dubieuze handelspraktijken". Niet in een boze review of bij een concurrent, maar bovenaan Google, in de AI Overview. En de bron van die beschuldigingen? Die bestond niet. Google Ai Overview had de verbanden zelf verzonnen, door de uitgevers te verwarren met bedrijven die wél vuile handen hadden.
De uitgevers stuurden een ingebrekestelling, Google reageerde onvoldoende, en dus deed het Landgericht München op 28.05.2026 uitspraak, bericht The Next Web: Google is rechtstreeks aansprakelijk voor wat zijn AI Overviews beweren. (link naar het oorspronkelijke document)
Het is een voorlopige uitspraak, maar wel één met een redenering die de hele sector aangaat.
Google is met z'n ai overviews geen zoekmachine meer, maar een uitgever
Zoekmachines genoten altijd een beperkte aansprakelijkheid: zij verwijzen alleen maar naar andermans content. AI Overviews doen volgens de rechtbank iets fundamenteel anders. Ze genereren zelfstandige, nieuwe, inhoudelijke uitspraken in Googles eigen woorden. Conclusie: dat zijn eigen uitspraken van Google. Dus is Google een zoekmachine meer, maar een uitgever.
Het verweer van Google — gebruikers kunnen de bronnen toch zelf checken — veegde de rechter van tafel, met een parallel uit het persrecht: een misleidende teaser blijft onrechtmatig, ook als niemand het volledige artikel leest. De cijfers geven hem gelijk. Amper 1 procent van de gebruikers klikt door vanuit een AI Overview.
Opgelet: dit is een voorlopige maatregel van een regionale rechtbank, geen bindend precedent, en Google kan in beroep. Een andere Duitse rechtbank wees onlangs een gelijkaardige claim van een chirurg nog af, maar bevestigde wél het principe dat Google aansprakelijk kán zijn.
Hoe vaak zit AI ernaast?
Vaker dan de interface doet vermoeden. Een analyse voor The New York Times becijferde dat Googles AI Overviews — die op Gemini 3 draaien — in zo'n 91 procent van de gevallen accuraat zijn. Klinkt goed, tot je het tegen Google-schaal afzet: die foute 9 procent telt op tot miljoenen verkeerde antwoorden. En meer dan de helft van de júiste antwoorden bleek niet eens gedekt door de geciteerde bronnen.
OpenAI is daar zelf eerlijk over. In hun paper over hallucinaties van september 2025 tonen ze dat gpt-5-thinking-mini op de SimpleQA-test in 26 procent van de gevallen een fout antwoord geeft. Het oudere o4-mini: 75 procent. Hun eigen verklaring: de manier waarop modellen getraind en getest worden, beloont gokken boven toegeven dat je iets niet weet.
Data-gedreven AI is geavanceerde statistiek. Niet meer, niet minder. Wie een antwoord nodig heeft dat honderd procent juist moet zijn, moet niet bij een chatbot aankloppen.
En ChatGPT?
De rechtbank zegt zelf dat haar redenering verder reikt dan Google: ze kan gevolgen hebben voor elke answer engine, van ChatGPT tot Perplexity, en kan internationaal doorwerken. Benieuwd in hoeverre de disclaimer "AI can make mistakes" zal volstaan.
Voor merken zie ik twee lessen.
Eén: jouw bedrijf kan morgen zelf in zo'n verzonnen samenvatting opduiken. Weet jij wat een AI Overview vandaag over jouw merk beweert?
Twee: wie publiceert, is verantwoordelijk voor wat er staat. Dat gold altijd al, maar de rechter herinnert er nu Google aan en benadrukt zo de verantwoordelijkheid die uitgevers hebben. "De AI heeft het geschreven" telt niet als verweer. Voor Google niet, voor jouw merk evenmin.
Daarom zit er in elk content-systeem dat ik bouw een eindredactielaag tussen het model en de publish-knop.
Ben je niet helemaal content met jouw content? Neem contact op via Linkedin.
Werknemer klimt over hek met stalen punten, hij verliest hierbij zijn vinger. Wie is er aansprakelijk?
Wat was er aan de hand?
Een werknemer werkt bij een houtzagerij. Op een bepaalde dag werkt hij over. Om 21.00 uur gaat hij samen met zijn collega naar huis. Hij wil het bedrijfsterrein verlaten via de uitgang bij de parkeerplaats. Het bedrijfsterrein en de parkeerplaats zijn afgesloten door een stalen hek van ongeveer 2.30 m hoog met spijlen en aan de bovenzijde scherpe, stalen punten.
In het hek bevindt zich een toegangspoort, die aan de bovenzijde eveneens is voorzien van stalen punten.
Op het bedrijfsterrein was, in de directe nabijheid van de toegangspoort, een paal met een metalen prullenbak geplaatst. De poort was gesloten. De werknemer heeft de prullenbak gepakt en is met behulp daarvan over het hek geklommen. De werknemer klom over het hek en zocht met zijn hand steun op de bovenkant van het hek. Zijn ring bleef echter achter een stalen punt haken. Toen hij dus naar beneden sprong, bleef zijn ring achter de punt haken. Wat was het gevolg? De ringvinger van zijn rechterhand is volledig afgescheurd. De vinger kon niet meer behouden worden.
De werknemer heeft blijvend lichamelijk letsel en is deels arbeidsongeschikt geraakt. Een gruwelijk ongeval. Maar wie is daar verantwoordelijk voor?
De werknemer heeft de werkgever aansprakelijk gesteld.
De werknemer vindt dat de werkgever onvoldoende maatregelen heeft genomen om deze schade, die de werknemer heeft geleden, te voorkomen. Werkgever had maatregelen moeten nemen. Er had namelijk geen prullenbak bij het hek moeten staan.
De werkgever vindt dat zij niet aansprakelijk is. De schade is ontstaan na het werk en is ontstaan door roekeloos gedrag van de werknemer. Zij heeft haar medewerkers geïnstrueerd dat ze altijd het terrein moeten verlaten door de poort en heeft een sleutelhouder aangewezen, die, in het geval de poort gesloten is, de medewerkers altijd binnen en buiten kan laten.
De werkgever stelt dat zij er ook niet op bedacht hoeft te zijn dat een werknemer over een hek van 2.30 hoog met metalen punten klimt.
Wat vindt de kantonrechter? De kantonrechter is van mening dat het ongeval in ieder geval heeft plaatsgevonden gedurende de uitoefening van het werk. Het ongeval heeft plaatsgevonden op het terrein van werkgever, terwijl de werknemer de werkplek c.q. het werkterrein wilde verlaten.
Verder is de kantonrechter van mening dat op de werkgever een zorgplicht rust. De werkgever moet haar bedrijf zo inrichten om te voorkomen dat werknemers schade lijden. De werkgever heeft niet aan die zorgplicht voldaan. ‘Niet!?’
De kantonrechter heeft vastgesteld dat het regelmatig is voorgekomen dat de poort ook ’s avonds bij het verlaten van het bedrijfsterrein, open was. Als een poort dan een keer niet open is, moet de werknemer helemaal terug naar de bedrijfshal om de sleutelhouder te zoeken, om dan de poort te kunnen openen. Dat kost ongeveer 10 minuten. Vast staat dat op het bedrijfsterrein, vlak bij de poort, een vaste prullenbak staat, ter hoogte van 75cm. Ook staat vast dat er zich eerder een incident heeft voorgedaan, waarbij een andere collega over de poort was geklommen. Gelet op deze feiten had werkgever er rekening mee moeten houden dat een werknemer, die voor een gesloten poort staat, niet de moeite neemt om de sleutelhouder te waarschuwen. De werknemer wil namelijk dan zo snel mogelijk naar huis.
Doordat er in de buurt van het hek een prullenbak staat, had de werkgever er rekening mee moeten houden dat een werknemer die dus voor een gesloten poort staat, zich niet door de constructie van het hek zou laten weerhouden en dus met behulp van de prullenbak daar overheen zou klimmen. Zonder prullenbak was het immers niet mogelijk om over het hek te klimmen.
Dit leidt tot de slotsom dat de werkgever het bedrijfsterrein niet zo heeft ingericht dat daarmee voorkomen kan worden dat een werknemer bij het verlaten van het terrein schade lijdt. De werkgever is dus aansprakelijk voor de gevolgen die werknemer lijdt door het ongeval.
De zorgplicht van de werkgever gaat dus behoorlijk ver. Ik ben van mening dat het toch duidelijk is dat als er een hoog hek staat, van 2.30 met daarop scherpe punten geplaatst, dat het juist de bedoeling is dat mensen niet over dat hek klimmen. Het is natuurlijk de bedoeling om ongenode gasten buiten te houden. Het hek is zo ingericht dat het gevaarlijk is om er overheen te klimmen! Wanneer een werknemer daar dan toch overheen klimt en niet de moeite neemt om een sleutel te halen, ben ik van mening dat dit voor rekening en risico van de werknemer zou moeten komen.
De kantonrechter is die mening dus niet toegedaan. De uitspraak dateert van 31 oktober 2014. Voor zover bekend is er geen hoger beroep tegen deze uitspraak in gesteld. Het is dus zaak dat werkgevers zich hier goed bedacht op zijn, goede instructies verstrekken en zich goed verzekeren!
Het is soms onduidelijk wie #aansprakelijk is voor uw #letsel. In veel gevallen zal dit de werkgever zijn. Onze juridische adviseurs zoeken uit wie aansprakelijk is. #letselschade #advocaat #advocaten #werk #letsel U hoeft geen advocaat in te schakelen, deze brengt onnodig hoge kosten in rekening. Onze juridische bijstand is helemaal gratis. De kosten die door ons gemaakt zijn, worden verhaald op de verzekering van de werkgever. In verreweg de meeste gevallen heeft uw werkgever een aansprakelijkheidsverzekering. Deze dekt alle kosten. https://goo.gl/2mRmQq
Op de sportacademie in Tilburg werd het mij in 1986 al door m’n leraar pedagogiek, de heer Büchner, ingepeperd. Opvoeding moet leiden tot zedelijke, zelfverantwoordelijke zelfbepaling en een constructief deelgenootschap in de maatschappij (Beknopte Theoretische Pedagogiek van Martinus Jan Langeveld). Die ‘blauwe bijbel’ droeg ik van mijn zestiende tot mijn afstuderen bij me. Ik legde hem onder…
Als ondernemer of als consument sluit u ongetwijfeld regelmatig koopovereenkomsten. Meestal gaan dat soort transacties goed. Het product wordt geleverd en de koopprijs wordt betaald.
Het kan mis gaan als het product een gebrek heeft. Belangrijke vragen zijn dan bijvoorbeeld:
-moet de verkoper het gebrek herstellen?
-moet koper de koopsom betalen? Of kan hij – als al betaald is – zijn geld terugeisen?
Wat is eigenlijk een gebrek gebrek?
In het algemeen mag de koper verwachten dat het geleverde voldoet aan de door hem gestelde redelijke verwachtingen. Zo mag de koper van een nieuw bedrijfspand verwachten dat er geen asbest inzit en mag de koper van een nieuwe machine verwachten dat de machine niet telkens uitvalt.
Bezit het geleverde niet de eigenschappen die koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten, dan is er sprake van een tekortkoming, ook wel gebrek genoemd.
De verkoper zal in het algemeen niet aansprakelijk zijn voor een gebrek dat de koper had kunnen zien. Immers met een zichtbaar gebrek zal al rekening zijn gehouden bij het bepalen van de (lagere) koopprijs. Discussies over aansprakelijkheid betreffen daarom vooral het ‘verborgen gebrek’.
Wanneer is verkoper aansprakelijk?
In hoofdlijnen is de verkoper van een gebrekkig product aansprakelijk indien:
1. het gebrek verborgen was (let op: koper heeft een onderzoeksplicht);
2. het gebrek het normaal verhindert of het bijzondere gebruik verhindert indien partijen een bijzonder gebruik voor ogen hadden;
3. koper niet hoefde te twijfelen over de afwezigheid van het gebrek.
Bij de definitieve beantwoording van de vraag of de verkoper aansprakelijk is voor het verborgen gebrek spelen nog zaken mee als: had koper een onderzoeksplicht of verkoper een mededelingsplicht?, heeft verkoper garanties gegeven?, is vanwege de ‘ouderdom’ van het tweedehands product de verkoper nog wel aansprakelijk?
Voor een nadere toelichting op deze kwesties verwijzen wij u graag naar onze speciale website over verborgen gebreken
Tenslotte is het van belang dat de koper zo snel mogelijk het geleverde inspecteert en direct aan de bel trekt indien hij een gebrek ontdekt. Dit is de zogenaamde ‘klachtplicht’. De termijn om succesvol te kunnen klagen is vaak verassend kort en word niet alleen bepaald door wet en rechtspraak, maar kan ook bepaald zijn in de verkoopvoorwaarden.