In bouwwerken vloeien de meeste lijnen voort uit noodzakelijkheid en vele vormen hebben aan praktische eisen te voldoen. Er blijft voor de architect echter wel ruimte in de schepping van zijn ontwerp om een zekere nadruk op versiering of andere elementen te leggen in de lijnen en vormen van het eindresultaat. Er is voor elke vorm en lijn een tweedelige oorzaak: een praktische en daarnaast een streven naar schoonheid. De richting van een lijn heeft betekenis in de vormstudie. De verticale, ofwel de loodlijn genoemd, is de lijn die zich van de aardbodem omhoog richt en streeft. Deze lijn is de voorstelling van het leven. De horizontale lijn, ofwel de waterpasse lijn genoemd, is die van de energieloosheid, van de dood. De loodlijn wordt als een belangrijkere lijn gezien dan de waterpasse lijn, een bewijs hiervan is dat bijna alle onderdelen in de bouwkunst, bijvoorbeeld vensters, ruiten, pilaren een grotere hoogte dan breedte hebben. Dit verbeeld de energie en het streven dat een gebouw ‘hoort’ uit te drukken. De waterpasse lijn is die van de inactiviteit, die schept een gedrukte stemming op een gebouw, maar ook in kleding. Bijvoorbeeld, waterpasse strepen op kleding werd al heel lang geleden op gevangene gedrukt om de veroordeelden op non-actief te stellen.
















