Sporters zijn geen angsthazen
Als je het mij vraagt zit zelfvertrouwen in je lichaam. Mensen die houden van sporten zijn zelden angsthazen.
Afgelopen week gingen we een dagje zeilen. Na mijn laatste zeilervaring, pakweg tien jaar terug, zag ik hier een beetje tegenop. Kort na de start van dit tochtje, stuurde ik aan op terugvaren, met maar een gedachte. Toen ik weer op de steiger stond, gingen vader en zoon samen verder. Zoon liet zich door mij niet weerhouden, man had zijn favoriete zeilmaatje, ik zat op de steiger aan de plas aan het glinsterende water, zag een vrouw stoeien met het fok zeil, probeerde vat te krijgen op deze ambacht. Dit kan ik net zolang volhouden als Laura Dekker het zeilen.
Als kind liep ik als een bruggetje over het schoolplein. Zat op turnen, won een medaille. Eerste prijs, maar niet voordat ik twee weken voor de wedstrijd in een lagere sectie was geplaatst.
Als veertienjarige eindigde ik steevast als laatste bij de coopertest, hijgend, met een kop als de zon. Je lijkt op mij, zei mijn moeder, ‘wij zijn nu eenmaal niet zo goed in sport’. Wij? dacht ik. Mijn moeder haalde op haar achttiende haar zwemdiploma, door een gaatje in haar trommelvlies, liet ze het hier bij. Ik heb haar één keer op het ijs zien staan, toen klapte ze achterover. Ze rende niet, bij navragen zei ze dat dit voor haar niet hoefde, fietsen tegen de wind in vond ze net zo moeilijk als mijn vader behangen, met een hoofd als vuur stapte ze af, waar mijn vader met de wind in zijn haren bleef doortrappen. Wandelen wilde ze wel, met mijn vader onderhandelde ze vooraf over de duur. Vijfenveertig minuten, dan een ijsje.
Sinds kort heb ik een abonnement. Banen zwemmen op corona afstand. Gisteren zwom ik een tijdje op ‘Wanna be startin somethin’ van Michael Jackson. Toen ik hier iets over zei keek man me verbaasd aan. ‘Ik zwem met mijn hoofd onder water’.
https://www.metronieuws.nl/lezerscolumn/2020/08/sporters-zijn-geen-angsthazen/








