Z W A R T S C H A A P.
Geruisloos raast ze door het leven.
Met een zwaar hoofd aan haar been.
Alsof vieze drek aan haar blijft kleven.
Ze is helemaal geen held. Integendeel.
Ze voelt zich absoluut geen krachtpatser.
Het getouwtrek wordt haar allemaal even te veel.
Eén stom voorval zet alle registers open.
Alles in haar hoofd wordt nu één massieve olifant.
Het vertrouwen is nu éénmaal gaan lopen.
Een zorgeloos bestaan werd zonet teniet gedaan door haar eigen mond.
Waanideeën overwoekeren telkens weer haar gedachten.
Als vieze tentakels groeien haar angsten dag per dag, meer en meer uit de grond.
Genadeloos viert de herfst hoogtij.
Met grote passen haalt de tijd haar in.
Zo nu en dan treuren hoort daarbij.














