Argumentatieanalyse
Naast logica bestaat er een verwant vakgebied: argumentatieanalyse. Om redeneringen in teksten te analyseren, is het eerste wat we doen, het opsporen wat eigenlijk de aannames zijn en wat de conclusie is. Pas als we die hebben gevonden, kunnen we gaan bekijken of de conclusie logisch volgt uit de aannames. Als we een tekst analyseren, spreken we in plaats van redeneringen meestal van argumentaties. En aannames en conclusie worden doorgaans argumenten en standpunt genoemd. Het standpunt wordt onderbouwd of aannemelijk gemaakt door argumenten. Sommige woordjes wijzen er op dat een standpunt volgt, bijvoorbeeld: dus ..., concluderend stel ik ..., daarom zeg ik ..., we kunnen afleiden dat ..., etc. Andere woordjes wijzen op een argument, zoals: want ..., omdat ..., sinds ... (niet altijd!), het is immers zo dat ..., gegeven dat ..., als we aannemen dat ..., etc. Het simpelst is zoiets: Ik vind B (standpunt), omdat A (argument). Het is vaak flink zoeken in krantenartikelen naar wat eigenlijk de argumenten zijn en wat het standpunt. Dit komt omdat een argumentatie doorgaans niet keurig netjes wordt uitgeschreven, zoals de voorbeelden in deze tekst. Een voorbeeld argumentatie is:
(voorbeeld 14)
argument: Als bij veel kiezers de onvrede over de regerende partijen PvdA, D66 en VVD
groot is, dan zal het CDA bij de komende verkiezingen waarschijnlijk vooruitgaan.
argument: De onvrede bij veel kiezers over de regerende partijen PvdA, D66 en VVD is groot.
standpunt: Het CDA zal bij de komende verkiezingen waarschijnlijk vooruitgaan.
Tussen logica en argumentatieanalyse bestaan enkele belangrijke verschillen, die vaak over het hoofd worden gezien.
1) Als we de logica van een redenering beoordelen, onderzoeken we alleen of de conclusie wel noodzakelijk volgt uit de aannames. We houden ons dan niet bezig met de vraag of aannames wel waar zijn of niet of dat er sprake is van een autoriteitsargument of argument op de man (ad hominem). En we houden ons binnen de logica ook niet bezig met de vraag welke tegenargumenten er zijn. Die vragen zijn in de argumentatieanalyse daarentegen (soms) wel van belang.
2) Een logische redenering moet waterdicht zijn. Dat betekent dat er geen enkele stap of gedachte onzichtbaar mag blijven, er mogen geen verzwegen aannames zijn. In een argumentatie daarentegen wordt vaak een aantal extra aannames gedaan. Dat komt omdat die (in de ogen van de schrijver!) zo vanzelfsprekend zijn, dat hij ze niet noemt (zoals in voorbeeld 5). Bijzonder lastig is het dat de ‘als ..., dan...’ aanname heel vaak wel wordt aangenomen, maar niet wordt genoemd. Dit kun je (gelukkig) direct afleiden uit het standpunt en het (wel genoemde) argument. Immers de aanname ‘als ..., dan ...’, is eigenlijk niets anders dan ‘Als argument, dan standpunt’. Voorbeeld 14 laat dit ook zien.
Gedachtegangen en redeneringen kunnen heel ingewikkeld worden. Om logica te leren begrijpen, moet je eenvoudig beginnen. Vandaar dat we eerst met kleine, eenvoudige redeneringen bezig gaan. Dit kan wat kunstmatig lijken, omdat we in het dagelijks leven vaak wat ingewikkelder denken.
De ‘redenering’ kan niet geldig of ongeldig zijn, want bij inductie gaat het eigenlijk niet om een redenering.










