De gehate badmuts #9
Eigenlijk haat ik best veel naast badmutsen. En zelfs dat haat ik.
seen from Hong Kong SAR China

seen from Guatemala

seen from Malaysia
seen from Türkiye
seen from Yemen
seen from Yemen

seen from United States
seen from United Kingdom
seen from China
seen from Yemen

seen from Norway
seen from Italy
seen from Türkiye

seen from South Africa
seen from Kazakhstan
seen from Mexico
seen from Yemen
seen from Italy
seen from Italy
seen from Bahrain
De gehate badmuts #9
Eigenlijk haat ik best veel naast badmutsen. En zelfs dat haat ik.
De gehate badmuts #8
Henk was nooit ziek, op een keer na. Een enkele donderdag was hij er niet. Dat wordt volgens mij nog steeds de ‘donderdag der verdoemenis’ genoemd. De ene helft van de leerlingen moest huilen. Want ja, autisten kunnen nou eenmaal niet tegen onverwachte en spontane veranderingen. En we weten allemaal dat 'hoogbegaafd’ een ander woord is voor autistisch. De andere helft ervoer die dag voor het eerst anarchie. Al eersteklassers-in-prullenbakken-gooiend waren ze de snoepautomaten aan het slopen, om al het snoep te plunderen en het achter elkaar op te eten, wat zonder twijfel een fikse buikpijn veroorzaakt heeft. Geen enkele fiets stond die dag op de goede plek. Zonder Henk verdronk alles in een heerlijke chaos, we hebben de directie (4de verdieping) nog nooit zo hard zien huilen als op die dag.
Toen Henk opa werd -hulde- kregen we allemaal een beschuitje met roze of blauwe muisjes, dat weet ik niet meer. Wat ik nog wel weet was dat het beschuit ongelooflijk vies was. Het was zacht, zo zacht dat je het bijna zonder moeite in een keer door kon slikken. Er kwam ook een vreemde geur vanaf. Ongelooflijk dat zo'n school wel investeert in een bibliotheek met boeken uit den oudheid, maar niet in een degelijk pak beschuit. Toch maar opgegeten, vanwege het feit dat Henk opa was geworden -hulde.
De gehate badmuts #7
Hij deed niet veel meer dan aspirines uitdelen aan steeds dezelfde twaalfjarige meisjes die verslaafd waren aan pijnstillers. En soms de telefoon opnemen. Om door te verbinden naar de directie (4de verdieping) uiteraard. Soms keek hij de leerlingen boos en doordringend aan, heel lang, alsof hij je in de ogen van je ogen wilde kijken. Hij vond het geweldig om verkeerdgeparkeerde fietsjes vast te ketenen met ketting die hij daarvoor van zijn eigen salaris had gekocht, eentje met twee sloten. Als hij van de directie (4de verdieping) de fietsen aan de grond vast mocht lassen, dan had hij het gedaan.
De gehate badmuts #6
De conciërge was altijd aanwezig. Hij zat in een klein hokje bij de voordeur, zijn wachttoren, volledig van glas, zodat hij alles kon zien wat er gebeurde. Alleen het achterkamertje van het hokje was niet goed zichtbaar, zodat wij leerlingen niet goed wisten wat daar gebeurde. Het enige wat we wisten, was dat daar een fietspomp en de kopieermachine stonden. Je kan dit zo verontrustend maken als je zelf wilt. Henk (Ik noem hem nu maar even zo, want zo heet hij ook) was er ’s ochtends, als wij met brakke hoofden en natgeregende broeken binnenkwamen. En hij was er als we weer naar huis gingen. Hij was er zelfs als jij er niet was. Althans, dat werd door ons vermoed.
De gehate badmuts #5
Als je vroegtijdig een school verlaat, dan lijkt het alsof je nog een tijdje op de deurpost van een schuifdeur staat, die zich hermetisch sluit, met jou er nog tussen. Misschien voelt het meer als een drol die wordt uitgepoept: je kan nog wel proberen terug naar binnen te komen, maar dat voelt vooral ongemakkelijk. Meteen was ik minder dan de rest. Misschien komt dat ook door het hoge elitaire gehalte wat heerste op de school waar ik van af ging. Eigenlijk was ik vergelijkbaar met een zwerfhond. Als deze zwerfhond langs kwam, dan werd deze wel geaaid, maar met tegenzin. Ik voelde me vooral opgelucht toen ik weer weg kon, en niet alleen ik. De conciërge in het bijzonder was blij toen hij me weer weg zag fietsen, die deed altijd alsof hij me niet mocht. Of hij mocht me niet.
De gehate badmuts #4
Elke donderdag ging ze op mij passen. Toen ze niet meer lichamelijk in staat was om op de bovenste verdieping van de liftloze flat te geraken, werd de zesjarige mij de taak opgelegd om op mijn blauwe kutstep naar omaas huis te steppen. Ik hoefde maar 3 snelwegen te doorkruisen. Maar dit was geen probleem. Ik was zo klein, dat als een automobilist mij daadwerkelijk had willen scheppen, hij actief op me had moeten mikken.
De gehate badmuts #3
Ze was dol op knippen, oma. Mooie knipsels met kleine schaartjes, die ze overal in haar te grote huis had verstopt. Zelfs in de koektrommel wat je ergens als verontrustend kan beschouwen. Tot mijn tante daar achter kwam. Toen waren de rapen aan het dansen en de poppen gaar.
De gehate badmuts #2
Tegenwoordig zijn mijn grootste problemen vooral boodschappen doen en lekke banden. Maar destijds had ik maar één probleem. Badmutsen. Mijn oma had namelijk vijf kinderen die allemaal in hun kindertijd een oorontsteking hadden opgelopen, behalve de jongste, mijn moeder. Mijn oma had ergens gehoord dat je een oorontsteking voorkomt door te douchen met een badmuts. Mijn arme moedertje heeft jaren gebadmutst. Geen oorontsteking. Mijn oma sleepte kiloos badmutsen aan, zodat ik geen oorontsteking kreeg. Net te kleine badmutsen, die je dan over je oren moest trekken en die schuurden tussen je oren en je hoofd. Dat leverde verschrikkelijke schaafwonden op. Ik kreeg toch oorontsteking. Ik was een goor kind wat buiten speelde met modder en kattenpoep en gebruikte condooms. Ik maakte toversoepjes in knikkerputjes op het schoolplein, met extra peuken er in en snot ook. Mijn oor was een tijdbom, en elke keer als ik met mijn handen in de poep roerde maakte ik het lontje korter en zorgde ik dag de ontsteking eerder afging. Handenwassen was handig, maar voor mij taboe. Voor mijn oma was een badmuts een talisman. Bij mijn oudere nichten en neven hangen al minstens 4 badmutsen op hun kamer. Het perfecte kado voor je kleinkinderen.