De stad verandert voortdurend, de armoede ook
In de OCMW-raad van Sint-Gillis en van Anderlecht zitten sinds kort twee jonge vrouwen voor sp.a: Lesia Radelicki en Bieke Comer. In Vorst is Alain De Jonge actief. Zij lichten toe wat de uitdagingen zijn en welke accenten ze leggen.
Alain De Jonge Woonplaats: Vorst Job: advocaat
‘De dienstverlening van het OCMW heeft als doel “eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid”. Zo staat het in de wet en dat moeten we naleven. Het OCMW van Vorst helpt meer dan 2700 cliënten, heeft een personeelsbestand van meer dan 200 personen met een budget van 60 miljoen euro, plus een gemeentelijke dotatie (16,5 miljoen in 2016).
De armoede neemt toe. Sommige families zijn generaties lang cliënt bij het OCMW. We slagen er nog niet in iedereen uit de armoede te helpen. Maar we moeten het blijven proberen.
Budgettair is het erg moeilijk. Federale maatregelen verhogen de taken voor onze gemeente. Toch bezuinigt Vorst niet op zijn OCMW-dienstverlening. We kijken wel voortdurend hoe het beter kan en hoe we meer kunnen doen met hetzelfde geld. Zoals: we volgen de federale subsidies beter en sneller op. Zodat ze sneller worden geïnd. We sloten een akkoord met artsen en apothekers zodat we misbruiken met de Medische Kaart vermijden. We bestelden een audit om nog efficiënter met de middelen om te gaan in ons woonzorgcentrum Val des Roses. Maar de dagprijs gaat niet omhoog, integendeel.
Vanwaar mijn engagement bij het OCMW? Ik ben advocaat en werk in een zakenkantoor, ik heb dus mijn bezigheid. Ik doe dit mandaat om iets terug te geven aan de gemeenschap die me alle kansen heeft gegeven. Ik heb kunnen studeren dankzij een studiebeurs, als eerste universitair in onze familie. Indertijd deed mevr. Decroo (echtgenote van Herman Decroo en advocaat in Gent) haar beklag in de Juristenkrant “dat zelfs zonen en dochters van slagers en bakkers advocaat kunnen worden” – dat vond ze maar niks. Ik ben er zo eentje! Mijn grootvader aan moeders kant was slager, mijn grootvader aan vaders kant bakker.
Naast OCMW-raadslid ben ik ook co-voorzitter van de VZW SOS Budget. Deze VZW werkt met privé steun (giften). Wij helpen mensen die niet rondkomen. We onderhandelen met gerechtsdeurwaarders en schuldeisers, doen bemiddeling en geven voedselcheques. Altijd welkom op zaterdagochtend in het Huis van de Solidariteit, Eikelstraat 31, 1190 Vorst, van 11 tot 13 uur.
Lesia Radelicki Woonplaats: St-Gillis Job: zenderexpert bij PES (Partij van de Europese Sociaaldemocraten)
‘Huisvesting is de grootste uitdaging in Sint-Gillis. Een betaalbare woning tegen een schappelijke prijs vinden, het is niet gemakkelijk in onze gemeente. Daar komt nog bij dat het gewone dagelijkse leven al duur genoeg is. In Sint-Gillis hebben we heel wat ‘nouveaux pauvres’: jonge mensen – nochtans geen leefloontrekkers – komen financieel moeilijk rond. Daarom biedt ons OCMW ook individuele hulp aan mensen die noodgedwongen samenwonen, zoals studenten die een kot delen uit financiële noodzaak.
Bijna de helft (48%) van de cliënten van het OCMW zijn alleenstaanden. Ongeveer de helft van die alleenstaanden heeft ook kinderen. Zo’n alleenstaande ouder is meestal een vrouw. Een kind alleen opvoeden heeft grote impact op je leven. Onze samenleving is nog altijd sterk gebaseerd op een tweeverdienersmodel en een traditioneel kerngezin. Alleenstaande mama’s komen verschillende obstakels tegen. Ze staan minder sterk op de arbeidsmarkt. Kinderopvang is moeilijk te vinden en is duur. Zorgtaken nemen veel tijd in beslag. Daarom gaat ons OCMW dienstverlening uitbouwen, speciaal voor alleenstaande vrouwen. Volgend jaar start het MIRIAM-project op. Dat project biedt alleenstaande moeders met een leefloon intensieve begeleiding. Doel? Alleenstaande moeders empoweren zodat ze meer greep op hun leven en de toekomst krijgen en uit de armoede geraken.
Mijn engagement in de OCMW-raad heeft mijn kijk op het leven verruimd. Mensen die bij het OCMW langskomen, kennen dikwijls hun rechten niet, of missen een sterk netwerk om hen vooruit te helpen. Als je goed bent opgeleid bent en een mooi loon verdient, dan vind je je weg en is het heel prettig wonen in onze gemeente. Maar niet iedereen heeft zo’n sterke start in het leven.’
Bieke Comer Woonplaats: Anderlecht Job: medewerker sp.a in het Brussels parlement
‘In Anderlecht neemt het aantal cliënten bij het OCMW toe, in alle leeftijdsgroepen. Dat komt vooral omdat de bevolking ook groeit. Het leven is nu eenmaal duur en veel mensen komen niet meer rond. Toch zijn er ook externe factoren.
Neem nu de afschaffing van de inschakelingsuitkering, een federale maatregel. Die zorgt sinds 2015 voor een toename van jongeren in het OCMW. Jongeren onder de 21 jaar die zonder diploma op de arbeidsmarkt terecht komen en niet binnen het jaar een job vinden, krijgen geen inschakelingsuitkering meer. Maar de jongeren zijn er nog altijd. En ze kloppen uiteindelijk aan bij het OCMW voor hulp.
Daarnaast heeft Anderlecht ook jeugdinstellingen op haar grondgebied. Daar worden jongeren geplaatst als ze niet thuis kunnen wonen. Als ze 18 jaar zijn, moeten die jongeren op eigen benen staan. En dan kloppen ze aan bij het dichtstbijzijnde OCMW, bij Anderlecht dus. Eenzelfde verhaal is er voor thuislozen. Ze worden opgevangen in een opvangcentrum in Anderlecht. Als ze proberen hun leven terug op de rails te krijgen, wenden ze zich tot OCMW Anderlecht voor ondersteuning.
Uiteraard moeten we die cliënten helpen. Daar zijn we voor. Maar het OCMW van Anderlecht alleen kan deze hulpvragen niet oplossen. Dit overstijgt onze draagkracht. De solidariteit met andere gemeenten moet groter worden. Er zou beter één OCMW zijn voor heel Brussel, waar alle gemeente toe bijdragen.
We moeten sneller armoede detecteren en ingrijpen, voordat mensen echt in de problemen geraken. Daarvoor zijn sterke buurtdiensten nodig – dichtbij wie het nodig heeft en laagdrempelig – en een nauwe samenwerking met organisaties op het terrein.’
Foto: ©Reporters













