Dierenpark Amersfoort, Nederland - 2022
seen from China

seen from Australia
seen from Brazil

seen from T1

seen from T1
seen from United States
seen from T1
seen from China

seen from T1

seen from United States
seen from United States
seen from T1

seen from Malaysia

seen from United States
seen from United States
seen from Germany

seen from T1
seen from T1
seen from T1

seen from Canada
Dierenpark Amersfoort, Nederland - 2022
In menig hedendaagse architectuurimpressie staan bomen vaak lukraak op gebouwen geplaatst (alhoewel de klimplanten de laatste tijd steeds meer overhand beginnen te krijgen). Deze mooie collectie tekeningen met boomwortels van de Wageningen University & Research Library kan helpen bij de realiteitszin.
Autumn light by Mariannevanderwesten https://flic.kr/p/2mM5x8f
everyone sssstt and look at these pictures of the trees that i took
Framed
View On WordPress
Plantertje groot
Het probleem met mensen vandaag is dat niemand nog bomen wil planten.
Althans dat heb ik men al eens horen zeggen. Als kind wou ik echter heel graag bomen planten. Zo graag zelfs dat ik ooit op weg naar huis een eikelnootje had opgeraapt. Thuis stak ik het in een pot aarde en gaf ik het water. Een klein groen plantje kwam een tijd later tevoorschijn.
Zo trots dat ik was op mijn eigen boom, maar mijn ouders waren niet helemaal overtuigd. “Boompje groot, plantertje dood.” Zeiden ze. Mijn “boom” zou nooit een echte boom worden tot lang nadat ik gestorven was. Mijn hele leven zou het maar een klein plantje blijven en heel misschien als ik oud en versleten was zou mijn boompje al gegroeid zijn tot de grootte van een veredelde struik.
Maar ik vond het geweldig om een boom te hebben. Met mijn kinderlijke onbesef voor dubbelzinnigheden noemde ik de boom “Eikeltje”. Voor jaren bleef ik hem dan water geven. Hij moest één keer in een grotere pot gestoken worden en ik vierde zijn verjaardag. Met kerstmis vond ik het nodig om mijn eigen boom te versieren in plaats van de kerstboom. Maar geen van Eikeltjes zes blaadjes was sterk genoeg om een volledige kerstbal te dragen.
En dan kwam ik op een dag terug van een lange zomervakantie. Eikeltje was helemaal verdord. Ik was vergeten hem water te geven voor we vertrokken. Toen het duidelijk werd dat hij nooit meer groen zou worden heb ik hem begraven in de composthoop. Zoals alle dingen uit mijn jeugd, mis ik hem soms nog steeds. Mijn eigen mooie, grote boom…
Misschien is het probleem met mensen niet dat ze geen bomen willen planten, maar dat ze er niet goed voor willen zorgen.
Of misschien moet ik niet zo hard zijn tegen mijn tienjarige zelf. Ik heb ondertussen wel al ergere verhalen gehoord van kinderen die hun vissen of kippen op gruwelijkere wijze verwaarloost hebben. En later bleek toch dat ik niet om planten mocht treuren. Als je medelijden hebt met dieren dan kan je vegetariër worden. Als je medelijden hebt met planten, dan ben je op de verkeerde planeet verzeild geraakt. Je kan niet treuren om elk blad sla dat je binnenspeelt, al zijn het wel degelijk levende wezens op elke manier die telt. Planten hebben nu eenmaal geen ziel zoals dieren dat wel hebben.
En toch voelde ik diep in mijn kinderhart – en met zo’n grote zekerheid - dat Eikeltje wel degelijk een ziel had. En dat ik iets verprutst had toen het boompje zijn laatste dorre bladeren verloor. Dat ik een vriend verloren had. O wat had ik graag gestorven, wetende dat mijn boompje nu groot zou worden. Maar het is omgekeerd uitgedraaid: Plantertje groot, boompje dood.
Ik keek zo vaak op naar bomen. Letterlijk en figuurlijk. Ik speelde onder bomen. Liep rond de boomstammen. Bouwde kampen met hun takken. Gooide herfstbladeren de lucht in als confetti. Floot met eikelnootdopjes. Verzamelde wilde kastanjes. At okkernoten. En als de wind blies, dan rende ik. Ik rende, rende, rende achter de dwarrelende lindeboomzaadjes aan. Om ze te vangen voor ze op de grond vielen. Als ik terug denk aan vroeger dan is het wel alsof mijn hele leven omkaderd was door bomen. Takken, stammen en wortels die altijd om me heen groeiden en mijn gedachten omhelsden.
Zomereik. Wintereik.
Knotwilg. Treurwilg.
Wilde kastanje. Tamme kastanje.
En die ene gigantisch dikke beuk.
Die beuk. Ik wou dat ik er een foto van had. Die boom is misschien wel ouder dan dit hele land. Enkel een volwassene; enkel een complete idioot die volledig de kluts kwijt is en niet meer weet wat écht belangrijk is; Enkel zo iemand kan opkijken naar die boom – die prachtige reus die met zijn machtige takken het luchtruim verspert en de zonnestralen tegenhoudt, die de aarde vastgrijpt met een stevige hand van honderden, duizenden dikke wortels – en concluderen dat die boom op één of andere manier geen ziel heeft, en het insect dat er naar kijkt wel.
Ik denk dat ik nog maar eens een boom moet planten. Deze keer op een plek waar de regen valt.