Het volksprotest achter de rode muur
Fairfield Road, een kalme straat in Oost-Londen. De late ochtendzon schijnt geduldig over de oude lucifersfabriek even verderop in de straat. Het statige gebouw is sinds zijn sluiting in 1979 omgebouwd tot het appartementencomplex Bow Quarter. Het fabrieksterrein dat daar voor dienst deed, bestond uit meerdere gebouwen die zijn samengevoegd tot een geheel. Een dikke, rode bakstenenmuur scheidt het totaal veilig af van de buitenwereld.
Achter deze muur bloeide in april een volksprotest op. Een opstand van de bewoners tegen het Ministerie van Defensie. De aanleiding hiervoor werd gegeven door de brochure die de bewoners op 28 april ontvingen. In de folder was te lezen hoe Defensie op het dak van Bow Quarter een test wilde uitvoeren met luchtafweergeschut voor de aankomende Olympische Spelen. Het appartementencomplex was volgens het Ministerie de ideale plaats om het nabij gelegen Olympische park te beschermen tegen terroristische aanvallen vanuit de lucht. Daarnaast bood het zicht vanaf het gebouw een goed uitkijkpunt om de boel in de gaten te houden. Tijdens de proef werd duidelijk dat Bow Quarter een uitstekende plek zou zijn.
Brian Whelan, journalist en bewoner van het complex, stuurde na het krijgen van de brochure een tweet de internetwereld in waardoor de Engelse media lucht van de zaak kregen. Het gebouw werd hierop overladen met bezoekjes van de pers. De huisbaas van Brian was niet zo blij met zijn optredens in de media en de rondleidingen die hij gaf aan journalisten waardoor hij in de problemen kwam.
Brian kreeg te horen dat hij en zijn vriendin hadden besloten om hun huurcontract op te zeggen, maar beiden wisten van niets. De huisbaas had hier zelfs bewijs van in de vorm van opgenomen telefoongesprekken. De journalist stond versteld en eiste dat de gesprekken naar hem zouden worden opgestuurd. Toen de weken verstrekken en Brian niks vernam, dreigde hij met een rechtszaak. Kort daarop kreeg hij eindelijk antwoord. Hieruit bleek dat er geen banden bestonden van de opgenomen gesprekken. Verder kwam uit het antwoord naar voren dat het nieuwe telefoonsysteem van de huisbaas niet werkte en dat deze sinds de in gebruikname ervan nooit was gecontroleerd of hij het echt deed.
Brian zelf heeft bijna geen bewijs van de leugen van zijn huisbaas, enkel een opgenomen gesprek waarin de huisbaas hint dat het opgenomen bewijs niet bestaat. Inmiddels is Brian geen bewoner meer van Bow Quarter en zijn hij en zijn vriendin op zoek naar nieuwe woonruimte.
Ondanks dat Brian ergens anders woont, zet hij zich samen met een groep bewoners van Bow Quater in om het plan van het Minsiterie van Defensie te dwarsbomen. Ze vinden dat de aanwezigheid van het luchtafweergeschut gevaar creëert en dat deze niet perse dient voor de veiligheid. Ook hekelen ze de communicatie van het Minsterie naar de bewoners; er is nooit gesproken tussen de twee kampen over de komst van het luchtafweergeschut en er is nooit een risicoanalyse uitgevoerd. Onder de campagnenaam ‘Stop The Olympic Missiles’, die 4 mei werd gelanceerd, zamelt de groep handtekeningen in en houdt protestmarssen.
Bij de oude lucifersfabriek zijn geen tastbare aanwijzingen van de strijd tussen het Ministerie van Defensie en de bewoners te vinden. De sfeer in de buurt is gemoedelijk. Op de lantaarnpalen en viaducten in de straat hangen louter advertenties, van pamfletten met protestleuzen is geen spoor te bekennen.
Bij de receptie van Bow Quarter wordt door de bewakers het loket dichtgegooid als het woord ‘Missiles’ valt. Ze willen niet op de kwestie ingaan. Tegenover de receptie ligt een kleine buurtsuper. De winkelier verveelt zich zichtbaar. Hij vertelt nooit van de plannen van het Ministerie gehoord te hebben en zegt niets over het bestaan van het volksprotest te weten.
Niets in de omgeving van Fairfield Road duidt op de campagne van de bewoners tegen het luchtafweergeschut. Buurtbewoners zijn er niet van op de hoogte en de bewaking van Bow Quarter laat zich er niet overuit.
Het verzet van de Oost-Londenaren tegen het afweergeschut gaat geruisloos door achter de dikke, rode bakstenenmuur waar het allemaal begon.