
#batman#bruce wayne#dc#dc comics#dick grayson#dc universe#batfam#dc fanart#tim drake#batfamily

seen from Germany
seen from Russia

seen from Venezuela
seen from Germany
seen from Mexico
seen from Germany
seen from Venezuela

seen from Malaysia

seen from Singapore
seen from United States
seen from Malaysia

seen from Canada
seen from United States
seen from United States
seen from Türkiye
seen from Canada
seen from China

seen from Australia
seen from Iraq

seen from United States
De vierde halte
Op De Optimist verscheen vandaag het laatste deel van mijn lange gedicht 'Haltes'. Via deze link vindt u onder 'Eén', 'Twee' en 'Drie' deel 'Vier'; het gedicht kan daarom vanaf vandaag in zijn geheel gelezen worden aldaar.
De derde halte
Eerst even dit: helaas heb ik mij gisteren niet voor de finale van het NK Poetry Slam weten te plaatsen. Maar ondertussen is vandaag wel het derde deel van 'Haltes' op De Optimist verschenen. Via deze link kunt u onder 'Eén' en 'Twee' 'Drie' vinden. Morgen volgt het slotdeel.
Is dit probleem niet van alle tijden? ‘Nou, een van de problemen tegenwoordig is de technologie. Vroeger zaten rustmomentjes ingebakken in onze dag. Zoals de vijf minuten waarin je van het ene naar het andere leslokaal wandelt. In die tijd kon je voorheen niks anders doen. Maar tegenwoordig zijn de ogen van studenten op hun smartphone gericht, terwijl ze naar de volgende les lopen. Het zorgt ervoor dat onze bewuste geest de hele tijd aan het werk is, en we maken geen tijd vrij om alles wat we hebben gedaan, te integreren.’
Edward Slingerland
See more at: http://theoptimist.nl/boek-op-woensdag-de-paradox-van-wu-wei/#sthash.vmhnDWj5.DUbeqkei.dpuf
Let's talk about s**
Let’s talk about s**
Seks. Zo de toon is gezet. Het onderwerp dat ik met jullie wil bespreken gaat over deze liefdesdaad tussen man en vrouw. Of man en man. Vrouw en Vrouw. Enfin. Het is niet mijn favoriete onderwerp voor gesprekken, ik voel me altijd een beetje als Miranda die – net zoals ik – niet over *neusklank* saks kan praten:
De reden dat ik er…
View On WordPress
Promnight in Georgia
Wynonna trekt aan de hendel onder haar zwarte fauteuil. Naast haar staat een bak met kippenvleugeltjes, restjes van het avondeten. Zonder daar echt de behoefte toe te voelen, begint ze de bak leeg te eten. De botjes van de kippenvleugels breekt ze open en zuigt ze uit. Kruimels vallen op haar flanellen pyamajurk. Het deert haar niet, ze wil gewoon voor even nergens aan hoeven denken. De tv moet haar daarbij helpen. Bijna elf uur. De plaatstelijke tv-zender kondigt het nieuws aan. Net als Wynonna’s aandacht verslapt, het lot van overstekend wild dat regelmatig aan gort gereden wordt door snelheidsovertreders gaat haar niet aan het hart, schrikt ze op van haar stoel. De bak grijze botjes valt van haar schoot. Zag ze dat nou goed? De nieuwslezeres van de lokale tv-zender doet live-verslag van een studentendemonstratie voor de Montgomery County High School waar Sandy nu haar eindgala aan het vieren is. Of zou moeten zijn. Want Wynonna weet het zeker. Die blauwe ruches rechtsboven in beeld zijn de ruches die zij naaldsteek na naaldsteek en met alle precisie van de wereld op de jurk naaide die ze voor Sandy gemaakt heeft. En daar staat haar bloedeigen dochter luid joelend te veroordelen waar Wynonna zo fervent voorstander van is. Ze voelt een golf van misselijkheid opkomen. Was dit hoe ze haar kinderen had opgevoed? Om te verworden tot symphatisanten van die tweederangsburgers? De afstandbediening in haar hand gloeit, ze kan hier geen seconde meer naar kijken. Met alle kracht die ze nog in haar lichaam kan vinden strekt ze haar arm en smijt de afstandbediening richting de tv. Ze raakt de asbak die Kayleigh voor moederdag op school gebakken heeft. Too bad. Er flitst maar één gedachte door haar hoofd: Sandy weet niet wat haar te wachten staat als ze thuiskomt.
Vanavond is Sandy’s eindgala. Wynnona zou het nooit laten merken, maar het voelt een beetje als het eindgala dat ze zelf nooit heeft gehad. Ze wil niet dat Sandy iets tekort komt, dat die ex-beauty peagants uit haar klas op haar neerkijken. Daarom draaide ze een week lang iedere dag twee diensten. ’s Ochtends luiers van bejaarden verschonen, ‘s avonds pullen bier tappen in het snookercafé om de hoek. Tweehonderd dollar heeft een kaartje gekost. Voor de blanken tenminste. Traditiegetrouw zijn er altijd twee gala’s: een voor de zwarten en een voor de blanken. De zwarten zijn niet welkom op het gala van de blanken, maar andersom wel. Wynonna vindt het niet meer dan normaal dat er aparte gala’s zijn. Ze weet niet beter, sterker nog, ze vindt het fijn dat er tenminste nog op die belangrijkste dag van het schooljaar onderscheid gemaakt wordt. Wynonna woont al haar hele leven in deze community, waar de winkels nog bemand zijn door echte Amerikanen en je ‘s nachts gewoon naar het pompstation kunt rijden zonder bang te hoeven zijn voor een drive-by shooting. Trouwens, het zou ook niet werken, een gemengd gala. Zij vieren anders feest, met andere muziek en ander eten. Ze weet wel dat Sandy het liefst haar schooltijd zou afsluiten met haar vriendinnen Kendra en Destiny, maar ze wil daar niks over horen. “Auw, snauwt Sandy. Je doet me pijn.” Wynonna ontwaakt uit haar dagdroom. Sandy’s haren zijn verstrikt geraakt in haar gouden ketting. Het weegschaaltje aan de hanger is nauwelijks nog te zien. “Doe dat kettinkje dan ook af als ik je haren verf”, antwoordt Wynonna bits. Aan de keukentafel zitten Casey en Kayleigh. Ze kijken Sandy met grote ogen aan terwijl ze zowat synchroon een lepel havermout pap naar hun mond brengen. Iedereen zwijgt, op de achtergrond somt een Tel-Sell verkoper de voordelen van de Cold fire braadpan op. “Hoe laat ga je”, dan bel ik Chuck dat hij op tijd hier is. Chuck is Wynonna’s ex-vriend, de vader van Sandy. Chuck heeft een jeep met een ‘Honk if you love Jesus’ sticker. Nog van de vorige eigenaar. Sandy antwoordt dat ze opgehaald wordt. “Toch niet door die Kendra?” “Jawel mam. Ze is zo aardig om mij af te zetten bij het blankengala. Daar hoor ik thuis, toch?”
Wynonna staat voor de spiegel in haar slaapkamer, waar ze samen met Kayleigh en Stacy in een bed slaapt. Ze kijkt naar de vrouw tegenover haar. Naar de groeven in haar gezicht die als een kaart zijn voor haar leven. De liefdeslijn die halverwege stopte met groeien, de zwarte wallen onder haar onopgemaakte ogen. Uit haar grenen garderobe-kast haalt ze voorzichtig de parel tevoorschijn die haar dochters imago in één klap zal opwaarderen. De stof is niet te onderscheiden van zijde, ze is er naar de markt in de stad voor geweest en heeft het voor een prikkie kunnen kopen. Het heeft alleen een synthetische waas als je het in heel fel licht ziet. Ze houdt de jurk voor haar lichaam. Het zou nooit passen, en de nachtblauwe kleur vloekt bij haar dofblonde haar dat inmiddels zo vettig is dat haar pony meer weg heeft van een spons. Is dit een goed moment? Over twee uur wordt Sandy opgehaald, ze heeft vast nog niet besloten welke afgedragen jurk ze vanavond aantrekt. Maar misschien heeft ze wel oorbellen gekocht die niet passen bij deze jurk en.. Wynonna klopt op Sandy’s deur die verveeld toestemming geeft om binnen te komen. Hoe moet ze dit aanpakken? “Ja, wat is? Wat heb je in je hand?”, Sandy doet amper moeite om haar moeder aan te kijken. Ze zit een beetje te niksen in een veel te grote hoody op haar bureaustoel. “Sandy, ik wil je iets geven.” Wynonna weet niet of Sandy schrikt van het feit dat ze iets van haar krijgt, of dat ze gewoon enthousiast wordt, maar nu komt ze in ieder geval wel op uit haar zelfgefabriceerde nestje. Wat een donker hol is dit eigenlijk, denkt Wynonna. “Hier is het. Kijk maar wat je ermee doet”, en zonder haar dochter aan te kijken draait ze zich snel om. Als Sandy de trap af komt gelopen voelt Wynonna voor de eerste keer sinds, misschien wel voor de eerste keer in haar moederleven, een weemoedig gevoel opkomen. Haar benen worden zwaar, haar zicht vertroebelt. “Mam, je laat die pan bijna uit je handen vallen!” Wynonna reageert niet. Ze wrijft met haar hand in haar ogen en kijkt naar haar dochter. Naar de grote zilveren bamboevormige ringen in haar oren, naar de gekrulde bruingeverfde lokken en de jurk die als een vloeiende maan om haar ranke lichaam is getrokken. De ruches die als mini-maantjes spelen op de rand ervan. Ze weet het zeker, dit is het allemaal waard geweest: vanavond is Sandy de Amerikaanse trots die zij nooit is geworden.
Al sinds 1971 worden gala’s in Montgomery County, Georgia (VS), waar tweederde van de bevolking blank is, gescheiden gehouden. Zulke gala’s rusten op lange stedelijke en plattelandstradities in het zuiden. De laatste jaren hebben een aantal gemeenten met succes aangedrongen op verandering. Dit verhaal is fictief; de foto is genomen in St. Charles – een van de armste dorpen in Virginia, VS. Lees meer over gesegregreerde gala’s in dit artikel van de New York Times.
Fotocredit: Hannah Modigh, uit de serie ‘Hillbilly Heroin Honey’
De methode van Ton
23.30. Ton maakt zich op om naar bed te gaan. Hij staat voor de wasbak, precies in het midden. In zijn rechterhand de roterende Oral B elektrische tandenborstel met speciale AV-A vormige haren. In zijn linker een zacht geïmpregneerd washandje. De heen-en-weer oscillatiebewegingen van de tandenborstel voltrekken zich synchroon met die van het washandje. 23.34 Ton strekt zijn rechterarm uit. De oplader van de tandenborstel staat precies op de plek tot waar zijn arm reikt. Moeiteloos valt de borstel in het oplaadpinnetje. Ondertussen stapt hij met zijn rechtervoet op het pedaal van het prullenbakje en gooit het washandje in een dusdanige boog dat het de binnenwanden van de emmer zo veel mogelijk ontziet. Lizzy ligt inmiddels al in lepeltje-houding in bed. “Blijf zo maar liggen”, fluistert Ton in haar oor. Hij drukt zich tegen haar aan en zoals iedere nacht protesteert ze niet. Daarom, en omdat ze de eerste vrouw in zijn leven is die niet zeurt over zijn gewoontes, houdt hij zoveel van haar. Een emotie die hij durft toe te laten sinds zij in zijn leven is. Sinds zij bewezen heeft dat ook haar leven zich enkel en alleen afspeelt rondom hem. Geen kind, ex-vriend of baan die een wig tussen hen kan drijven. Terwijl hij zijn stijfgeworden lul in haar wringt scheurt hij rustig, en precies de scheurrand volgend, een wegwerpvaatdoekje van de wegwerpvaatdoekjesrol om de houder op hun nachtkastje, en schuift het fluks onder haar billen. Hij begraaft zijn hoofd in haar weelderige bos blonde krullen, die altijd ruiken naar zijn favoriete vrouwenshampoo. Vier minuten later, waarvan hij een minuut niet, en drie minuten wel nadenkt over de vraag hoe hij het doekje zodadelijk nog efficiënter kan opvouwen, rolt hij Lizzy een beetje van zich af en vouwt het wegwerpvaatdoekje op. Linkerpunt op de rechter, dan van boven naar onder en nog een keer dubbel. En hij mikt als een volleerd basketballer op het prullenbakje in de hoek, die hij nu het donker is niet ziet maar niettemin weet hij dat het opgevouwen goedje nu bovenop de andere opgevouwen goedjes beland is. De dorpsbewoners zijn inmiddels gewend aan Lizzy. Soms zit ze urenlang achter het raam dat beplakt is met zo een semi-verduisterend stickervel, maar waar haar perfecte verschijning niettemin doorheen schemert. Haar immer gestifte lippen, van het volume dat geregeld in echtheid betwijfeld wordt door de vrouwen in Natasja's schoonheidssalon. Haar puntige tieten en die ranke schouders: Lizzy is het opgesloten onderwerp van de fantasie van de bakker, de accountant op de hoek en van de barman en zijn stamgasten. Maar Lizzy doet nooit een stap buiten de deur, geduldig wacht ze elke dag van negen tot kwart over zes tot Ton haar komt verzorgen. Zonder hem is ze niet meer dan een kasplantje. Ton kijkt op zijn digitale duikershorloge. Hij haalt een brillendoekje over zijn glazen en kijkt nog eens. 17.45. Nog even en dan kan hij weer naar Lizzy. De waas die de laatste tijd over haar ogen ligt verraadt dat ze niet al te lang meer deel zal uitmaken van zijn leven. Maar hij wil het afscheid zo lang mogelijk uitstellen. Hij kan zich geen leven meer zonder haar voorstellen. De eenzaamheid, de lege plek in zijn bed. Drie jaar geleden, toen hij voor het eerst met haar kennis maakte op het internet, was hij meteen verkocht. En nog steeds is zij zijn kalme middelpunt in dit universum van klunzige non-anticipators en geilboze impulsjagers. Ton kijkt weer op zijn horloge. 17.46. Heeft hij een minuut staan dagdromen? Snel herpakt hij zich, enigszins trots op het feit dat hij blijkbaar niet meer hoeft na te denken bij zijn handelingen. De grootte van zijn pas, de druk van de straal, de boog die zijn arm maakt: ze lijken wel voorgeprogrammeerd. Moeiteloos spuit hij het afval op straat bij elkaar, met de behendigheid van een sproeier die je 's zomers wel eens ziet in grote tuinen. Als Ton in zijn auto zit is het, zoals altijd als hij op huis aan gaat, precies 18.00. Terwijl hij uit het parkeervak rijdt kijkt hij even in het spiegeltje op zijn dashboard, dat hij daar bevestigde zodat hij niet meer over zijn schouder in de dode hoek hoeft te kijken. Op de plek waar zijn handen het stuur omklemmen zitten twee stresskussentjes. “Lizzy, boterbloempje van me, ik ben thui-huisss.” Ze ligt in bed, verstomd als een fossiel in een kolkende zee van dekbed. “Mag ik bij je komen liggen?” Ton slaat het dekbed van haar af. Dan schrikt hij terug. Een witgele vlek, zeker zo groot als een koffiefilter, besmeurt de plek waar Lizzy vannacht gelegen heeft. Hij inspecteert Lizzy, terwijl hij vanbinnen al begint te koken van woede waardoor zijn vingers beginnen te trillen en hij zelfs de vlek raakt met zijn knie. Ik heb niks meer aan haar, besluit hij en hij hurkt naast zijn bed. Dan trekt hij de kist met daarin het benodigde materiaal, wat hij daar al een tijdje geleden heeft gelegd toen hij merkte dat het bergafwaarts ging met haar. Hij rolt haar in de kist en slaat ferm de twintig spijkers, met daar tussenin steeds tien centimeter ruimte, in het hout. Uit zijn nachtkastje pakt hij een zwarte stift en hij schrijft in grote letters op de kist: Bill's real dolls factory –repair service Beheerst trekt hij het flanellen hoeslaken van zijn bed, vouwt de punten op elkaar en gooit 'm in de wasmand. Raak. Het verhaal is gebaseerd op de logline uit de film The Discipline of DE van Gus van Sant. Ik kreeg alleen deze zin mee en mocht de film niet zien: “Do Easy is het perfectioneren van iedere beweging om een uiterste vorm van efficiency te bereiken. Zo ver dat zelfs niets doen efficient gemaakt wordt.”