Deeltijddrama
Een week heeft 168 uur. Bij veel organisaties is 36 uur “voltijd”. Maar 24 uur is een deeltijdbaan en een deeltijdbaan, zo lezen we telkens, is heel problematisch. Want “als elke deeltijdwerker vier uur meer zou werken, dan waren alle personeelstekorten in zorg en onderwijs opgelost.” En “als Nederlanders net zo veel zouden werken als andere Europeanen, dan zou het nationaal inkomen €100 miljard hoger liggen.”
Laat ik hier duidelijk over zijn: dit is een onzinnige argumentatie en het is bovendien gemeen. Wie wil werken gaat gewoon werken en wie meer wil werken gaat gewoon meer werken, in deze visie. Tja, als het zo simpel zou liggen, dan zou er nooit werkloosheid bestaan. Onzin dus. En gemeen: het lijkt nu net of die luie, egoïstische deeltijdwerkers verantwoordelijk zijn voor allerlei collectieve problemen. Dat is natuurlijk niet zo. Het is ieders volste recht om 24 uur per week te werken als hij of zij daar voldoende aan heeft. Dat veel Nederlandse gezinnen uit eigen vrije keuze samen anderhalve baan hebben, dat lijkt me een verworvenheid van dezelfde categorie als de vrije zaterdag en het verbod op kinderarbeid. Nu ik erover nadenk: als we die twee afschaffen zijn ook alle personeelsproblemen opgelost! Kinderen die aan het werk zijn hebben bovendien geen leerkrachten nodig, dus dat mes snijdt aan twee kanten.
Zonder gekheid: meer uren gaan werken dan we eigenlijk willen is niet alleen een zwaktebod, het is achteruitgang. Vooruitgang is meer creëren in minder tijd. Slimmer werken! Innoveren! Met de opkomst van robots en kunstmatige intelligentie zijn de mogelijkheden ongekend.
Er is één aspect aan deeltijdwerk dat wél problematisch is, en dat is dat de anderhalve baan per gezin meestal ongelijk verdeeld is: een hele voor de man en een halve voor de vrouw. Dit is niet een economisch, maar een cultureel probleem. Dat blijkt ook wel uit het feit dat twintig jaar fiscaal beleid, van kinderopvangtoeslag tot voetoverheveling, hier niets aan hebben kunnen veranderen.
Het is een complex vraagstuk. Niet dat de oorzaak zo ingewikkeld is, integendeel, die is heel eenvoudig: we vinden als maatschappij eigenlijk dat het de taak van de vrouw is om voor de kinderen te zorgen. Het complexe zit erin dat deze overtuiging, die veel mensen individueel helemaal niet meer hebben, zo diep verankerd is in allerlei aspecten van de samenleving. Gender-specifieke sinterklaaskado's. Verschillende benadering van jongens en meisjes bij school- en studiekeuze. Schooltijden en vakanties die ervan uitgaan dat er überhaupt iemand thuis is voor de kinderen. Zelfs de ruimtelijke ordening, die scholen (en winkelcentra) in woonwijken plaatst, en kantoren en bedrijventerreinen heel ergens anders, draagt eraan bij.
Voortdurend worden bestaande rolpatronen bevestigd. “Goh, een eigen zaak. Hoe doe je dat dan met de kinderen?” Het is mij nooit gevraagd, maar elke vrouwelijke ondernemer met kinderen hoort het tot ze er gek van wordt.
Proberen meer vrouwen voltijd te laten werken is vechten tegen de bierkaai, en bovendien nergens goed voor. Gelukkig is er een eenvoudiger manier om een einde te maken aan deze ongelijkheid: meer mannen in deeltijd laten werken. Daar wordt iedereen beter van.
Dit stuk verscheen eerder in NoordZ, de maandelijkse ondernemersbijlage bij het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant.














