Vandaag was het echt zo’n dag voor een klassieker. Grauwe grijze lucht. Windkracht 4 uit zuidwest en kans op regen. Met een temperatuur van rond de 20 graden was het prima fietsweer. Zonder regenjas maar met spatborden ging ik op pad. Via Leiden naar Katwijk alwaar ik de duinen in dook (goh verrassend).
Met best een aardige tegenwind stevende ik op Scheveningen af. Op sommige heuvels gooide ik er even een sprintje tegenaan. Ook de Prinsenberg probeerde ik op te vliegen. Het is wel verbazingwekkend dat deze heuvel op Strava de meest rare namen heeft maar je de Prinsenberg niet tegenkom. In Den Haag nam ik wat ouwe vertrouwde heuvels zoals Hubertusduin en de Belvedère (die gelukkig open was)
Ik zocht nog even of er niet stiekem ergens wat onbekends verscholen lag, heel veel bijzonders was het niet. Daarna nog even de Sienpostduin en Scheveningse slag afgewerkt voor ik via de boulevard naar de haven reed. Daar testte ik even mijn kasseien skils. Daar moet ik nog even wat aan verbeteren.
Via het Westduinpark reed ik richting Kijkduin. Het begon lichtste miezeren maar dat was wel lekker. Hoe dichter ik bij Hoek van Holland kwam hoe harder het begon te regenen. Langs de Waterweg kreeg ik de wind schuin van achteren. Nu leek het wel of de regen minder was en mijn tempo ging omhoog.
In Vlaardingen volgde ik voor de verandering de bordjes Schipluiden. Wat een ellende was dat. Het eerste stuk ging wel maar het overgrote deel was een ramp. Maar goed als het niet probeert dan weet je het niet.
Net voor mijn neus ging de Kandelaarbrug dicht. Dus ik nam van de gelegenheid maar gebruik om wat plaatjes te schieten.
Nu was het inmiddels gestopt met regen. Ik kon een lekker tempo trappen. Bin Oude-Leede moest ik even wachten op “overstekend wild” in de vorm van een kudde koeien die van het weiland onderweg waren naar de boerderij. Veel haast leken de dames niet te hebben, rustig passeerde ik de kudde en vervolgde met een heerlijk gevoel naar huis. Met 114 km en een nat pak weer thuis. Het was een mooi klassiek rondje.