Zin in de les
“Mevrouw, ik heb oprecht zin in uw les!”
“Oh?”
“Ja, ik hoorde mijn eigen stem in uw TikTok en toen kreeg ik helemaal zin in de les!”

seen from United States

seen from Canada

seen from United States
seen from China

seen from Singapore
seen from South Africa
seen from Canada
seen from South Korea
seen from Brazil
seen from United States
seen from South Africa
seen from Germany

seen from United States
seen from Libya
seen from United States
seen from Brazil
seen from Singapore

seen from Canada
seen from China
seen from Brazil
Zin in de les
“Mevrouw, ik heb oprecht zin in uw les!”
“Oh?”
“Ja, ik hoorde mijn eigen stem in uw TikTok en toen kreeg ik helemaal zin in de les!”
Dialoog
Schrijfopdracht: Schrijf een proza-dialoog Plot: Personage A vraagt aan personage B of hij/zij even op zijn/haar tassen wil passen terwijl hij/zij even naar het toilet gaat. Wanneer A terug is en af wil rekenen blijkt er geen portemonnee meer in de tas te zitten. A beschuldigt B van diefstal. Waar: In een café
—
‘Dertien euro, alstublieft,’ zegt het mooie meisje met het donkerbruine haar dat achter de bar staat. Afgeleid door de stralende glimlach die ze me schenkt, dringt het pas een paar tellen later tot me door wat er nu van me verwacht wordt. ‘Ah, ja natuurlijk…’ mompel ik, terwijl ik de rugtas van mijn schouder slinger en opzoek ga naar mijn portemonnee. Wanneer ik zowel het voorvakje als het hoofdvak grondig doorzocht heb kom ik tot de conclusie dat hij er niet in zit. Geërgerd excuseer ik mij tegenover het meisje, dat inmiddels gestopt is met glimlachen. Ik loop terug naar de grote tafel, waaraan ik zojuist mijn koffie opgedronken heb. De jongen die ik eerder vroeg om op mijn spullen te letten terwijl ik even naar het toilet ging, zit er nog steeds. Hij kijkt op van zijn laptop als ik naast hem ga staan. ‘Goed, hier heb ik dus geen tijd voor.’ De jongen kijkt me vragend aan, trekt een wenkbrauw omhoog. ‘Wat bedoelt u?’ Ik zucht. ‘Waar heb je ‘m gelaten?’ Het gezicht van de jongen betrekt. ‘Ik weet niet waar u het over heeft, meneer,’ zegt hij. ‘Als je me nu gewoon mijn portemonnee teruggeeft, zal ik er verder geen politie bij halen.’ Ik houd mijn hand op, in de verwachting dat de jongen hier mijn gestolen portemonnee in zal leggen. De jongen kijkt me enigszins benauwd aan. Dan grijp ik hem bij de kraag van zijn overhemd. ‘Hier met dat ding!’ Ik schreeuw het in zijn gezicht. Hij krimpt ineen. ‘Meneer, ik weet echt niet–‘ ‘Luister, etterbak,’ ik buig mijn gezicht dichter naar het zijne, ‘als je me nu niet–‘ Ik onderbreek mijn gebrul als ik vanuit mijn ooghoek ineens iets zie liggen, weggeschoven onder de stoel waar ik nog geen kwartier geleden op gezeten heb. Het is de roodleren portemonnee die ik vanochtend in mijn rugtas stopte. Ik besef dan dat ik een gigantische fout begaan heb.
Als verstijfd sta ik daar, de kraag van de jongen nog steeds in mijn dichtgeknepen vuist. De jongen zit onbeweeglijk op zijn stoel, maar volgt mijn blik met zijn ogen en ziet dan ook wat ik zojuist gezien heb. Hij richt zijn ogen weer op mij, kijkt me recht aan. Zijn linker mondhoek trekt langzaam omhoog, een voorzichtig brutale grijns verschijnt op zijn gezicht. Geschrokken laat ik hem los, maak zowat een snoekduik onder de tafel en gris de portemonnee van de grond. De jongen volgt elke beweging die ik maak. Bij het opstaan stoot ik tot overmaat van ramp hard mijn hoofd tegen de rand van de tafel. Lichtelijk gedesoriënteerd van de klap en het snelle opstaan trek ik een verfrommeld geldbriefje uit één van de sleufjes van de portemonnee. Ik haast me naar de uitgang. Onderweg naar buiten druk ik het meisje achter de bar het briefje van vijftig in haar handen. ‘Houd de rest maar,’ zeg ik, waarna ik met het schaamrood op mijn kaken het café uit been.
Als ik de school in kom lopen met een traytje met blikjes cola kan je wachten op het commentaar van de eindexamenleerlingen die in de aula chillen, wachtend op hun volgende les.
“Ah, lekker mevrouw. Is dat voor ons?”
Wat ze niet wisten, is dat het waar was! Want zo begon ik mijn laatste les van het schooljaar, de laatste les voor het examen, en voor sommige leerlingen hun laatste les op school.
“Wat?! Mogen we er echt eentje pakken?”
“Niet slim hè ons allemaal cola geven, al die suikers, dan worden we druk.”
“Lullig voor uw collega die mij na u heeft!”
Na al onze gesprekken over cola in de scheikundelessen van afgelopen maanden was het gewoon een goede afsluiting dus begon ik mijn les met: “Proost! Op jullie!”
Ps. Deze leerlingen hadden toestemming om hier geplaatst te worden:
J. (16 jaar): “Maar mevrouw, u heeft geen foto van de blikjes gemaakt voorop uw blog.”
Ik: “Oh nee!! Vergeten.”
J. (16 jaar): “Maak dan een foto van ons, het mag van mij.”
Ik: “Je bent zestien dus dan moet ik toestemming van je ouders hebben is de regel hier op school.”
J. appt zijn moeder voor toestemming en P. (18 jaar) sluit af met: “Ik ben 18, dus het mag van mij.”
J.: “Maar dan willen we wel de foto eerst zien!”
Het kan altijd erger
Van docenten uit het hele land hoor ik vergelijkbare geluiden: de leerlingen hebben dit jaar meer moeite met schoolregels en op een gezellig manier met elkaar omgaan dan andere jaren. Het is gebruikelijk dat na een lange zomervakantie de leerlingen zich weer even moet vormen, richting elkaar en richting ons als school. Dit jaar is dat extremer, na anderhalf schooljaar Corona.
Dingen die normaal niet uitgesproken hoefden te worden, die vanzelfsprekend waren, zijn nu soms onduidelijk. De werkdruk, de sociale druk, het is opeens helemaal anders. Natuurlijk waren de leerlingen vorig jaar ook op school, maar het is toch lange tijd anders dan anders geweest. We nemen het de leerlingen niet kwalijk, we rekenen het niemand aan, maar makkelijk is anders.
Dus je merkt het, als docenten uit hun les komen, de lessen vallen gemiddeld genomen zwaarder. En ik geef toe, ik heb er ook last van. De dingen waar ik voorheen om bekend stond bij de leerlingen, weten ze nu nog niet van mij. Mijn normen, waarden en principes. De regels die ik extra hoog heb zitten, mijn gebruiken, eigenlijk is alles nog niet bekend.
Dus ja, soms zit ik in de les al te denken hoe het beter kon, terwijl ik de moed mij in de schoenen voel zinken. Andere keren blijf ik nog even napuffen als de leerlingen langzaam het lokaal verlaten. En altijd doet het iets met mij. Het is gek, hoe een mindere les effect heeft op mij, en misschien wel op docenten in het algemeen. Wat er dan gebeurt is de algehele twijfel. De twijfel aan alles, ondanks dat je weet dat je het kan.
Gelukkig heb je dan altijd nog collega’s die er voor je zijn en die dingen voor je relativeren, zoals mijn leidinggevende die over zijn eigen sores aangeeft: “maar dan denk ik aan al die mensen met échte problemen, zoals de erbarmelijke omstandigheden van vluchtelingen.” Een slechte les, of zelfs een slechte dag of week, valt in het niets bij de omstandigheden waar anderen mee te maken hebben, terminale ziekte, levenslange pijn, een onveilig bestaan of onmenselijke woonomstandigheden.
Als je dan wegloopt van je les en een leerling zegt nog even snel: “alsnog bedankt voor de les mevrouw, ondanks dat het chaos was”. Dan kan je niet anders dan met een glimlach het lokaal verlaten, daar doen we het voor, die hartveroverende pubers.
Ochtendroutine
“Echt leuk dat u op TikTok zit!”
“Ja? Ik weet alleen echt niet wat leerlingen dan van een docent zouden willen zien dan.”
“Anders filmt u uw ochtendroutine! Dat is leuk!”
“Ja? Zit iemand te wachten op die informatie?”
“U bent onze enige docent op TikTok, dit soort dingen zien we anders nooit!”
Daar had ze een punt. Dus. Daar ging ik dan!
ℙ𝕦𝕓𝕖𝕣 𝕧𝕤 𝕕𝕠𝕔𝕖𝕟𝕥𝕖, 𝕘𝕖𝕧𝕖𝕔𝕙𝕥 𝕧𝕒𝕟 𝕕𝕖 𝕖𝕖𝕦𝕨
Soms word je door je leerlingen bij een gesprek betrokken waar je duidelijk de context mist omdat je er pas later bij betrokken wordt. Vandaag was zo’n dag, voordat ik wist zat ik ergens middenin.
“Mevrouw, denkt u dat u M. kan bossen*?”
“Mevrouw Schoonemann kan hem sowieso bossen, zij is kast**.”
M. (16 jaar): “Maar wat als ik zou rennen? Dan ben ik sneller dan u.”
Al snel ontstaat een discussie in de twee lokalen waar ik les geef. Het merendeel gelooft in mijn winst, ze proberen nog wat informatie in te winnen.
“Sport u?”
“Wat?! Heeft u nu spierpijn omdat u zondag voor het eerst sinds oktober weer gesport heeft?”
“Nah, u wint alsnog”
De leerlingen hadden er duidelijk meer vertrouwen in dan ik, maar een beetje meespelen hoort er bij vind ik. De les is bijna voorbij, ik doe mijn jasje uit en gebaar naar leerling M.: “kom dan...”.
De klas kijkt mij vol verbazing aan, ze geloven letterlijk hun ogen niet als ik met hun klasgenoot naar het schoolplein ga. Ze hangen uit het raam, met hun telefoons in de aanslag.
Ik leg uit dat ik er vanuit ga dat ik zal verliezen, hij zou ook van mij moeten winnen. Ik kan dus eigenlijk alleen maar winnen, want als ik verlies verlies ik niet echt. De tuinmannen die bezig zijn op het schoolplein horen ons gesprek en roepen mij bemoedigend toe: “Tuurlijk ga je winnen!”
M. telt af en al voordat ik weg ben heeft hij een goede voorsprong, die haal ik niet meer in. Ook op de terugweg als we een ander laten aftellen (“1, 2.... Oh wacht, aftellen dus dan als ik Go - ik ren al - nee ik ga nu aftellen 3, 2, 1, go”), en leg ik het weer totaal tegen hem af. Kansloos verloren.
Bij de terugkeer in het lokaal is de conclusie dat als we zouden vechten ik zou winnen als ik het doe voordat hij kan rennen. Ik heb vandaag verloren maar ook duidelijk wat gewonnen.
“Mevrouw, echt cool dat u dit gedaan hebt. Dit vergeet ik niet snel meer.”
Voor de lezers die geen puber meer zijn:
* Bossen = 1 - stuk/kapot maken, 2- slaan, 3 - je lyric rappen, 4 - iemand ownen, 5 - iemand de baas zijn
** Kast = een persoon die gespierd en breed is
Dag 144 – “Links, rechts, voor, achteren”
Dit verhaal hoort bij mijn werkdag van vrijdag 4 december.
Mijn zus was al een tijdje op zoek naar een paar Pieten om met de kinderen in de speeltuin te spelen. Coronaproof en toch leuk voor de kids. Toen dit een uitdaging bleek, en we de mogelijkheden al in de familie zochten, besloot ik een berichtje te plaatsen op mijn Instagram. Het enige stukje social media waar ik ook leerlingen toelaat. Daardoor bereik ik in een mum van tijd ook een schare oud-leerlingen.
Een berichtje rond elf uur ’s avonds en binnen een paar minuten heb ik al serieuze reacties. Uit de eerste reactie komt een echte deal voort. De andere potentiële Pieten moet ik teleurstellen. Oprecht. “Heeft u echt niet nog meer pakken, zodat wij ook mee kunnen doen?”. De drie oud-leerlingpieten stalen afgelopen zaterdagmiddag de show in het speeltuintje. De Pieten deelden zakjes kruidnoten uit, sprongen, schommelden, gingen van de glijbaan, speelden tikkertje en voetbal tegelijkertijd. Ze gaven high-fives, gingen op de foto en gingen met hordes kinderen naar links, naar links, naar links, en weer naar rechts, naar rechts, naar rechts, naar rechts.
De kinderen, en Pieten, door het dolle heen. Een groot succes en de Pieten komen volgend jaar vast weer langs dit schoolpleintje, vermoed ik zo. Ik stuur foto’s van de Pieten naar collega’s maar dankzij de roetvegen hebben zij niets door. De speeltuinkinderen zijn hyper-de-pieper en ik hoor en zie de ouders, op afstand, verzuchten dat ze niet kunnen wachten tot de rust wederkeert over een week. Hun kinderen slapen slechter, luisteren slechter, gedragen zich slechter en de ouders draaien bijna door.
En voordat je het weet is het bijna een week verder en is morgen de grote dag, of eigenlijk een van de grote dagen van december. Een prachtige dag om te mogen werken op een middelbare school. Want als je denkt dat die pubers wel over die Sint-anxiety heen zijn, think again. De gesprekken in de klas gaan over de chocoladeletters waar ze op hopen. “Hoezo zit overal tegenwoordig gezouten karamel in! Chocoladeletters, pindakaas, gekkenhuis!” Welke cadeaus ze te wachten staan en de plannen van morgen.
Ondertussen klaagt een brugklas tegen mij dat ze helemaal geen pauze hebben en dus ook niet kunnen lunchen. Ik zwicht bíjna om ze tijdens mijn les te laten eten, uit medelijden. De hectiek zit er alleen goed in, dus vergeet ik dit al snel. Gelukkig maar, want na afloop van de les zie ik ze naar hun volgende ‘les’ sprinten, de sinterklaasviering met pakjes drinken, kruidnoten, cadeautjes, spellen, gedichten en/of surprises. Tijd zat om ook een broodje te eten dus…
Kortom een pretje om les te geven. Niets mooiers natuurlijk dan een stuk theorie bespreken terwijl ze allemaal bijna op en neer gaan en willen springen. Voeg daar een paar Pieten achter een heg aan toe bij de zorginstelling naast ons. Ik zie alle koppies naar rechts, naar rechts, naar rechts schieten, zodra de eerste zeg “Piet!” en in een klap is het kleine beetje aandacht dat er was helemaal weg. Die ogen gaan nu zeker niet meer naar voren.
Na het weekend is Sinterklaas weer voorbij en wordt het allemaal weer beter, oh wacht, dan is het nog maar twee weken tot de kerstvakantie. It’s gonna be a hell of a ride!
De maan die schijnt weer door de bomen
Laat Sinterklaas nu maar eindelijk komen
Ja, hij komt, hij komt, hij komt, hij komt eraan
Hé hé hé
Ik kan mezelf nog amper bedwingen
Mijn lijf gaat op en neer, ik moet gaan springen
Want hij komt, hij komt, hij komt eraan
Hé hé hé
Oké alle coole vriendjes en vriendinnetjes het is tijd om met z’n allen te springen
We gaan eerst naar links, dan naar rechts, dan voor voren en als laatste weer naar achteren
Opgelet, daar we
En alle Pieten gaan naar links, naar links, naar links
En dan weer allemaal naar rechts, naar rechts, naar rechts
En alle Pieten gaan naar voor, naar voor, naar voor
En met z’n allen weer naar achteren
Naar links, naar links, naar links
En dan weer allemaal naar rechts, naar rechts, naar rechts
En alle Pieten gaan naar voor, naar voor, naar voor
En met z’n allen weer naar achteren
Oh wat heb ik het toch getroffen
Al die cadeautjes in mijn schoenen en sloffen
En het gaat, het gaat, het gaat, het gaat maar door
Hé hé hé
De hele dag hebben wij al genoten
Van marsepein en pepernoten
En het gaat, het gaat, het gaat, het gaat maar door
Hé hé hé
Oké alle coole vriendjes en vriendinnetjes dat ging al best wel goed maar ik weet zeker dat jullie het nog beter kunnen
En daarom gaan we hem nog een keertje doen
Zijn jullie er klaar voor
Daar gaan we
En alle Pieten gaan naar links, naar links, naar links
En dan weer allemaal naar rechts, naar rechts, naar rechts
En alle Pieten gaan naar voor, naar voor, naar voor
En met z’n allen weer naar achteren
Naar links, naar links, naar links
En dan weer allemaal naar rechts, naar rechts, naar rechts
En alle Pieten gaan naar voor, naar voor, naar voor
En met z’n allen weer naar achteren
Het liedje luisteren doe je hier: https://open.spotify.com/track/76JC5DN3VM9VsRpBbZ56Dk?si=L0EdKAdGQWq0kZtSGfA-Rw
De hele afspeellijst van mijn blogs hier: https://open.spotify.com/playlist/5EtxaLDydwfpnPsFrSS3Oh?si=Q38OEQ4aSDWoR42OH9Ef6A