Big Data is watching you
Ik heb net een periode afgesloten waarbij ik me bezighield met een project over Big Data. Een onderdeel van de verplichte literatuur was het boek Dit Is Big Data van Steve Lohr, journalist van de New York Times. Dit boek omschrijft het belangrijke nieuwe fenomeen big data en laat door middel van uitgewerkte voorbeelden zien hoe het invloed heeft op onze samenleving. Het boek kijkt niet alleen naar de negatieve eigenschappen van big data zoals de schending van privacy die we bijna dagelijks in de media horen, maar ook naar de geweldige innovaties die het met zich meebrengt.
Een voorbeeld van een fascinerende vorm van big data in het boek is het medische dataverzamelingsprogramma Watson. Een arts vertelt dat een patiënte naar hem toe kwam met rare symptomen waar hij maar geen conclusie uit kon trekken. Maanden lang kwam ze steeds terug en keer op keer wisten artsen haar symptomen niet te verklaren. De arts was op dat moment een enorm medisch boek aan het lezen en hij wou het eigenlijk niet uitlezen, maar zijn vrouw overtuigde hem dit toch wel te doen. Op één van de laatste pagina’s stond een aandoening beschreven met precies de symptomen van de patiënte. De arts was ontzettend blij dat hij eindelijk wist welke diagnose bij de symptomen van de patiënte hoorde, maar vond het moeilijk te bevatten dat deze patiënte misschien wel was overleden als hij niet toevallig net die pagina van het enorme boek had gelezen.
Tientallen jaren later kijkt de arts terug op deze casus. Nu bestaat het computerprogramma Watson. Als een patiënt binnenkomt, worden al zijn symptomen ingevoerd in dit programma en binnen enkele seconden concludeert het programma een diagnose. De arts geeft aan dat hij heel tevreden is met Watson, omdat het een enorme hoeveelheid aan data kan analyseren om tot de relevante informatie kan komen, wat de artsen zeeën van tijd bespaart en waarschijnlijk zelfs levens redt. Hij vertelt dat bij het invoeren van de symptomen van die patiënte van tientallen jaren geleden, dit programma binnen enkele seconden al wist welke aandoening de patiënte had.
Na het lezen van dit hoofdstuk had ik een heel positief beeld van big data en van wat het voor ons kan doen... totdat ik op één dag al mijn boeken voor die lesdag in mijn tas stopte. Toen viel mij opeens iets op. Tegelijkertijd met Big Data was ik namelijk het boek 1984 van George Orwell aan het lezen: een dystopisch boek dat werd geschreven in de jaren ‘50 van de vorige eeuw. Het gaat over een wereld waarin iedereen in de gaten wordt gehouden door Big Brother, en onzichtbare macht die je in de gaten houdt. Niemand weet op welke manier die precies wordt gevolgd, maar iedereen is bang voor de gevolgen van verboden daden, want ‘‘Big Brother is watching you’‘. Het boek laat zien hoe de overheid in deze alternatieve wereld zorgt dat mensen geen ‘verkeerde’ ideeën zullen krijgen, namelijk door het woordenaantal van de gesproken taal te verkleinen door sommige woorden te verbieden en door constant propaganda te verspreiden. Iedereen is bang voor Big Brother en om gestraft te worden als ze verkeerde gedachten hebben.
Bij het vergelijken van dit boek met onze werkelijkheid is het onvermijdbaar om Big Brother te vergelijken met big data. Toen ik dit verband maakte werd mijn beeld van big data een stuk grimmiger. Facebook weet of je een relatie hebt. De Albert Heijn weet wat je graag eet. Je iPhone weet al wat je gaat typen. Natuurlijk kunnen deze gegevens ook voor positieve doeleinden worden gebruikt, maar soms is het best even schrikken als een computer iets over jou weet voordat je het zelf weet. Big data is nog erg nieuw en het is niet gek om bang te zijn voor het onbekende.
Ik hoop dat we allemaal worden verrast en dat big data ons leven vooral efficiënter en makkelijker maakt, zonder dat we het gevoel krijgen constant in de gaten gehouden te worden.













