Na 3 weken heb ik mijn eigen versie van de vluchtelingenproblematiek achter de rug.
Het dragen van het hoofddeksel was eerst aan de beurt. Eenmaal de ongemakkelijke ‘hello, how are you?’ achter de rug, werd mijn Frans petje met de grond gelijk gemaakt door de lokale footie fans en vervangen door een cap van de Brisbane Broncos. Die Footie komt van Football en verwijst naar de Australische rugbysport. Let op, rugby is niet te verwarren met American Football, welke sport hoger wordt aangeschreven was meteen voer voor de eerste toogdiscussie onder de mannen met vooral vriendschap en gerstenat in de hoofdrol.
Vervolgens was het schoeisel aan de beurt. Doorgaans geraken de Australiërs niet verder dan slippers en eigenlijk gaat de voorkeur zelfs naar blootvoets rondhangen op de straat en in de lokale supermarkt. Na deze zware aanpassingen schoof Australië nog één belangrijke leefregel naar voor: ‘No worries’.
In geen tijd hebben die Aussies zichzelf gepromoveerd tot mijn Beloofde Land.
Het is werkelijk verbazend hoe vriendelijk en zorgeloos de Australiërs zijn. De ‘no worries’ wordt werkelijk overal toegepast. Nooit gedacht dat de nodige administratie (bank, belastingen, ziekteverzekering,…) in orde maken plezant kon zijn. Alhoewel Oilsjt zeker niet moet onderdoen op dat vlak: een speciale ‘dankjewel’ Marleen van loket A1 in ons splinternieuw Oilsjters Administratief Centrum voor haar uitstekend advies om, onder andere, belangrijke documenten online te bewaren.
Maar noem de Aussies zeker niet lui! Bij zonsopgang trekt menig Australiër de loopschoenen (hier en daar zelfs blootvoetse lopers gespot) aan. Het prachtige loopparcours met zicht op zee en inclusief gratis te gebruiken fitness toestellen doet elk excuus teniet om in m’n bed te blijven liggen.
Eenmaal gesetteld brak de moment aan om de streek te verkennen. Vanuit Cairns ben ik landinwaarts richting de Atherton Tablelands getrokken. Het winters weertje leende zich ertoe om menig watervallen in te duiken en te genieten van de adembenemende natuur die Noordoost Australië te bieden heeft.
Met het Europees gezelschap (de Engelsen Joe & Tony en Lorenzo uit Duitsland) trokken we na het plonsen verder richting Mission Beach. Op de menu stond twee nachtjes Jackaroo’s Hostel, een boomhut in het midden van het tropisch regenwoud en een uitstapje naar Dunk Island.
Dunk Island loont dicht aan tegen wat je ‘paradijs’ mag noemen. Eindeloze parelwitte stranden, palmbomen en natuurlijk ‘no worries’. Hier en daar tref je resten van de twee cyclonen aan. Deze hebben een vijftal jaar geleden flink huisgehouden op het eiland waardoor iets minder toeristisch is.
Als gevolg van onze goede voorbereiding op deze uitstap stelden we het zonder lunch. Gelukkig is er Moeder Natuur (het blijft moeilijk zonder mama te overleven) en schafte de pot vers gevangen oesters, door Joe heel poëtisch ‘vaginas of the ocean’ genoemd. ’t Is eens iets anders dan vrijdag frietjesdag.
Mission Beach splitste de wegen van het gezelschap. Met Lorenzo ben ik teruggekeerd naar Cairns terwijl Team Engeland verder zuidwaarts is getrokken.
Terug in Nomads aanbeland, staat Finding Nemo in de Great Barrier Reef op de planning.
Cheers!