Het ruiterstandbeeld van Karel de Grote op het Keizer Karelplein
Over het ruiterstandbeeld van Karel de Grote in Nijmegen
Lezing door Feico Hoekstra, gehouden op zaterdag 14 juni 2014 op het Keizer Karelplein in Nijmegen
Precies twintig jaar geleden studeerde ik in Nijmegen af als kunsthistoricus. Ik moet eerlijk bekennen dat het beeld van Karel de Grote mij toen nooit is opgevallen. Ik moet het wel gezien hebben, dan kan haast niet anders, maar ik heb er geen enkele herinnering aan. Het beeld van Bisschop Hamer, aan de overkant, gemaakt door Bart van Hove, kan ik mij ook niet herinneren. Het ruiterbeeld van Jo Uiterwaal, dat niet zover hier vandaan hoog boven het station uittorent, kan ik me wél herinneren uit mijn studietijd, al had ik toen geen idee wie de maker was. Dat beelden in de openbare ruimte vaak ongezien worden voorbijgelopen, zelfs door (aspirant) kunsthistorici als ik, komt volgens mij omdat een beeld zich in dezelfde ruimte als de kijker bevindt. In tegenstelling tot een schilderij creëert een beeld geen eigen ruimte, die je afzondert van de werkelijkheid om je heen. Het geeft geen illusie van een andere wereld. Een beeld is gewoon een van de vele dingen in je omgeving en omdat het stilstaat en geen geluid maakt, en vaak ook nog een beetje onbestemd van kleur is, verliest een beeld al gauw de strijd om de aandacht. Dat beeld van Uiterwaal bij het station valt alleen maar op omdat het daarboven geen concurrentie heeft van andere dingen. De drie figuren op het straatniveau, die er bij horen, kent bijna niemand, want die zie je in alle drukte over het hoofd.
Bij het beeld van Karel de Grote heb je ook nog te maken met het feit dat je er als kijker nauwelijks dichtbij kunt komen. Om het goed te zien, moet je het plein oversteken en dat is zelfs met de auto al een hele opgave, weet ik uit eigen ervaring. Ik ken mensen die vanaf de Sint-Annastraat of de Oranjesingel een woonwijk induiken en dan binnendoor rijden, om in godsnaam maar niet dat plein op te hoeven. Vanuit de auto zou je in theorie trouwens het beste zicht op het beeld moeten hebben, omdat je er omheen rijdt en het dus van alle kanten kunt zien. Maar de bomen hier in het parkje, die sinds de onthulling van het beeld in 1962 al weer veel groter zijn geworden, helpen niet echt om het beeld optimaal te laten uitkomen. Toen het plein werd aangelegd, eind 19de eeuw, was het allemaal heel anders. Het verkeer stelde vergeleken met nu zo goed als niks voor en het plein was vooral bedoeld om te pronken. Lichtend voorbeeld was het Place de l’Étoile in Parijs, waar de Arc-de-Triomphe staat en dat tegenwoordig Place Charles de Gaulle heet. Net als dat plein is ook het Keizer Karelplein door de jaren heen veranderd van een pronkstuk tot een probleem.
Op internet kun je een filmfragment bekijken van de onthulling van het beeld in de zomer van 1962. Op de achtergrond zie je het verkeer langsrijden. Oversteken moet toen ook al geen sinecure zijn geweest. Het oorspronkelijke plan van de VVV Nijmegen voor een beeld van Karel de Grote op deze locatie dateert van 1930 en je kunt wel stellen dat in de ruim dertig jaar tussen plan en realisatie, en daarna in de ruim vijftig jaar sinds de onthulling, zowel de representatieve als de recreatieve functie van het park vrijwel teniet is gedaan. Er op een mooie dag even naar toe wandelen en rustig op een bankje gaan zitten, is er niet meer bij. Toch is het park, toen in 1962, volledig gehandhaafd en met de plaatsing van het beeld van Karel de Grote zelfs nog benadrukt als een betekenisvolle plek. Het heeft haast iets provocerends om de mensen hier aan de ene kant als het ware naar toe te lokken en aan de andere kant een drempel voor ze op te werpen waar je alleen met gevaar voor eigen leven overheen kunt. In Parijs hebben ze een voetgangerstunnel aangelegd om heelhuids bij de Arc-de-Triomphe te kunnen komen, maar zoiets zie ik in Nijmegen niet gauw gebeuren. Het toenemende verkeer heeft het plezier van zo’n parkje eigenlijk ook wel ontnomen. Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die gezellig vanaf het plein naar de auto’s gaan zitten kijken.
(Foto van Hristina Tasheva, ruiterbeeld Keizer Karel gemaakt door kunstenaar Albert Termote 1887 – 1978)
Het standbeeld van Karel de Grote is gemaakt door Albert Termote. Hij kreeg de opdracht ergens eind jaren vijftig en in 1960 was het zover dat hij het beeld kon laten gieten bij de firma Binder in Haarlem, toen een van de belangrijkste bronsgieters van Nederland. Termote was afkomstig uit België. Hij werd geboren in 1887 en opgeleid tot beeldhouwer aan de kunstacademie van Gent, waar onder anderen George Minne zijn leraar was. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, vluchtte Termote naar Engeland en niet veel later naar Nederland. In Amsterdam studeerde hij verder bij professor Jan Bronner aan de Rijksakademie. De Nederlandse beeldhouwkunst in die tijd was een heel andere beeldhouwkunst dan die in België. In Nederland ging het vooral om bouwbeeldhouwkunst, oftewel beelden aan gebouwen. Het was de tijd van de Beurs van Berlage en het Scheepvaarthuis, twee prestigeprojecten in Amsterdam waarbij de beeldhouwkunst helemaal geïntegreerd is in de architectuur, zoals vroeger bij gotische kathedralen. Ook Termote zou zich na zijn opleiding bezighouden met bouwbeeldhouwkunst, maar daarnaast maakte hij vrijstaande werken. Gaandeweg groeide hij uit tot een echte ruiterspecialist. In de openbare ruimte van Nederland zijn in totaal vier ruiterstandbeelden van zijn hand geplaatst. Behalve het beeld van Karel de Grote zijn dat de beelden van de heiligen Willibrordus (1942) en Martinus (1948) in Utrecht, en van de Romeinse veldheer Gnaius Domitius Corbulo (1962) in Termote’s woonplaats Voorburg.
Alle ruiterstandbeelden die er bestaan, kun je grofweg indelen tussen ruiters op een paard dat stilstaat of rustig stapt en ruiters op een paard dat steigert. Het beeld van Karel de Grote is het enige ruiterstandbeeld van Termote met een steigerend paard. De overige drie beelden hebben een heel andere uitstraling. Prototype is het Romeinse ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius op het Capitool in Rome, dat sinds de renaissance in heel Europa navolging vond. De beelden benadrukken de onaantastbaarheid van de macht, of die nou van God zelf kwam, zoals bij de heiligen, of van de Keizer in Rome, die ook een goddelijke status werd toegedicht. Deze ruiters zitten erbij alsof hen helemaal niks kan overkomen, alsof ze alles onder controle hebben. Ze wekken vertrouwen. Dat laatste kun je van onze Keizer Karel niet zeggen. Hij is volop in actie en straalt agressie uit. Het is kennelijk de bedoeling dat je een beetje bang van hem wordt. De woeste blik boven dito baard, het opvallend grote zwaard en natuurlijk dat steigerende paard en niet te vergeten de kolossale afmetingen van het beeld – alles is erop gericht om indruk te maken en te intimideren.
Op zich is de keuze voor zo’n vechtlustige Karel de Grote niet logisch, zeker niet gezien zijn huidige reputatie als oervader van een Verenigd Europa en als degene die het onderwijssysteem heeft hervormd. Daarbij past eerder het beeld van een strenge maar wijze en vredelievende man en zo wordt hij eigenlijk ook altijd afgebeeld. Het ruiterbeeld van Termote is de uitzondering. Voorlopers in Nederland van dergelijke iconen van vechtlust zijn er niet. Daarvoor moet je naar het buitenland: ruiterbeelden van Peter de Grote, Lodewijk XIV en andere grootvorsten. Dat brengt ons bij een ander aspect van het beeld in Nijmegen, of zelfs een aspect van de Nederlandse beeldhouwkunst in zijn algemeenheid, namelijk het feit dat Nederland tot halverwege de 19de eeuw überhaupt geen traditie van standbeelden had. Het standbeeld van Erasmus in Rotterdam uit 1622, gemaakt door Hendrik de Keyser, was meer dan drie eeuwen lang het enige openbare standbeeld van betekenis in Nederland en dan dus niet van een politiek leider of militair, maar nota bene van een denker. Nederlanders hebben het kennelijk niet zo op standbeelden en al helemaal niet van mensen die willen laten zien dat ze de baas zijn. Veelzeggend is het feit dat het eerste grote standbeeld sinds Erasmus niet gemaakt werd door een Nederlander maar door een landgenoot en voorganger van Albert Termote, namelijk Louis Royer. Het betreft het beeld van Michiel de Ruyter in Vlissingen uit 1841. Al even opvallend is dat dit beeld De Ruyter niet als een onoverwinnelijke zeeheld laat zien, maar als een kalm en wijs bestuurder.
Het eerste officiële ruiterbeeld in Nederland is het beeld van Willem van Oranje bij Paleis Noordeinde in Den Haag, in 1845 gemaakt door Emilien de Nieuwerkerke, weliswaar van Nederlandse afkomst maar wonend en werkend in Frankrijk. Daar vlakbij, voor de entree van het Binnenhof, staat het ruiterbeeld van Willem II uit 1924 door Antonin Mercié, een geboren Fransman. Dan heb je ook nog het ruiterbeeld in Breda van koning-stadhouder Willem III, in 1921 gemaakt door Toon Dupuis, een geboren Belg. Deze ruiterbeelden laten net als drie van de vier ruiterbeelden van Termote zelf allemaal het Marcus Aurelius-type zien, met een paard dat rustig stapt en een ruiter die rustig om zich heen kijkt. Het beeld van Termote in Nijmegen is dus een breuk met de traditie, die hem overigens door een Nederlandse collega werd ingegeven. Zoals gezegd stamt het oorspronkelijke plan voor een beeld van Karel de Grote uit 1930. De plaatselijke VVV wilde Nijmegen en haar inwoners vanwege de viering van 700 jaar stadsrechten een beeld van de keizer cadeau doen en had beeldhouwer Jac Maris uit Heumen gevraagd een schetsmodel te maken. Maris kwam toen met een ruiterbeeld waarbij Karel de Grote op een steigerend paard zit. Maar dit model stuitte op groot verzet van de Nijmegenaren, die het in ingezonden stukken in de krant onder meer hadden over “een steigerend trekpaard met daarop een arrogant mannetje”, waarna de plannen van de VVV in de koelkast werden gezet.
Voorgaande onderstreept nog eens dat Nederlanders niet houden van beelden van machthebbers en trouwens ook dat Karel de Grote niet altijd zo populair is geweest in Nijmegen als nu het geval is. Des te opmerkelijker dat het beeld van Albert Termote van dertig jaar later helemaal voldoet aan die beschrijving van “een steigerend trekpaard met een arrogant mannetje”. Je zou haast denken dat het beeld zo is weggestopt achter bomen en een cordon van voortrazend verkeer om het te beschermen tegen hordes iconoclastische Nijmegenaren. Daarmee worden ook dat steigerende paard en die vechtlustige houding van Karel de Grote ineens een stuk begrijpelijker.
(Foto van Hristina Tasheva, ruiterbeeld Keizer Karel gemaakt door kunstenaar Albert Termote 1887 – 1978)