Veldwerk: Het verhaal van de feiten door Esther Op de Beek
In deze rubriek kun je lezen over de laatste ontwikkelingen in het literaire veld. Esther Op de Beek woonde een openbare lezing van Frank Westerman, gastschrijver aan de Universiteit Leiden, bij op 5 oktober en schreef dit stuk. De Verweylezing die Westerman op 3 november uitsprak over 'feitenliteratuur' lees je hier terug.
Het verhaal van de feiten
‘Ik begin met Stikvallei want daar ben ik vorige week niet aan toegekomen. Kort hoor. Kort’, waarschuwt Frank Westerman, om vervolgens de zaal, vol Leidse studenten, docenten en andere geïnteresseerden, op zo’n smakelijk verteld verhaal te trakteren dat we ruim een uur later opschrikken als het ineens tijd is voor het eigenlijke onderwerp van de lezing. Frank Westerman is dit jaar de gastschrijver aan de Universiteit Leiden. Hij ontleedt zijn boeken met de studenten door te vertellen hoe onderwerp, thematiek en vorm zich tot elkaar verhouden: hoe ze aanvankelijk bedacht zijn, daarna verkend, uitgewerkt en bekritiseerd zijn en hoe ze uiteindelijk boeken zijn geworden.
De rode draad door Westermans werk is een vorm van onderzoek naar feiten en verhalen. Zie hier het mooie artikel ‘Waargebeurd, ingekleurd’ van Bert Wagendorp hierover. Van 1992-1994 was Westerman correspondent voor de Volkskrant in voormalig Joegoslavië en daarna, van 1997-2002 in Moskou voor NRC Handelsblad; inmiddels heeft hij zich volledig op het journalistiek schrijven gestort. Hij onderzoekt in zijn boeken hoe geschiedenis vorm krijgt en tijdens zijn colleges laat hij zien hoe hij zelf vervolgens weer literair vorm geeft aan zijn ervaringen en bevindingen. Die rode draad wordt nogal eens verward met de onderwerpen waarmee hij het onderzoek uitvoert. Schrijft hij over de vraag of taal iets kan uithalen tegen terrorisme (in zijn recentste werk: Een woord een woord uit 2016), dan kiest hij een onderwerp waaraan hij dat kan onderzoeken, in dit geval de Molukse treinkapingen. Keer op keer, zo vertelt hij de studenten, leidt dat tot onbegrip bij de redacteuren van de uitgeverij: ‘Schrijf nou gewoon, chronologisch, over die treinkapingen! Maak het persoonlijk! Heb je geen familie die daar ooit bij betrokken was?’ Hij wisselde inmiddels al een keer of vier van redacteur om die reden, maar, onthult Westerman: ‘Ik trek me die reacties toch enorm aan: maak ik dan niet duidelijk waar het me echt om te doen is? Niet om antwoorden, maar om de manier waarop we betekenis geven.’ Het is een paradoxale kwestie: juist in de meer journalistieke non-fictieteksten, waarin ‘maatschappelijk engagement’ een gegeven lijkt, betreft dat engagement de taal: ligt het eerder bij fingeren dan bij het journalistieke onderwerp.
In Stikvallei is de ‘proefopstelling’ voor dat eigenlijke thema een kratermeer in Kameroen, waarin op 21 augustus 1986, als hij student Tropische Cultuurtechniek is, van het ene op andere moment alle mensen, dieren en planten sterven, maar geen enkel teken van verwoesting waarneembaar is. Vijfentwintig jaar later is er nog altijd geen sluitende verklaring. Vanuit deze ‘perfecte, unieke historische proefopstelling’, aldus Westerman, kon het onderzoek starten. Niet naar: wat is er nou werkelijk gebeurd? Maar: wie leverden de verklaringen? Familieleden? Wetenschappers? Zendelingen? Op grond waarvan? Welke al bestaande verhalen kleuren de waarnemingen? Welke feiten zijn er? Wat zijn eigenlijk feiten? Welke motieven en machtsspelletjes spelen een rol in het produceren en accepteren van verklaringen? Westerman beschrijft hoe hij op onderzoek uitgaat en een van de onderzoekers hoort zeggen:
“We moeten oppassen dat we de feiten niet zo rangschikken dat ze ons verhaal vertellen. We moeten de feiten de tijd geven hun eigen verhaal te vertellen.’ Ik zette een streep onder deze zinnen. Joe Devine, de benjamin van de Nyos-onderzoekers, roept zijn collega’s tot de orde. […] Wat mij aansprak was de manier waarop hij dit verwoordde. ‘We moeten de feiten de tijd geven om ons hun eigen verhaal te vertellen’ is iets anders dan ‘de feiten spreken voor zich’. Het ligt subtieler. Feiten houden om te beginnen hun mond, al rooster je ze boven een vuurtje. Je kunt ze wel een naam geven, maar dat is een onontkoombaar arbitraire bezigheid. Welke naam – dat hangt af van de naamgever’. (p. 29 Stikvallei).
Een van de aanwezigen vraagt of dat laatste niet ook voor Westermans boeken geldt: als hij de wereld ziet als een proefopstelling voor onderzoek naar verhalen, wordt het resultaat van onderzoek dan niet mede gevormd door het verhaal dat hij er zelf weer van maakt? En dat hij al weet dat hij er een verhaal van gaat maken? ‘Precies!’, antwoordt Westerman, ‘daarover moet de discussie juist gaan: hoe doe ik dat weer op mijn beurt.. het is een dubbel metaverhaal! En natuurlijk maak ik er mijn eigen versie van, maar die betreft de verhouding tussen feiten en verhalen’. Het is tijd voor pauze. En voor het begin van het eigenlijke college. Wie mee wil smullen van dit alles, dat kan nog: op 3 november houdt Frank Westerman de Albert Verweylezing in het Academiegebouw in Leiden, zie hier voor meer informatie. Komt allen!
Esther Op de Beek is werkzaam als universitair docent aan de Universiteit Leiden. Ze promoveerde aan de Radboud Universiteit op een onderzoek naar evaluaties in de Nederlandse literaire dagbladkritiek tussen 1955 en 2005. Haar onderzoek richt zich op representaties van geluk en emoties in literatuur en de (receptie van) moderne Nederlandse literatuur.
In het kader van het Wintertuinfestival lanceert Wintertuin een digitaal festivalcentrum: een online platform met iedere week nieuwe themagerelateerde content in allerlei vormen. Meer informatie en antwoorden op vragen over het festivalprogramma en de kaartverkoop kan worden gevonden bij de Festivalbalie.














