De harpiste
Er was eens een heksje...
HET HEKSJE was een heel ongelukkig heksje. Ze zag er niet alleen uit als een heksje, haar stem klonk niet alleen penetrant, als schuurpapier en pijnlijk in iedereens oren, haar neus was groot, krom, scheef en afzichtelijk: je kon er niet omheen wanneer je met het heksje een gesprek probeerde te voeren.
Meestal gingen gesprekken met het heksje sowieso alleen maar over het heksje. Het heksje had namelijk een magisch-onrealistisch vorm van narcisme. Het ging over het heksje, het heksje, het heksje.
Op een dag kreeg het heksje een krankzinnig, ridicuul en ook futiel idee.Het heksje wilde harp leren spelen. Aangezien het heksje gewend was een verwend heksje te zijn, stond binnen een dag een mooie harp in haar kamertje. Daarop begon ze vol enthousiasme haar hoop het ooit te leren bot te vieren.
Met zeer weinig succes. Het klonk als vals gejengel.
(Men zegt dat om iets echt goed te kunnen leren je tienduizend uur moet stoppen in een bepaalde sport of kunstvorm of muziekinstrument, maar wat men vaak over het hoofd ziet is dat er wel talent voor nodig is die tienduizend uur waardevol te laten zijn.)
Dat het nergens naar klonk was niet eens zo heel erg - we spelen allemaal wel eens vals, viool, trompet, djembé, triangel, met kaartspelletjes - nee, het allerergste aan de irrealistische ambities van het heksje om ooit harp te kunnen spelen, is dat de harp een snaarinstrument is en dat een snaarinstrument, net als een flinke gitaar maar eerder nog zoals een piano, behoorlijk hard weerklinkt en galmt en daarmee dus irritant veel herrie maakt. Zeker ‘s nachts, als de mensen die de pech hadden met het heksje in huis te wonen gewoon wilden slapen. Het heksje zelf sliep vooral overdag, zodat ze kon zeuren over de goede muziek die de mensen uit haar directe omgeving dan mensrechtelijk gezien gewoon hadden moeten kunnend draaien.
Op een dag stapte de gewone bovenbuurjongen die het inmiddels om verschillende redenen al best vaak aan de stok had gehad met het heksje, in zijn stoute schoenen de trap af om haar te zeggen dat hij graag wilde dat ze besefte dat er een mogelijkheid was dat men in de situatie zoals die zich nu al een poosje afspeelde wellicht eens kon zijn met de jongen dat om twee uur ‘s middags een liedje luisteren van een vinylplaat of zo niet per se in verhouding stond met zijn nachtelijk vaak tot twee, drie uur wakker liggen van haar pogingen harp te leren bespelen.
Het heksje zei:
Zullen we er een decibelmeter bijhalen.
De jongen zei:
Denk je dat het met apparaten moet, terwijl we twee volwassen mensen zijn en jij mij ook graag mag verzoeken mijn muziek op klaarlichte dag wat te temperen in volume?
Het heksje bleef even stil. Alleen dat al was een zegen. Een andere bewoner van het kasteel van het heksje had het schouwspel aangezien en begon over nog wat klachten die leefden onder alle medebewoners van het heksje. Het heksje slikte duidelijk wat tranen weg.
Niemand vond het heksje echt aardig. En nu ze zelf ook heus wel wist dat ze nooit een groot harpiste zou worden, moest ze voor de ontelbaar zoveelste keer op zoek naar een onhaalbaar doel, een droom om na te streven die niets dan teleurstelling zou opleveren.
Het heksje zette thee, draaide alle sloten van haar heksenkamertje dicht en speelde nooit meer harp...









