In de ene opvatting is de mens in wezen goed en de maatschappij moet er vooral voor zorgen dat die goede inborst ten volle tot ontwikkeling kan komen. In de andere visie is de mens in wezen slecht, en de maatschappij moet er streng op toezien dat die slechte inborst zoveel mogelijk ingeperkt wordt. Een maatschappij waarin zelfrealisatie centraal staat, gaat uit van de veronderstelling dat de mens in wezen goed is - vandaar dat zelfrealisatie een goed idee is. Een maatschappij die uitgaat van een tegenovergesteld mensbeeld, zal gericht zijn op zelfverloochening; het gaat erom dat slechte in toom te houden. Regelmatige controle is noodzaklijk en de teugels moeten strak aangehaald blijven. Deze opvatting heeft in het Westen de toon gezet, met de christelijke ethiek als voorlaatste vormgeving. Tegenwoordig koesteren we de illusie dat we ons daarvan bevrijd hebben, terwijl we met enige angst naar het volgende functioneringsgesprek stappen en kinderlijk blij zijn als we een gunstige evaluatie krijgen.
Paul Verhaeghe (Identiteit)

















