Ik kwam thuis, het was een uur of acht en zeldzaam zacht voor de tijd van het jaar, de tuinbank stond klaar onder de appelboom
ik ging zitten en ik zat te kijken hoe de buurman in zijn tuin nog aan het spitten was, de nacht kwam uit de aarde een blauwer wordend licht hing in de appelboom
toen werd het langzaam weer te mooi om waar te zijn, de dingen van de dag verdwenen voor de geur van hooi, er lag weer speelgoed in het gras en verweg in het huis lachten de kinderen in het bad tot waar ik zat, tot onder de appelboom
en later hoorde ik de vleugels van ganzen in de hemel hoorde ik hoe stil en leeg het aan het worden was
gelukkig kwam er iemand naast mij zitten, om precies te zijn jij was het die naast mij kwam onder de appelboom, zeldzaam zacht en dichtbij voor onze leeftijd.
Rutger Kopland, uit de bundel: geluk is gevaarlijk.
Ik kwam thuis, het was een uur of 2 en zeldzaam vroeg voor de tijd van mijn school,
De tuinbank stond klaar, onder de grote hazelaar. Ik ging zitten en ik zat te kijken, hoe mijn vader in ons kleine bos nog steeds het onkruid niet wist weg te zeiken.
De nacht kwam uit het onkruid, een blauwer wordend licht hing in de hazelaar.
Toen werd het langzaam weer te mooi om waar te zijn, al de chaos van de dag verdwenen voor de geur van nat mos, adios chaos.
En ver weg op de weg zag je kinderen sporten en zich vermaken tot waar ik zat, tot onder de grote hazelaar.
En later zag ik alleen mijn vader nog, zag ik hoe stil en leeg het aan het worden was gelukkig kwam er iemand naast mij zitten, het was jij, jij kwam naast mij zitten.
Onder de hazelaar, zeldzaam warm en dichtbij voor de tijd van het jaar.
Imitatie door Jan Burkunk, 2B