Duizenden boerenlandvogels broeden ieder jaar in Noord-Holland. De boerenlandvogelexperts van Landschap Noord-Holland werken met ruim 1.000 boeren, 800 vrijwilligers, vier agrarische natuurverenigingen, jagers/wildbeheereenheden en collega terreinbeheerders samen aan de bescherming van deze vogels. Alle partijen zijn het erover eens: deze vogels mogen niet verdwijnen uit onze provincie. Ieder jaar presenteert Landschap Noord-Holland in het Jaarboek Boerenlandvogels de resultaten van de tellingen van de aantallen broedende vogels van het voorgaande voorjaar. Samen met inspirerende verhalen en conclusies over inspanningen die worden gedaan door alle partijen om de boerenlandvogels te beschermen en te behouden. Het jaarboek is te downloaden op de website van Landschap Noord-Holland https://www.landschapnoordholland.nl/jaarboekboerenlandvogels2024. De belangrijkste conclusies zijn hieronder alvast te lezen. Graspieper, slobeend en gele kwikstaart nemen toe; grutto, scholekster en kievit nemen nog steeds af Het provinciale meetnet boerenlandvogels, dat al 37 jaar de vinger aan de pols houdt, rapporteert de resultaten van 2024. Zo doen de graspieper, slobeend en gele kwikstaart het beter en gaan in aantallen vooruit. Dat is na een periode van achteruitgang vanaf 2006 welkom nieuws. Helaas is de situatie voor de grutto, scholekster en de kievit slecht te noemen. Ze gaan in de gemeten 37 jaar met 1-2% per jaar achteruit. Turbulent broedseizoen: nat weer en hoge predatiedruk Uit de gegevens en ervaringen van de vele honderden boerenlandvogelbeschermers, waaronder vrijwilligers en boeren, blijkt dat 2024 een bijzonder turbulent jaar was. In sommige gebieden resulteerde de vele nattigheid en soms hoge predatiedruk in vele slachtoffers onder eieren en kuikens. Door de samenwerking met en de snelle afstemming tussen vrijwilliger, boer, agrarische natuurvereniging en Landschap Noord-Holland werden meer dan 8.200 nesten beschermd en gespaard. Draaien aan de knop die ‘predatie’ heet Predatoren (roofdieren) hebben aantoonbaar invloed op de weidevogelpopulaties en die invloed was in 2024 relatief hoog, hoewel de verschillen groot waren tussen de gebieden. Predatiebeheer is ontzettend uitdagend. In het jaarboek zijn meerdere experts geïnterviewd over dit thema. De consensus lijkt te zijn dat predatiebeheer zinvol is wanneer de andere randvoorwaarden op orde zijn, dat het een groot verschil kan maken mits je het goed uitvoert. Een goede samenwerking hierbij is essentieel. Actiegroep Kievit Op basis van de wekelijkse tellingen in de Duivendrechterpolder is een oproep aan mensen gedaan het komend seizoen aan te sluiten bij Actiegroep Kievit. Door op uitgekiende tijden te gaan tellen is de verwachting dat we ook meer inzicht kunnen krijgen in het broedseizoen van de kievit, een vogel die pas afgelopen decennium dezelfde neerwaartse trend laat zien als de grutto. De methode om het broedsucces van de grutto te bepalen past niet goed genoeg bij de kievit, en dus wil deze groep een methode voor de kievit ontwikkelen. Nog veel werk te doen voor zo optimaal mogelijke leefomgeving Het jaarboek laat zien dat nog veel werk te doen is om de leefomstandigheden van boerenlandvogels te verbeteren. Inspirerend en hoopgevend zijn de lokale succesverhalen van boeren, vrijwilligers, agrarische natuurverenigingen en terreinbeheerders die zich positief inzetten voor de boerenlandvogels en succesvol werken aan een zo optimaal mogelijke leefomgeving. Enkele voorbeelden van succesverhalen: In Oostwoud heeft het ANV Hollands Noorden met boer Cor wél een succesvol broedseizoen gerealiseerd voor de grutto en tureluur door de vernatting van een kruidenrijk grasland. Op Texel is de veldleeuwerik weer volop teruggekomen door de beheeringrepen van Natuurmonumenten in Waalenburg, en krijgen we door intensief onderzoek van ANV De Lieuw meer inzicht in het broedsucces van de scholekster op de Hoge Berg. Ook de boerenlandvogels in de Middelpolder in Amstelveen en de Aetsveldsepolder in het zuiden van de provincie krijgen weer meer kansen door beheer en inzet van vrijwilligers en Landschap Noord-Holland. De lokale succesverhalen geven hoop en laten zien dat verbetering mogelijk is, terwijl de trend in Noord-Holland laat zien dat die verbetering nodig is.
Landschap Noord-Holland presenteert jaarlijks het Jaarboek Boerenlandvogels waarin de resultaten zijn te lezen van onderzoeken die in het afgelopen jaar zijn gedaan. Het jaarboek 2022 is net uit en te zien is hoe het is gesteld met de aantallen boerenlandvogels. Hoeveel jongen volwassen werden en uitvlogen. En wat de tellingen opleverden. Maar ook hoe vrijwilligers, boeren en organisaties ervoor zorgen dat boerenlandvogels niet uit Noord-Holland verdwijnen. 2022 was een wisselend jaar: het weidevogelseizoen leek positief te starten, maar vooral de droogte later in het seizoen zorgde ervoor dat vogels moeilijk voedsel konden vinden. Het meetnet weidevogels van de provincie Noord-Holland laat ook zien dat steltlopers zoals grutto en kievit het in 2022 weer moeilijk hadden. Gelukkig ging het met de slobeend, krakeend en gele kwikstaart beter. Grote waardering voor iedereen die zich inzet voor behoud van boerenlandvogels Ilse Miedema (Hoofd Marketing & Communicatie Landschap Noord-Holland): “Alle vrijwilligers, boeren en organisaties die inspanningen hebben geleverd om de boerenlandvogels te behouden doen dat met een enorme bevlogenheid en passie. Daar zijn we trots op en we hopen dat ze die bevlogenheid en energie blijven richten op de bescherming en behoud van boerenlandvogels.” Het Jaarboek Boerenlandvogels laat enerzijds zien dat ondanks alle inspanningen de boerenlandvogels het moeilijk hadden. Anderzijds is ook te lezen dat door zo optimaal mogelijk samen te werken en kennis te delen het mogelijk is goede resultaten te bereiken. Het plaatsen van vossenrasters levert bijvoorbeeld betere resultaten op. Voor vrijwilligers en agrariërs intensief werk, maar de weidevogels hebben er baat bij. Het Jaarboek Boerenlandvogels is te downloaden op https://www.landschapnoordholland.nl/jaarboekboerenlandvogels2022. Verbeteringen subsidieregelingen hoopgevend Ilse Miedema: “Het gaat niet goed met vooral de weidevogels, maar we zijn druk bezig met het realiseren van verbeteringen. Hoopgevend was de start van het Aanvalsplan Grutto in de Zeevang en in Amstelland.” De provincie Noord-Holland gaat het Aanvalsplan Grutto verder uitbreiden naar Westfriesland en Laag-Holland. Via het ANlb is er in deze regio’s meer geld beschikbaar. Ook de nieuwe pakketten in het ANLb (subsidieregeling voor agrarische collectieven) gaan helpen om de leefomstandigheden voor weidevogels te verbeteren. Is er een perspectief voor weidevogels in Noord-Holland? “Jazeker,” zegt (weide)vogelexpert Peter Mol van Landschap Noord-Holland. “De aantallen weidevogels gaan nog steeds neerwaarts, echt wel minder snel dan de afgelopen jaren. Maatregelen die we nemen voor weidevogels in kleine gebieden lijken te werken. Het gaat dan om het verhogen van het waterpeil, het creëren van kruidenrijk grasland voor voldoende voedsel én het plaatsen van vossenrasters. Hoewel het arbeidsintensieve en kostbare maatregelen zijn, is het belangrijk dat deze drie in balans zijn. Alleen dan krijgen we de weidevogelstand op orde in vooral de grote weidevogelgebieden." Weidevogelbeschermers gezocht Landschap Noord-Holland ondersteunt de weidevogelwerkgroepen in de provincie. Deze groepen zoeken altijd nieuwe vrijwilligers. Voor beginnende weidevogelbeschermers organiseert de natuurorganisatie jaarlijks een basiscursus. Iedereen die een bijdrage wil leveren aan de bescherming van soorten als grutto, tureluur, kievit en slobeend kan zich aansluiten bij een weidevogelwerkgroep ergens in Noord-Holland. Kijk voor meer informatie op https://www.landschapnoordholland.nl/weidevogelvrijwilliger.
Vanavond is het volle maan, tijd om een brief aan mezelf te schrijven voor volgend jaar. Deze maan staat aan het begin van de transformatie zowel voor de #moonchallenge als voor het #modron #jaarboek welke doelen wil ik bekijken, waar sta ik volgend jaar rond deze tijd.... Deze brief gaat in mijn agenda tot volgend jaar en dan zullen we eens zien waar we staan #transformatie #spiritueel #full #moon #challenge #vollemaan #doelen #ambities #liefde #zelfontwikkeling #steffiestraalt #swarofski #pen #writing (bij Vinkel City)
Vorige week mocht ik het Jaarboek van het PON in ontvangst nemen. dit jaar had dat ‘emotie in de democratie’ als thema. Een thema dat dicht bij me staat, en waar ik een persoonlijke speech over geschreven had. Op veler verzoek hier de tekst die ik uit heb gesproken, te vinden als je op ‘lees verder’ klikt. Op de site van het PON staat meer info, en daar staat ook de mooie speech van directeur Patrick Vermeulen, die mij het eerste exemplaar van het boek overhandigde.
Enkele jaren geleden werd ik eens – het was een bijeenkomst met de lokale politiek – gevraagd naar de momenten uit mijn leven die ik me als waardevol herinnerde.
Ik zocht toen naar een van de eerste herinneringen en dat bracht me terug in de kleuterklas. We zaten in een grote kring met alle kleuters, met in het midden een emmer water. En in die emmer een dweil. Om de beurt gingen we naar die emmer om de dweil uit te knijpen en weer terug te doen in die emmer. Een rationeel volstrekt onzinnige activiteit. Maar op een wonderlijke manier heeft die situatie zich in mijn herinneringen genesteld als een gedenkwaardige, waardevolle bijeenkomst. Ik leerde dat het uitmaakt hoe je een dweil uitwringt. Zelfs met nog niet al krachtige kleuterhandjes kon je, met de juiste techniek, een dweil helemaal uitwringen.
Een volgend moment was toen ik in de derde klas zat en mijn oma overleed. 's Avonds huilde ik omdat ik het niet meer begreep. Wat had het voor zin om geboren te worden als je daarna weer dood gaat? Wat is dan de zin van het leven? Mijn moeder kwam toen bij me op bed zitten en zei: “Ik denk dat het de liefde is”. Zo mooi!
En weer een aantal jaar later, na de geboorte van onze eerste zoon. Ik weet nog dat we op de bank een film zaten te kijken waarin in de eerste de beste scène een ongeluk gebeurde waarbij een moeder haar kind verloor. Toen hebben we zo zitten huilen. Een scene die we ons tot dan toe misschien wel konden voorstellen, drong nu werkelijk binnen. De enorme verantwoorde-lijkheid die je voelt voor je kinderen en de gedachte dat hen ooit iets zou overkomen.
Mensen zijn emotionele wezens en ik ben een mens.
Maar wij mensen zijn wel in staat om emoties te beheersen. Blijkbaar is het een keuze. We kunnen ons meer of minder laten leiden door onze emoties. En het vreemde is dat we op een of andere manier die vaardigheid - de beheersing van emoties – meer zijn gaan waarderen dat het tonen van emoties.
We zijn de beheersing gaan aanmerken als beter of meer ontwikkeld, terwijl het ons – getuige de drie verhalen waarmee ik begon – uiteindelijk om die emoties te doen is.
Maar in de democratie beschouwen we emoties vaak als negatief. “Doe niet zo emotioneel” is doorgaans geen compliment.
Het beheersen van emoties is daarentegen positief. Iemand die met zijn ratio een op feiten gebaseerde analyse uitvoert, daar een redeneerlijn uit weet op te bouwen en tot een onderbouwde conclusie komt, kan op meer instemming rekenen dan iemand die er een goed of slecht gevoel bij heeft.
Zou ik wegkomen in Provinciale Staten met de onderbouwing “Tja, het voelt gewoon niet goed”?
Maar het zou wel eens kunnen dat die ratio slechts schijn is. Er zijn genoeg aanwijzingen dat wij in principe emotioneel kiezen en de vaardigheid er dus vooral uit bestaat die emotionele keuze in een rationeel kader te presenteren. Veelal is er immers voor elke keuze een beredenering op te zetten en leiden feiten niet als vanzelf naar een eenduidige oplossing. De ratio kan dus elke emotionele keuze bedienen. Het is vooral van belang op welke manier we naar die feiten kijken, hoe we ze waarderen en beoordelen. En daarin spelen onze emoties een belangrijke en mogelijk zelfs een doorslaggevende rol.
Kortom, mensen zijn emotionele wezens.
Als wij meenden een democratie te kunnen voeren die zich niet laat leiden door emoties, dan is dat op zichzelf precies zo'n beredeneerde foute beoordeling van de feiten. Mensen die een aversie hebben tegen, of angst hebben voor emoties, beredeneren waarom emoties in de democratie niet passen. Terwijl ik – die geen enkele probleem heeft met emoties in de democratie – geen beredenering nodig heb. Tenzij ik natuurlijk de rationalisten hiervan zou wensen te overtuigen.
Een ludieke poging:
De democratie barst van de emotie, net als mensen barsten van de emotie. Niet voor niets is emo (emotie) het grootse deel van demos (volk) en is de volksheerschappij (democratie) dus voor het overgrote deel een emotieheerschappij (emocratie).
En laten we wel zijn. Als dat betekent dat we meer vanuit ons hart zouden handelen, vanuit emotionele drijfveren over hetgeen ons werkelijk aan het hart gaat: zou dat dan de democratie schaden?
Ik denk van niet. Sterker nog: ik denk dat het tegenovergestelde onze democratie schaadt. Dat afstandelijkheid, gebrek aan emotie en empathie, te veel abstractie en bureaucratisering de democratie geen goed doet. Wil de democratie leven, dan dient deze de emoties in de samenleving te herkennen en te representeren. En dient het volk diezelfde emoties te herkennen in onze democratie en de keuzes die daar gemaakt worden.
Maar daarbij zijn wel een paar dingen belangrijk.
Emoties zijn geen legitimatie om te schofferen, te beledigen of te bedreigen. Ook moeten we de onderwerpen waarover mensen geëmotioneerd zijn niet verwarren met de personen die daarvoor verantwoordelijk gehouden worden. Een democratie berust op de erkenning (en dus het respecteren) van diversiteit en verscheidenheid. Feitelijk rust het juist op deze verschillen van mening.
Boosheid of kwaadheid in de samenleving kan dus nooit gericht zijn op een persoon of zijn mening, maar kan slecht een legitimatie zijn voor de eigen boosheid en kwaadheid over het onderwerp waarover wordt gesproken.
De emotie moet daarom echt, waarachtig en respectvol zijn.
Echt.
Waarmee ik wil zeggen dat we geen emoties moeten faken. Emoties inzetten om onderwerpen aan te dikken of op te voeren. Er zou niet zoiets mogen bestaan als functioneel boos. Dat betekent immer niet echt boos, maar ‘ik doe even boos om daarmee iets voor elkaar te krijgen’. Dat is een soort verborgen agenda. Niet eerlijk, niet open en niet echt. Emoties dienen oprecht te zijn.
Waarachtig.
Waarmee ik bedoel te zeggen dat het emoties moeten kunnen leiden tot een oplossing. Er moet dus de intentie inzitten om een oplossing te bereiken, ze moeten niet bedoel zijn louter om de emoties verder op te jagen of op te kloppen.
Respectvol.
Misschien wel het belangrijkste. We moeten de kunst verstaan om bevlogen en emotioneel te spreken over wat ons werkelijk raakt, zonder de personen waarmee we we spreken te raken.
Onder deze condities kunnen we emoties gewoon toelaten en onze democratie er zelfs mee verrijken. Daarmee kunnen we politieke correctheid inleveren voor emotionele correctheid. En dan kunnen emoties in de democratie dezelfde rol spelen die ze vervullen in ons dagelijks leven.
Vereniging Oud Monnickendam reikt "De Monnick" uit aan ds. Charles Groot
De door Vereniging Oud Monnickendam ingestelde prijs "De Monnick" is dit jaar uitgereikt aan ds. Charles Groot.
Deze jaarlijkse prijs is ingesteld om personen of organisaties te onderscheiden die zich inzetten voor een mooi Monnickendam. In de toelichting zegt de voorzitter van VOM, dhr. Jan Konijn, dat ds. Groot een zeer belangrijke bijdrage levert aan het toegankelijk maken van de Monnickendamse historie in de brede zin. En dan vooral op het terrein van cultureel en historisch erfgoed.
Charles Groot, woonachtig in Barneveld, is voor velen die de jaarboeken van de Vereniging Oud Monnickendam kennen en lezen een goede bekende. Hij schreef vanaf 1993 al vele artikelen over verschillende onderwerpen, zoals het Weeshuis, de Schutterij, Graven en Begraven en nog veel meer.
Dit jaar kent het jaarboek een groot aantal artikelen over De Tweede Wereldoorlog, waarin een tweedeling gemaakt kan worden tussen de Monnickendamse inwoners die concentratiekampen niet overleefden, en Joodse overlevenden van WOII. Het is een emotioneel onderwerp, en ds. Groot schrijft er met passie over. Na de uitreiking gaf ds. Groot een toelichting op zijn werk.
Ook al woont hij in Barneveld, toch kent hij de lokale geschiedenis op zijn duimpje. Zijn voorouders uit de 17e eeuw zijn wel Monnickendammers en woonden aan het Noordeinde. Ds. Groot loopt vaak door de stad, en nu krijgt hij ook het gezicht van een bekende. Leden van de VOM die bij de jaarvergadering aanwezig waren zullen hem vanaf nu ook echt groeten. U kunt hem ook bereiken voor vragen over familiegeschiedenissen en historische panden via de secretaris van VOM.
Ook omroep PIM feliciteert Charles Groot met zijn onderscheiding.