Hey, jij weer hier? Vraagt hij Ja, het werd weer tijd. Zeg ik Alles goed? Vraagt hij Zo wel, zeg ik en loop door Zelfs met mijn ogen dicht kan ik dit pad bewandelen. De geur van verrotte kadavers en etensresten komt me tegemoet. Gek genoeg begin ik van deze geur te houden. Ik kom aan bij de kuil en ga staan bij het rode wrak, daar waar ik altijd sta. Ik sluit mijn ogen, haal diep adem en blaas al het kwade uit mijn lichaam in de kuil. Ik denk alle misselijke gevoelens van de laatste tijd en blaas nog harder. Ik open rustig mijn ogen en pak de tas met herinneringen en gooi elk object één voor één in de kuil. De één gooi ik zo hard als ik kan en de ander laat ik zachtjes vallen. Nog een keer haal ik diep adem en loop ik langzaam terug. Hoe was het? Vraagt hij Goed, zeg ik met een glimlach op m'n gezicht. Ik kan er weer even tegen aan.













