Pech
Het licht van de lantaarnpalen buiten sijpelt naar binnen Terwijl glinsterende druppeltjes zweet zich een weg banen over mijn lichaam Een lichaam waarin ik mezelf heb gevonden Niet om te verwonden Met een geest om door te gronden Giechel ik het een beetje weg Oh wat een pech je gaat niet weg Wat een gelukkige pech











