uitgelezen: Willem die Madoc maakte van Nico Dros. Een historische roman die je meesleurt naar de late twaalfde en vroege dertiende eeuw, waar religie, macht, geweld en vrijdenken voortdurend met elkaar botsen.
Na een storm in 1196 halen vissers een kleuter uit de branding. Het blijkt de enige overlevende van een schipbreuk. De jongen groeit op in een klooster nabij Brugge, maar kiest uiteindelijk voor de vrijheid en gaat op zoek naar zijn afkomst. Onder de naam Madoc leeft hij als ridder, avonturier, minnaar, schrijver en vrijdenker. Hij trekt door een middeleeuwse wereld vol oorlogen, intriges, geloofsfanatisme en ketterjagers, terwijl hij langzaam uitgroeit tot de man die mogelijk achter Van den Vos Reynaerde schuilgaat.
Dros weet die wereld indrukwekkend tot leven te brengen. Monniken, ridders, herbergen en slagvelden voelen nergens decoratief of stoffig aan. Integendeel: de roman bruist van leven, humor en avontuur. Zijn taalgebruik is daarbij misschien wel het mooiste van alles. Woorden als zwalpen, kneteren, arglistig en balsturig vliegen je om de oren, maar nooit geforceerd. Het geeft het boek juist kleur en ritme.
Tegelijkertijd is het veel meer dan alleen een avonturenroman. Tussen de duels, liefdes en achtervolgingen door stelt Dros vragen over religie, macht, literatuur en vrijheid van denken. Willem/Madoc is geen onfeilbare held, maar iemand met twijfels, angsten en beperkingen. Juist daardoor leef je voortdurend met hem mee.
Slim is ook de raamvertelling waarin een hedendaagse mediëvist een oud handschrift ontdekt en probeert te achterhalen wie Willem werkelijk was. Daardoor speelt Dros een mooi literair spel met geschiedenis en fictie. Het maakt Willem die Madoc maakte tegelijk bloedstollend, intellectueel uitdagend en verrassend toegankelijk. Een roman waarin de Middeleeuwen niet alleen zichtbaar worden, maar bijna tastbaar.