Waarom kost een lesmethode € 30,- per leerling per jaar?
In augustus 2020 start het nieuwe programma economie vwo. Alle uitgeverijen schrijven nieuwe lesmethodes. Docenten krijgen de kans om een nieuwe lesmethode te kiezen. De meeste uitgeverijen hebben de prijzen voor hun nieuwe lesmethodes bekend gemaakt. Waarom kosten de meeste lesmethodes economie gemiddeld zo’n € 30,- per leerling per jaar? En waarom doet Cumulus hier niet aan mee? Je leest de antwoorden in dit blog.
Contracten bij “monopolisten”
Op de Nederlandse leermiddelenmarkt zijn drie soorten partijen actief. Allereerst de scholen die voor hun leerlingen lesmateriaal aanschaffen. Daarnaast de educatieve uitgeverijen: drie, misschien vier grote spelers zijn verantwoordelijk voor de overgrote meerderheid van lesmethodes. Tot slot de distributeurs. Scholen zijn verplicht om de aanschaf van schoolboeken Europees aan te besteden. In de praktijk leidt de aanbesteding tot een contract bij “monopolist” Van Dijk, het kleinere Iddink of OsingadeJong. Een school met een contract bij één van de boekenhuizen moet vaak verplicht alle boeken afnemen bij dit boekenhuis, behalve als zij dit product niet kunnen leveren.
De belastingbetaler draait op voor het gebrek aan concurrentie
Het gebrek aan concurrentie tussen zowel de educatieve uitgeverijen als de distributeurs houdt de leermiddelenmarkt in een wonderlijke wurggreep. Sinds 2008 ontvangen middelbare scholen ongeveer € 300,- per leerling per jaar van de overheid voor de aanschaf van leermiddelen, via de Wet Gratis Schoolboeken. Een leerling heeft gemiddeld tien schoolvakken (onderbouw en bovenbouw). Kunt u raden wat een papieren lesmethode dan kost? Inderdaad, zo’n € 30 per leerling per jaar. En wat kost een volledig digitale lesmethode? Inderdaad, ook € 30 per leerling per jaar. Zoals SEO economisch onderzoek stelt in haar laatste rapport over de Wet Gratis Schoolboeken: “Alle partijen in de keten zien het bedrag dat als vergoeding binnen de lumpsum is gekenmerkt als richtprijs voor een leermiddelenpakket.” Dat komt alle partijen mooi uit, behalve wellicht de belastingbetaler die uiteindelijk opdraait voor de kosten van de schoolboeken.
Een sigaar uit eigen doos
Het gebrek aan concurrentie tussen de grote educatieve uitgeverijen houdt deze relatief hoge prijzen in stand maar de distributeurs Van Dijk, Iddink en OsingadeJong spelen hierin ook een rol. Zij eisen van de educatieve uitgevers hoge kortingspercentages op de inkoop van leermiddelen. Een deel van deze korting wordt teruggegeven aan de middelbare scholen, maar het gebrek aan concurrentie tussen de distributeurs leidt volgens scholen tot steeds lagere kortingen. Omdat educatieve uitgeverijen noodgedwongen de prijzen van lesmethodes verhogen, is de korting die middelbare scholen krijgen bovendien een sigaar uit eigen doos.
Direct leveren aan scholen
In een markt met statische papieren lesboeken die minstens vijf jaar meegaan, is de toegevoegde waarde van distributie door een centraal boekenhuis nog wel in te zien (los van het feit dat de huidige situatie tot te hoge prijzen leidt).
Echter, als veel van het fysieke materiaal digitaal wordt en papieren werkboeken bovendien elk jaar worden geactualiseerd (bijvoorbeeld in het geval van Cumulus) is het onduidelijk wat de waarde van een extra schakel in de distributieketen is. Uitgevers kunnen dan veel beter zelf direct gaan leveren aan de scholen. En dat is precies wat Cumulus doet.
Direct bestellen bij Cumulus
Cumulus lesmethodes zijn op dit moment alleen direct te bestellen bij Cumulus. Onze producten zijn niet beschikbaar bij Van Dijk, Iddink of OsingadeJong. De boekenhuizen willen Cumulus lesmethodes leveren aan scholen maar eisen “minstens 25%” korting op de inkoop van onze lesmethodes. In ruil daarvoor doen zij niets. Bovendien moeten leerlingen en docenten vervolgens via het platform van de boekenhuizen inloggen op cumulus.co. Dat maakt het minder gebruiksvriendelijk. We hebben daarnaast gezien dat er een groot risico ontstaat als toegang tot lesinhoud via één centraal, landelijk punt wordt geregeld.
Het gevolg is wel dat middelbare scholen bij meerdere partijen moeten bestellen: zowel bij het boekenhuis als bij individuele uitgeverijen. Maar daarvoor krijgen ze wel een beter product tegen een lagere prijs. Wie wil dat nou niet?
* * *
Over Cumulus
Cumulus combineert de kracht van digitaal en papier in nieuwe lesmethodes economie en bedrijfseconomie. Oordeel zelf en probeer de gratis demo op cumulus.co. Bestel een proefexemplaar van het werkboek economie 4 vwo op cumulus.co/proefexemplaar.
Het eerste eindexamen bedrijfseconomie komt eraan!
Op dinsdag 19 mei maakt de eerste lichting havo-leerlingen het nieuwe eindexamen bedrijfseconomie. Docenten en leerlingen zijn in de lessen op school bezig met de laatste onderwerpen. Daarna is er (hopelijk) voldoende tijd voor examentraining. Cumulus helpt leerlingen met Supersamengevat en een ‘stappenplan’ per onderwerp op cumulus.co. Daarnaast worden er binnenkort extra opgaven toegevoegd die kunnen worden gebruikt in de examenvoorbereiding. Je leest er meer over in de rest van deze blogpost.
Een ‘zachte landing’
Jan Straver (CvTE) en Jan Stevens (Cito) hebben de laatste jaren vaak gesproken van een ‘zachte landing’ bij de nieuwe eindexamens: “Het CvTE weet dat bij de implementatie van een nieuw vak voorzichtigheid geboden is. Het zal dan ook niet zo zijn dat het nieuwe centraal examen compleet afwijkt van wat het veld gewend is.”
Het, in maart 2018 gepubliceerde, voorbeeldexamen bedrijfseconomie havo licht een tipje van de sluier op. Uit het voorbeeldexamen blijkt dat er veel aandacht zal worden besteed aan de ‘nieuwe’ onderwerpen in het examenprogramma. Denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als marktonderzoek, personeel, huren en samenleven (trouwen, scheiden, erven en schenken). We raden dan ook aan om extra aandacht te besteden aan deze onderwerpen in de examenvoorbereiding: behandel bijvoorbeeld een deel van het voorbeeldexamen in de lessen en geef de leerlingen aan het einde van de reguliere lessen een kopie van het voorbeeldexamen mee naar huis.
Let ook op (kleine) aanpassingen in het examenprogramma!
Uit het voorbeeldexamen blijkt bovendien dat het Cito de nieuwe onderwerpen probeert te combineren met “gouwe ouwe” vragen over de balans, resultatenbegroting, kengetallen en hypotheekuitgaven. Voor docenten die met Cumulus werken is het geen nieuws maar let goed op dat er ook voor de ‘oude’ onderwerpen wijzigingen staan in de nieuwe syllabus. Het begrip 'dividendpercentage' ("percentage van de nominale waarde van het geplaatste aandelenkapitaal") staat bijvoorbeeld niet meer in het examenprogramma. Het CvTE sluit aan bij de praktijk en geeft in opgaven het brutodividend in euro's (per aandeel). Daarnaast behoort ook het begrip stockdividend niet meer tot het havo programma.
Supersamengevat van het hele examenprogramma
Leerlingen kopen voor hun eindexamenvoorbereiding vaak een bundel met examenopgaven of een samenvatting van het examenprogramma. Cumulus heeft haar eigen samenvatting van alle theorie uit het gehele examenprogramma: Supersamengevat voor bedrijfseconomie havo bestaat uit 88 pagina’s met samenvattingen per onderwerp, inclusief rekenvoorbeelden en stappenplannen.
Extra houvast en structuur voor de leerling
Ter voorbereiding op het eindexamen biedt Cumulus de leerlingen - naast het papieren werkboek - extra structuur en houvast met voor elk onderwerp een ‘stappenplan’. Dit stappenplan bestaat uit de volgende onderdelen:
Leerdoelen: wat moet een leerling kennen en kunnen?
Samenvatting: een uitgebreide samenvatting van de theorie inclusief rekenvoorbeelden en stappenplannen
Begrippen: definities van de belangrijkste begrippen uit het onderwerp
Uitlegvideo’s: extra uitleg met behulp van video’s
Opgaven: kleine, grote en examenopgaven voor in de les en thuis
Nieuw: extra opgaven in Cumulus
In januari worden in Cumulus voor elk onderwerp tenminste twee extra (examen-)opgaven toegevoegd. De extra opgaven worden niet opgenomen in het werkboek en zijn dus alleen digitaal beschikbaar. Docenten en leerlingen kunnen de extra opgaven naar eigen inzicht inzetten tijdens de examenvoorbereiding.
De komende weken worden de extra opgaven stapsgewijs toegevoegd in Cumulus (voor zowel bedrijfseconomie als economie). Heb je zelf een mooie opgave gemaakt die je wilt delen met andere docenten? Geef het door aan de redactie!
Veel succes!
We wensen alle docenten en leerlingen de komende periode veel succes met de laatste loodjes en de voorbereiding van het eerste eindexamen bedrijfseconomie. Oefenen, oefenen, oefenen!
* * *
Over Cumulus
Cumulus combineert de kracht van digitaal en papier in nieuwe lesmethodes economie en bedrijfseconomie.
Bestel een proefexemplaar van het werkboek economie 4 vwo!
Begin januari verschijnt het nieuwe Cumulus werkboek economie voor 4 vwo met alle opgaven en samenvattingen van de eerste drie thema’s: Geldzaken, Welvaart en Speltheorie.
De basis voor elk onderwerp in het nieuwe examenprogramma economie wordt in de lessen op school gelegd. Cumulus start daarom met het maken van digitale lessen (in powerpoint formaat) die de docent meteen kan presenteren maar ook eenvoudig kan downloaden en aanpassen.
In de les werken de leerlingen meestal aan opgaven uit het papieren werkboek. Alle opgaven bij de lessen zijn opgenomen in het werkboek. In het werkboek staat ook een samenvatting van alle theorie, inclusief rekenvoorbeelden en stappenplannen.
Naast het papieren werkboek biedt Cumulus de leerling op cumulus.co extra structuur en houvast met voor elk onderwerp een ‘stappenplan’. Dit stappenplan bestaat uit de volgende onderdelen:
Leerdoelen: wat moet een leerling kennen en kunnen?
Samenvatting: een uitgebreide samenvatting van de theorie inclusief rekenvoorbeelden en stappenplannen.
Begrippen: definities van de belangrijkste begrippen uit het onderwerp.
Uitlegvideo’s: extra uitleg met behulp van video’s.
Opgaven: kleine, grote en examenopgaven voor in de les en thuis.
Werkboek ontvangen?
Bestel meteen een proefexemplaar van het werkboek 4 vwo op cumulus.co/proefexemplaar en ontvang het werkboek in januari. Je kunt ook het digitale lesmateriaal uitproberen. Oordeel zelf en probeer de gratis demo op cumulus.co.
---
Over Cumulus
In augustus 2020 start het nieuwe programma economie vwo. Het Cumulus team werkt aan een nieuwe versie van Cumulus economie voor vwo. Begin januari 2020 verschijnt de inhoud van de eerste thema’s Geldzaken, Welvaart en Speltheorie op cumulus.co, volledig aangepast voor het nieuwe programma. Kijk voor meer informatie over de lesmethode op https://cumulus.co/lesmethodes/economie/bovenbouw
Dinsdag 1 oktober 2019, 19:30, Muntstraat 7 Utrecht. De auteurs van vijf uitgeverijen (Cumulus, LWEO, Malmberg, Noordhoff en Van Vlimmeren) komen samen in Utrecht voor extra uitleg over het nieuwe examenprogramma economie vwo door prof. dr. Bas Jacobs. Er worden veel vragen gesteld, Jacobs heeft er zin in. Rond 21:30 vertrekken de aanwezigen. Een enkeling geeft de volgende morgen om 8:30 weer les.
Nieuw programma, nieuwe lesmethode!
Het is zover! Na het focusgroepenonderzoek in 2017, de aanbevelingen in het rapport ‘Ambitie en realiteit in het economie examen’ en de installatie van de commissie Jacobs in 2018, is sinds juli 2019 de nieuwe syllabus economie vwo 2023 beschikbaar. Wat betekent dit? In mei 2023 maken de eerste leerlingen het nieuwe eindexamen economie vwo. Deze lichting start komend schooljaar met het nieuwe examenprogramma in 4 vwo. Alle uitgeverijen schrijven nieuwe lesmethodes. Docenten krijgen de kans om een nieuwe lesmethode te kiezen. Het Cumulus team is gestart met de ontwikkeling van de nieuwe lesmethode economie vwo. Op 1 januari 2020 verschijnt de inhoud van de eerste thema’s op cumulus.co.
Wat gaat er precies veranderen?
Hoewel de commissie Jacobs zich “exclusief op de macrodomeinen in de syllabus (domeinen H en I)” zou richten, zijn er ook in de domeinen D, E en F wijzigingen aangebracht. De belangrijkste wijzigingen op een rijtje:
Domein D: de commissie Jacobs stelt een aantal wijzigingen voor om het welvaartsbegrip eenduidig te maken en consequent toe te passen in de hele syllabus. Dit heeft ook gevolgen voor de surplusanalyse in domein D. Jacobs stelt dat de surplusanalyse voornamelijk geschikt is om de doelmatigheid van allocaties te analyseren, maar niet om de brede maatschappelijke welvaart te analyseren. We zullen daarom niet meer spreken van “de omvang van het totale surplus als een indicator van maatschappelijke welvaart”. In plaats daarvan is het totale surplus een “maatstaf voor de economische doelmatigheid van de economische uitkomst.” Je leest er meer over in een achtergrondartikel van Jacobs of in het verantwoordingsdocument bij de nieuwe syllabus.
Domein E: in domein E zijn de eindtermen met betrekking tot rente aangescherpt, is “de elementaire balans en resultatenrekening van bedrijfshuishoudingen” geschrapt en zijn de eisen van het Stabiliteits- en groeipact toegevoegd.
Domein F: in domein F is het herhaalde spel weer toegevoegd en zijn een aantal beperkte wijzigingen gemaakt in de eindtermen.
Naast bovenstaande kleine wijzigingen heeft de commissie Jacobs de inhoud van de domeinen H en I stevig aangepakt.
Domein H: meer structuur en samenhang
De kritiek van de commissie Jacobs op domein H is mild: “Naar het oordeel van de commissie kent de huidige structuur te weinig samenhang.” De nieuwe indeling van domein H is daarom als volgt:
H.1 Macro-economische kringloop
De commissie start domein H met de “macro-economische boekhouding”. Hierbij wordt er meteen flink gesnoeid in de oude syllabus: het onderscheid tussen bruto en netto toegevoegde waarde, de relatie tussen nationaal inkomen en nationaal product (bruto en netto) en het systeem van de nationale rekeningen (inclusief de staat van middelen en bestedingen) staan niet meer in de nieuwe syllabus.
Verder zijn in dit sub-domein de eindtermen met betrekking tot de macro-economische kringloop expliciet gemaakt. Dat betekent meer houvast voor docenten en uitgeverijen.
H.2 Structurele groei
Het nieuwe sub-domein H.2 gaat over structurele groei en vervangt het oude subdomein H.3 over economische groei. De commissie “vindt het belangrijk om de productiefunctie te introduceren als het overkoepelende organiserende principe om na te denken over structurele groei.”
De commissie kiest ervoor “om de standaard-wetenschappelijke notatie te gebruiken voor de productiefunctie f, de totale factorproductiviteit A, de kapitaalgoederenvoorraad (en land) K en de beroepsbevolking L.” De commissie gaat verder en maakt in eindterm H.2.3 expliciet wat de factoren zijn die de totale factorproductiviteit beïnvloeden en merkt op dat “de productiefunctie alleen grafisch-verbaal wordt bevraagd.”
H.3 Inkomen, welvaart en welzijn
Sub-domein H.3 vervangt de oude syllabustekst bij H2.4 over het enge en ruime welvaartsbegrip (waarbij niet precies werd uitgelegd wat men daarmee bedoelde). In de nieuwe syllabus spreken we niet meer van welvaart in enge en ruime zin en wordt welvaart niet langer geassocieerd met bbp. In plaats daarvan wordt een definitie gegeven van de brede welvaart van een huishouden: “De (brede) welvaart van een gezinshuishouden is de waarde van behoeftebevrediging van schaarse goederen zoals consumptie van goederen en diensten, vrije tijd, milieu, leefomgeving, collectieve goederen, infrastructuur, risico (negatief), ongelijkheid (negatief), veiligheid.” Maatschappelijke (brede) welvaart wordt vervolgens gedefinieerd als een optelsom van (brede) welvaart van alle huishoudens.
De commissie kiest er ook voor om welzijn te definiëren in de nieuwe syllabus: “De totale behoeftebevrediging van schaarse en niet-schaarse goederen. Niet schaarse goederen zijn goederen waarvoor geen materieel of immaterieel (nuts)offer hoeft te worden gebracht. Voorbeelden van niet-schaarse goederen kunnen liefde en aspecten van gezondheid zijn (‘sterk gestel’).”
H.4 Ongelijkheid en herverdeling
In sub-domein H.4 is de Lorenzcurve geschrapt uit de syllabus. Omdat de GINI-coëfficiënt is behouden, blijven we de Lorenzcurve gebruiken in de lessen als “didactische opstap”. Op eindexamens zal de Lorenzcurve echter niet meer voorkomen.
Verder heeft de commissie in H.4 het begrip vermogensongelijkheid toegevoegd en een aantal begrippen met betrekking tot belasting expliciet gemaakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan heffingskortingen, aftrekposten en bijtellingen. Ook is er een eindterm opgenomen over “uitkeringen en toeslagen als instrumenten voor herverdeling en verzekering”.
H.5 Arbeidsmarkt en werkloosheid
De commissie heeft er voor gekozen de arbeidsmarkt en werkloosheid een grotere rol te geven in de nieuwe syllabus. Begrippen (zoals arbeidsaanbod en arbeidsvraag) worden in H5.1 expliciet gemaakt. Daarnaast vindt de commissie het belangrijk dat leerlingen “de verschillende soorten werkloosheid (structurele, conjuncturele) kunnen onderscheiden en begrijpen.” Voor sommige lesmethodes (zoals Cumulus) betekent dit geen wezenlijke verandering van de inhoud.
Domein I: stevige kritiek, een nieuw macromodel
Waar de commissie Jacobs in haar verantwoordingsdocument nog redelijk mild is met haar kritiek op de inhoud van het oude domein H, fileert zij drie pagina’s lang de inhoud van domein I en levert daarmee stevige kritiek op vorige syllabuscommissies: “De oude syllabus kent een groot aantal problemen in domein I: de samenhang tussen de verschillende onderdelen ontbreekt, de economische mechanismen zijn vaak niet helder en er staan slordigheden en fouten.”
Met haar opmerkingen (te vaag, slordig, fout) bekritiseert de commissie indirect ook de rest van de syllabus. Het is wachten op de “commissie Jacobs II” die de rest van de syllabus onder handen gaat nemen.
De commissie Jacobs stelt voor om domein I in te delen in vier onderdelen:
Beschrijving conjuncturele verschijnselen
Begrotingsbeleid
Monetair beleid en de centrale bank
Conjunctuuranalyse aan de hand van IS-MB-GA-model voor een gesloten economie
I.1 Beschrijving conjuncturele verschijnselen
Bij de beschrijving van conjuncturele verschijnselen kiest de commissie ervoor om begrippen te introduceren die later in het programma terugkomen. De focus ligt daarom op vijf begrippen: het bbp, het ‘nieuwe’ concept de output gap (Y - Y*), de reële rente, de inflatie en de werkloosheid. De output gap komt later terug in het IS-MB-GA model.
De conjunctuurklok en de verkeersvergelijking van Fisher zijn geschrapt en het concept NAIRU is vervangen door het meer gangbare begrip natuurlijke werkloosheid.
I.2 Begrotingsbeleid
Sub-domein I.2 wijzigt niet (veel) ten opzichte van de oude syllabus (oude sub-domein I.3). De belangrijkste onderwerpen blijven anticyclisch begrotingsbeleid, automatische stabilisatoren en inverdieneffecten.
I.3 Monetair beleid en de centrale bank
Naar onze mening heeft de commissie Jacobs goed werk geleverd door de zeer beperkte eindtermen uit de oude syllabus met betrekking tot monetair beleid flink uit te breiden. De belangrijkste wijzigingen op een rijtje:
Begrippen als geldschepping, geldhoeveelheid en prijsstabiliteit worden expliciet gemaakt.
Geldhoeveelheidsbeleid van de centrale bank wordt geschrapt (de centrale bank voert rentebeleid en er bestaat een negatief verband tussen de rente en de geldhoeveelheid).
Om leerlingen niet in de war te brengen door de suggestie te wekken dat rentes niet negatief kunnen worden, wordt het begrip ‘zero lower bound’ vervangen door ‘effectieve ondergrens’. Het begrip liquiditeitsval verdwijnt ook. Jacobs merkt op: “Voor alle praktische toepassingen is de liquiditeitsval gelijk aan de situatie waarin de rente op de effectieve ondergrens staat. De ondergrens op de rente wordt dan ook als synoniem gebruikt voor de liquiditeitsval.”
De commissie Jacobs pleegt ook broodnodig onderhoud met betrekking tot wisselkoersen en de betalingsbalans. Verschillende wisselkoerssystemen worden nu uitgelegd (vast en zwevend), het verband tussen het rentebeleid van de centrale bank en de wisselkoers wordt duidelijk gemaakt en er wordt een expliciet verband gelegd tussen de wisselkoers en het saldo op de lopende rekening van de betalingsbalans.
De commissie introduceert ook het trilemma van de monetaire politiek in de nieuwe syllabus: “open economieën kunnen maar twee van de volgende drie zaken kiezen: vrij kapitaalverkeer, zelfstandig monetair beleid of een vaste wisselkoers.”
Tot slot voegt de commissie een aantal eindtermen over de EMU toe. De commissie vindt het “problematisch” dat deze ontbreken in de oude syllabus.
I.4 Conjunctuuranalyse aan de hand van IS-MB-GA-model voor een gesloten economie
In december 2016 publiceert Jacobs het artikel “Economie voor goede, slechte en - vooral! - barre tijden”. In het stuk betoogt Jacobs “dat het bestaande vo-economieprogramma mogelijkheden biedt om de macro-economische analyse te verdiepen”. Wat stelt Jacobs in het artikel uit 2016 voor? De toevoeging van het IS-MB-GA model.
Drie jaar later staat het IS-MB-GA model in de nieuwe syllabus. Het is de grootste verandering in het nieuwe examenprogramma. In een volgende blogpost zullen we uitgebreid ingaan op het model. Houd ons blog in de gaten.
Feedback
Cumulus is continu in ontwikkeling. Als docent kun je via het platform feedback geven op al het lesmateriaal. Samen met de redactie worden deze suggesties en verbeteringen verwerkt. Zo werken we samen aan betere lessen. Heb je opmerkingen, suggesties of goede ideeën naar aanleiding van deze blogpost? Reageer onder het blog of stuur een bericht aan de redactie.
* * *
Over Cumulus
Cumulus combineert de kracht van digitaal en papier in nieuwe lesmethodes economie en bedrijfseconomie.
Hoe kunnen we Cumulus nog beter maken voor de leerling?
Cumulus heeft altijd de docent centraal gesteld bij de ontwikkeling van nieuwe lesmethodes economie en bedrijfseconomie. Het is nu tijd voor een belangrijke volgende stap: Cumulus nog beter maken voor de leerling. In deze blogpost lees je wat dit betekent en wat je de komende tijd kunt verwachten.
De docent centraal
In 2015 startte Cumulus met het artikel Wat?! Adaptief en gepersonaliseerd leren? in het Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs (TEO) van de VECON. We verbaasden ons over de ontwikkeling van nieuwe digitale lesmethodes door de grote uitgeverijen: ‘platte’ tekst in een zwaar beschermd, digitaal jasje, waar leerlingen zelfstandig, adaptief en gepersonaliseerd mee zouden kunnen werken achter een tablet of computer. Het ‘nieuwe leren’ 2.0, of misschien wel 3.0.
Na het door de commissie-Dijsselbloem afgeserveerde studiehuis, basisvorming en Tweede Fase werd (en wordt!) de zelfstandig lerende leerling opnieuw leven ingeblazen. Terwijl de meeste kinderen niet echt zelfstandig kunnen leren. Prof. dr. Paul Kirschner legt het nog één keer uit: “De enige mensen die echt in staat zijn om hun eigen leren zelf te sturen zijn experts; mensen met veel kennis. Zij weten wat zij weten, wat zij niet weten, wat zij moeten weten om een probleem op te lossen of taak uit te voeren, en hoe zij daaraan kunnen / moeten komen.”
Leerlingen hebben dus een docent nodig. Een docent die een verhaal in de klas vertelt, die de leerlingen weet te verbazen en te enthousiasmeren en die de leerlingen aan het werk krijgt.
Cumulus vond in 2015 dat het anders moest. Niet de zelfstandig lerende leerling centraal, maar de docent centraal. Of zoals een docent uit Goes het verwoordde: “Een lesmethode aangepast aan de docent. De docent centraal waardoor leerlingen beter kunnen leren.”
Lessen vormen de basis van Cumulus
Cumulus start niet met het schrijven van een boek maar met het maken van digitale lessen. Dat is wat veel docenten zelf ook al doen ("met een boek heb je nog geen lessen”). Waarom zouden we dat niet centraal doen en vervolgens de lessen continu verbeteren met feedback en opmerkingen van docenten? Cumulus lessen zijn verrijkt met praktische opdrachten, kort en langer beeldmateriaal, actualiteit, afwisselende werkvormen en heel veel opgaven. Docenten kunnen de lessen in powerpoint meteen presenteren maar ook eenvoudig downloaden en aanpassen.
Voor (diepe) verwerking van de leerstof is en blijft papier nodig. Dat hoeven we aan docenten niet uit te leggen. Alle opgaven bij de lessen zijn daarom opgenomen in het werkboek. In de les werken de leerlingen meestal aan opgaven uit het papieren werkboek.
Op basis van de lessen schrijven we een samenvatting van alle theorie, inclusief rekenvoorbeelden en stappenplannen. Deze samenvatting nemen we ook op in het werkboek. Hiermee hebben de leerlingen per leerjaar een papieren werkboek met alle theorie en opgaven en tegelijkertijd toegang tot alle digitale inhoud op cumulus.co.
Cumulus voor de leerling
De docent centraal stellen in een lesmethode werkt. Meer dan 80 middelbare scholen werken inmiddels met Cumulus. Nu is het tijd voor een volgende stap. Tijdens de Cumulus docentenmiddag in 2018 hebben docenten nagedacht over de vraag hoe we Cumulus nog beter kunnen maken voor de leerling. Leerlingen gebruiken Cumulus op dit moment op verschillende manieren maar alle leerlingen hebben behoefte aan houvast, structuur en feedback. En dat kan nog een stuk beter in Cumulus.
De komende jaren gaan we Cumulus verder verbeteren voor de leerling. We behouden wat we hebben voor de docent maar verbeteren de inhoud voor de leerling. Dat doen we in twee stappen:
Stap 1: we beginnen met het op een betere manier presenteren van alle bestaande, vertrouwde inhoud. In het nieuwe Cumulus helpen we leerlingen nog beter om stapsgewijs de inhoud te doorlopen, bijvoorbeeld bij de voorbereiding op een toets of schoolexamen.
Stap 2: we ontwikkelen stapsgewijs nieuwe inhoud en nieuwe modules voor de leerling waarbij de nadruk ligt op interactiviteit en feedback.
Ons doel met het nieuwe Cumulus voor de leerling: we willen dat een leerling zelfstandig een onderwerp kan bestuderen. Huh? Het Cumulus team is toch heel kritisch op het concept van de zelfstandig lerende leerling? Jazeker. Wat ons betreft wordt de basis voor elk onderwerp in de lessen op school gelegd. Echter, de leerling zal op een gegeven moment zelf aan de slag moeten. Bijvoorbeeld voor een toets, een schoolexamen of als hij / zij een paar lessen gemist heeft. Cumulus moet de leerling hierbij helpen.
Bestaande inhoud beter presenteren
Voor de start van het nieuwe schooljaar (begin augustus 2019) lanceren we de nieuwe omgeving voor de leerling. In deze eerste versie werken we zoveel mogelijk met de bestaande, vertrouwde inhoud. We presenteren deze slechts op een duidelijkere manier aan de leerlingen.
Om een leerling zelfstandig een onderwerp te laten doorlopen, moeten onderwerpen voor de leerlingen goed afgebakend zijn. Alle Cumulus lesmethodes hebben op dit moment een duidelijke structuur: het programma bestaat uit een aantal samenhangende thema’s, elk thema bestaat uit een aantal onderwerpen en een onderwerp bestaat uit meerdere lessen.
Sommige van deze onderwerpen zijn echter te groot voor de leerling om (zelfstandig) te kunnen behappen. Voor de leerling wordt een aantal onderwerpen daarom verder opgedeeld in (meestal twee) deelonderwerpen. Een voorbeeld voor zowel economie als bedrijfseconomie laat zien wat we bedoelen:
Om de leerling meer houvast en structuur te geven, bieden we voor elk (deel-)onderwerp een ‘stappenplan’ aan met de volgende onderdelen: leerdoelen, samenvatting, begrippen, opgaven en uitlegvideo’s. Op mobiele telefoons en tablets ziet dat er als volgt uit:
Een korte toelichting bij de verschillende onderdelen:
Leerdoelen: we beginnen elk onderwerp met de leerdoelen. Voor, tijdens en na het bestuderen van een onderwerp kan de leerling controleren wat zij / hij moet kennen en kunnen. Bij het opstellen van de leerdoelen sluiten we aan bij de meest recente syllabi en proberen zo concreet mogelijk te zijn.
Samenvatting: we gaan ervan uit dat de basis voor elk onderwerp wordt gelegd in de lessen (met een belangrijke rol voor de docent). De leerling heeft vervolgens nog behoefte aan een samenvatting van de belangrijkste theorie. Als de theorie is teruggebracht tot de essentie kan de leerling zo snel mogelijk aan de slag met het maken van opgaven.
Begrippen: de belangrijkste begrippen van elk onderwerp komen terug in de samenvatting maar sommige leerlingen vinden het fijn om een lijstje met de definities van de verschillende begrippen te bestuderen.
Opgaven: na het (kort) bestuderen van de theorie, moet de leerling zo snel mogelijk aan de slag met het maken van een aantal opgaven. Voor elk onderwerp zijn er drie typen opgaven in volgorde van toenemende moeilijkheid: kleine opgaven, grote opgaven en examenopgaven (havo en /of vwo).
Uitlegvideo’s: heeft de leerling behoefte aan meer uitleg, dan kan hij / zij een uitlegvideo bekijken. We maken hierbij gebruik van bestaande uitlegvideo’s. In de toekomst gaan we deze stapsgewijs aanvullen met en vervangen door Cumulus-uitlegvideo’s.
Nieuwe inhoud ontwikkelen
Na het lanceren van het nieuwe Cumulus voor de leerling gaan we stapsgewijs nieuwe inhoud en nieuwe functionaliteit voor de leerling ontwikkelen. We geven een aantal voorbeelden (die nog verder uitgedacht moeten worden):
Kleine opgaven: wij zijn voorstander van het maken van grote opgaven op papier. Echter voor kleine controlevragen werkt digitaal prima. Het moment “pak nu je boek erbij en maak opgave 3 op bladzijde 54” onderbreekt vaak het ritme van een les. In plaats daarvan wil een docent meteen door met het maken van een aantal vragen, als het even kan in toenemende moeilijkheid. De gegevens en de vraag staan op het scherm, de leerlingen maken de vraag in hun schrift, de docent loopt rond, het antwoord wordt besproken en een volgende vraag volgt. Een cyclus van een paar minuten. Voor elk onderwerp is er in Cumulus op dit moment een set van dergelijke kleine opgaven in powerpoint beschikbaar. Deze kleine opgaven zijn echter ook heel geschikt om door de leerling in de browser te maken. De leerling kan dan - na het bestuderen van de theorie - relatief snel controleren of hij / zij de kennis en vaardigheden van het onderwerp beheerst en vervolgens aan de slag gaan met grotere opgaven uit het werkboek.
Leerdoelen: in de eerste versie van de nieuwe omgeving voor de leerling, nemen we de leerdoelen simpelweg op per onderwerp. In een volgende versie zien we voor ons dat de leerling deze leerdoelen kan afvinken en zo voor zichzelf een overzicht bijhoudt van de voortgang bij het voorbereiden van een toets of schoolexamen.
Favorieten: leerlingen moeten voor zowel economie als bedrijfseconomie gedurende een aantal jaar een flinke hoeveelheid inhoud behappen. Wat was ook alweer belangrijk? Wat vond ik een moeilijk onderwerp? Welke opgave is een perfecte oefening voor het onderwerp? Welke uitlegvideo heeft mij enorm geholpen? Het zou fijn zijn als een leerling deze ‘favorieten’ kan opslaan en eenvoudig terugvinden.
Feedback
Cumulus is continu in ontwikkeling. Als docent kun je via het platform feedback geven op al het lesmateriaal. Samen met de redactie worden deze suggesties en verbeteringen verwerkt. Zo werken we samen aan betere lessen. Op de plannen die we in deze blogpost hebben gepresenteerd, ontvangen we ook graag feedback. Heb je opmerkingen, suggesties, goede ideeën? Reageer onder het blog of stuur een bericht aan de redactie.
Over Cumulus
Cumulus combineert de kracht van digitaal en papier in nieuwe lesmethodes economie en bedrijfseconomie.
Cumulus combineert het beste van digitaal en papier, in de vorm van onbeperkte toegang tot digitaal lesmateriaal en voor elk leerjaar een papieren werkboek. Scholen kunnen het werkboek - inclusief een supersamenvatting van de theorie - zelf downloaden en afdrukken of eenvoudig bestellen bij Cumulus.
Om de prijs van het werkboek laag te houden en het milieu te sparen, worden de werkboeken één keer per jaar in bulk gedrukt en voor de zomervakantie afgeleverd op scholen. Om dit mogelijk te maken, moet er wel op tijd besteld worden.
Voor 1 mei bestellen
Om te profiteren van de lage prijs van het werkboek (€ 7,-), plaats je voor 1 mei een bestelling met behulp van ons bestelformulier. Je bestelt de werkboeken op basis van de leerlingenprognose voor komend schooljaar, eventueel inclusief een paar extra exemplaren. Voor de start van de zomervakantie worden de werkboeken vervolgens op school afgeleverd.
Nabestellingen
Natuurlijk kun je na 1 mei ook nog werkboeken bestellen. Omdat nabestellingen in kleinere oplages gedrukt worden, betaal je € 12,- per werkboek. Nabestellingen worden binnen drie werkdagen op school afgeleverd.
Toegang tot digitaal
Het bestellen van digitale licenties voor de Cumulus lesmethodes en toetsmakers kan het hele jaar. Plaats ook hier voor 1 mei een bestelling en profiteer van een korting op de toetsmakers.
Factuur aan het begin van het schooljaar
In de eerste twee weken van het schooljaar vragen we je om het definitieve leerlingenaantal door te geven voor de digitale toegang. Vervolgens sturen we een complete factuur voor het werkelijk aantal leerlingen en de bestelde werkboeken. Bestel je later in het schooljaar nog werkboeken of digitale accounts? Dan ontvang je hiervoor een aparte factuur in december.
VEELGESTELDE VRAGEN
Op 1 mei weet ik nog niet het definitieve leerlingaantal. Wat moet ik doen?
Een lage prijs voor schoolboeken en op het laatste moment bestellen, gaan helaas niet samen. We vragen je dus om voor 1 mei een bestelling te plaatsen. Op dat moment hebben de meeste scholen een redelijk goede inschatting van de leerlingenaantallen voor het komende schooljaar. Gezien de lage prijs van het werkboek, kun je altijd een paar extra exemplaren bestellen. Heb je toch te weinig besteld? Geen nood, nabestellingen worden binnen drie werkdagen geleverd.
Wanneer worden de werkboeken geleverd?
Als je voor 1 mei bestelt, worden de werkboeken voor de zomervakantie geleverd. Als je na 1 mei bestelt, worden de werkboeken binnen drie werkdagen geleverd. Je betaalt dan wel € 12,- per werkboek, in plaats onze normale prijs van € 7,-.
Kan ik het hele jaar door bestellen?
Ja dat kan. Echter, om te profiteren van de lage prijs van het werkboek, moet je voor 1 mei bestellen.
Kan ik de Cumulus werkboeken ook bij Van Dijk of Iddink bestellen?
Nee, dat kan op dit moment niet. Wij zijn in gesprek met de boekenhuizen maar hebben nog geen overeenkomst gesloten over de levering van onze lesmethodes. Voor komend schooljaar kan er alleen direct bij Cumulus worden besteld.
OVER CUMULUS
Cumulus combineert de kracht van digitaal en papier in nieuwe lesmethodes economie en bedrijfseconomie.
Keert de Phillipscurve terug in het examenprogramma economie?
In mei 2018 zijn twee commissies gestart om de syllabi economie voor havo en vwo te verbeteren. De commissies hebben “de ambitie om eind 2018 met voorstellen voor nieuwe syllabusteksten te komen.” Dat is in ieder geval niet gelukt maar binnenkort horen we vast meer van het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Wat kunnen we verwachten? Eerder schreven we een uitgebreid stuk over de nieuwe havo-syllabus. In deze blogpost gaan we in op de nieuwe vwo-syllabus.
‘Ambitie en realiteit in het economie examen’
In 2005 publiceert de Commissie Teulings een nieuw examenprogramma economie voor havo en vwo. Na een aantal jaar proefdraaien met zogenaamde pilotscholen, vindt in 2012 het eerste nieuwe eindexamen economie voor de havo plaats. Sinds die tijd zijn er geen grote veranderingen in de syllabi doorgevoerd.
De onrust onder docenten economie na de wijzigingen in het vwo-programma (Philipscurve) is de aanleiding voor het CvTE om in het najaar van 2017 een focusgroepenonderzoek te starten: “Het CvTE wil graag wensen en ideeën van docenten horen voor eventuele verbeteringen van de syllabi.” In vijf focusgroepen van gemiddeld zeven docenten economie wordt er op een aantal locaties in het land lustig op los ge-post-it.
De leiders van de focusgroepen - Yolanda Grift en Marc Schramm (beiden Universiteit Utrecht) - zitten niet stil want in januari 2018 verschijnt het rapport ‘Ambitie en realiteit in het economie examen’ met de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek. De samenvatting: “het havo-programma wordt als overladen ervaren en over het vwo-programma is onvrede over de modelmatige onderbouwing van domein I over macro-economie.”
Een paar maanden later starten twee commissies met het verbeteren van de syllabi economie voor havo en vwo. De ambitie is om binnen zes maanden met voorstellen te komen.
De opdracht voor de vwo-commissie
Het CvTE schrijft op examenblad.nl het volgende over de opdracht van de vwo-commissie:
“De vwo-commissie, onder voorzitterschap van prof. dr. Bas Jacobs, richt zich exclusief op de macrodomeinen in de syllabus (domeinen H en I). De opdracht van de syllabuscommissie is om de invulling van beide macrodomeinen opnieuw tegen het licht te houden met het doel meer samenhang in de eindtermen aan te brengen en macromodellen een betere inbedding te geven dan in de huidige syllabus het geval is. Welk model of modellen dit zullen zijn is aan de commissie. Het resultaat moet leiden tot een stevig macro-economisch deel in het vwo programma. Het al in een eerder stadium schrappen van de Phillipscurve en NAIRU in de syllabus vwo voor 2019 is een tijdelijke maatregel.
Het CvTE hecht eraan te vermelden dat het examenprogramma ruimte geeft aan docenten economie om ook in het schoolexamen aandacht te besteden aan macro-economie, op een manier zoals zij dat belangrijk achten voor hun leerlingen.”
Het hete hangijzer in de opdrachtomschrijving van de commissie Jacbos is natuurlijk het (nieuwe) macromodel. Welk model gaat het worden? Wie de recente en minder recente publicaties over dit onderwerp leest, komt tot drie mogelijke kandidaten.
Keynesiaans macromodel
In een recent artikel in Factor D pleit oud-docent Henk Vercoulen ervoor “de Keynesiaanse macro-modellen weer in ere te herstellen.” Het is nog niet zo lang geleden dat het Keynesiaanse model verdween uit het examenprogramma. In het bezemexamen van 2014 moesten de leerlingen nog aan de slag met de opgave ‘Meer lasten of minder lusten?’.
Vercoulen vindt dat we met een vraaggerichte benadering aansluiten bij de actualiteit (de laatste crisis) en dat “een vraaggerichte benadering voor leerlingen belangrijk is om de werking van de economie te leren inzien.”
Om niet te vervallen in een zoveelste “technologische exercitie waar niet veel economisch begrip uit resulteert” denkt Vercoulen voor het vwo “op de eerste plaats aan Keynesiaanse modellen met een aantal vergelijkingen en dito onbekenden, maar wel met een gegeven eindvergelijking op basis waarvan leerlingen dan redeneringen en berekening moeten uitvoeren.” Hij verwijst hierbij naar het model in de opgave Gelijke monniken, gelijke kappen uit 2012.
Economie voor goede, slechte en barre tijden
We hebben vaker een pleidooi gehoord voor herinvoering van het Keynesiaanse macromodel. Er valt ook zeker wat voor te zeggen. Toch is de kans klein dat de commissie Jacobs met dit model op de proppen komt. Twee andere kandidaten voor een ‘nieuw’ macromodel zijn in 2016 namelijk al aangereikt door commissievoorzitter Jacobs.
In december 2016 publiceerde Jacobs (samen met docent economie Ferry Haan) het artikel “Economie voor goede, slechte en – vooral! – barre tijden”. In hun stuk betogen zij “dat het bestaande vo-economieprogramma mogelijkheden biedt om de macro-economische analyse te verdiepen.” Wat stellen Jacobs en Haan voor? Een uitbreiding van het reeds in het examenprogramma opgenomen AV-AA-model en een toevoeging van het IS-MP-model.
Een uitgebreid AV-AA-model
Jacobs en Haan willen het standaardmodel van geaggregeerde vraag (AV) en geaggregeerde aanbod (AA) uitbreiden. Geen nieuw of ander macromodel dus maar een verdieping van het, reeds in het examenprogramma opgenomen, AV-AA-model.
Jacobs en Haan analyseren in hun artikel eerst de evenwichtsniveaus van inkomen en prijzen in een economie op korte termijn. In hun analyse blijft de Phillipscurve (die op korte termijn gelijk is aan de geaggregeerde aanbodcurve) een onderdeel van het programma. Dat zou betekenen dat het “in een eerder stadium schrappen van de Phillipscurve en NAIRU” inderdaad een “tijdelijke maatregel” is.
Vervolgens analyseren Jacobs en Haan de gevolgen van een vraagrecessie, zowel in normale als in barre tijden, wanneer de economie in de liquiditeitsval zit. De analyse in barre tijden is een duidelijke uitbreiding van het huidige programma. Jacobs en Haan schrijven het volgende: “De nul-ondergrens wordt bereikt wanneer de besparingen sterk toenemen of investeringen sterk dalen, bijvoorbeeld vanwege vergrijzing of balansherstel na de Grote Recessie. De effectieve vraag neemt dan zo veel af dat de centrale bank de nominale rente niet meer voldoende kan laten dalen om het evenwicht tussen de geaggregeerde vraag en het geaggregeerde aanbod in de economie te herstellen. Zodra de nul-ondergrens op de rente wordt bereikt, gebeurt er iets bijzonders. De AV-curve daalt niet meer, maar stijgt in het algemene prijsniveau. De reden dat de AV-curve niet meer daalt maar stijgt, is dat lagere prijzen (deflatie) leiden tot een hogere reële rente zodra de nominale rente op de nul-ondergrens staat. De reële rente is immers gelijk aan de nominale rente minus de verwachte inflatie.”
Een stijgende AV-curve? Een interessante analyse maar reken maar dat een groot deel van onze vwo-leerlingen afhaakt. Simpelweg te verwarrend.
Jacobs en Haan gaan verder en analyseren vervolgens bij een stijgende AV-curve het effect van een negatieve vraagschok en bijbehorend overheidsingrijpen. Ze bespreken hierbij achtereenvolgens de timiditeitsparadox, de spaarparadox en de zwoeg- en flexibiliteitsparadox.
Het IS-MP-model
Een laatste kandidaat voor een macromodel wordt ook in het artikel van Jacobs en Haan beschreven. Naast een uitbreiding van het AV-AA-model stellen zij namelijk voor om het IS-MP-model toe te voegen aan het examenprogramma. Jacobs en Haan schrijven dat het IS-MP-model “is gebaseerd op het standaard IS-LM-model waarbij de LM-curve wordt vervangen door een Taylor-regel voor het beleid van de centrale bank: de MP-curve. De reden is dat in de praktijk de centrale banken niet de geldhoeveelheid vaststellen, maar de nominale rente. Het IS-MP-model stelt leerlingen daarom in staat te begrijpen hoe centrale banken zowel conventionele als onconventionele monetaire politiek voeren.”
Vercoulen is zijn artikel kritisch over herinvoering van (een variant van) het IS-LM-model. “Ik vind dat we ervoor moeten waken weer eens dezelfde fout te maken als met de Phillipscurve door de hobby van bepaalde specialisten in het programma te laten sluipen.”
Waarom een nieuw macromodel?
Dan rest de vraag: waarom moet er eigenlijk een (nieuw) macromodel worden opgenomen in het examenprogramma vwo? Het CvTE stelt dat het voorstel van de commissie Jacobs “moet leiden tot een stevig macro-economisch deel in het vwo programma.” Maar we hebben toch al een stevig macro-economisch deel in het examenprogramma? Inderdaad met twee vreemde eenden in de bijt (de Phillipscurve en het GV-GA-model) die inhoudelijk niet veel toevoegen aan de rest van de inhoud in de domeinen H en I, en die dan ook recentelijk zijn verwijderd uit het programma. Welk probleem probeert de commissie Jacobs dan op te lossen?
Een veelgehoord argument voor een macromodel wordt verwoord door docent economie Maarten Delvaux in een artikel in Factor D: “Door te abstraheren kun je soms beter analyseren. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. We gaan daarbij uit van vooronderstellingen. Het is goed om die vooronderstellingen te bespreken en ter discussie te stellen, maar redeneren binnen vooronderstellingen kan waardevol zijn. Enige vorm van modelmatig denken, zeker op het vwo, is goed.” Delvaux heeft gelijk maar de vraag is of hiervoor een (nieuw) macromodel nodig is. In veel andere onderwerpen in het vak economie (zowel havo als vwo) wordt er modelmatig gewerkt.
Binnenkort weten we meer
Niemand weet waar de syllabuscommissie mee gaat komen. Worden de adviezen van Jacobs gebruikt door de commissie Jacobs? Of komt de commissie met een ander macromodel op de proppen? Het kan in ieder geval geen kwaad om in de tussentijd het artikel van Jacobs en Haan (nog eens) te lezen.
We schreven eerder dat er veel eindtermen gaan verdwijnen uit de havo syllabus. Ook voor het vwo zal er flink wat vertimmerd worden. Bestaande lesmethodes moeten op de schop en scholen krijgen de kans om een nieuwe lesmethode economie te kiezen.
* * *
Over Cumulus
Cumulus combineert de kracht van digitaal en papier in nieuwe lesmethodes economie en bedrijfseconomie.
Vanaf vandaag is voor Cumulus bedrijfseconomie de inhoud uit het vijfde en laatste thema ‘De naamloze vennootschap’ beschikbaar. Met onderwerpen als het eigen vermogen van de nv, de jaarrekening en kengetallen. Hiermee is Cumulus bedrijfseconomie compleet!
Cumulus bedrijfseconomie bestaat uit vijf samenhangende thema’s. De thema’s volgen een persoon die eerst zijn persoonlijke financiën op orde brengt (in het thema Geldzaken), vervolgens een eigen onderneming start (in het thema Ondernemerschap), de financiën van de eenmanszaak op orde brengt, de rechtsvorm wijzigt naar een besloten vennootschap en uiteindelijk na jaren van vallen en opstaan de onderneming naar de beurs brengt.
Voor alle onderwerpen in het programma schrijft Cumulus digitale lessen die de docent kan downloaden, direct gebruiken in de les maar ook aanpassen. Naast de digitale lessen biedt Cumulus voor elk leerjaar een papieren werkboeken met alle opgaven uit de lessen en een samenvatting van de theorie.
Het vijfde thema ‘De naamloze vennootschap’ vertelt het verhaal van de oprichting van de naamloze vennootschap. Na het vastleggen van het maatschappelijk aandelenkapitaal in de statuten, volgt een aandelenemissie op de beurs. Aan het einde van het eerste jaar moet voor de eerste keer het resultaat verdeeld worden (“wie krijgt wat?”). Het bestuursverslag wordt geschreven en de jaarrekening wordt gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Vervolgens wordt, zowel intern als extern, het beleid van de onderneming beoordeeld aan de hand van een aantal kengetallen.
Voor de leerlingen en de docent is deze verhaallijn uitgewerkt in drie onderwerpen:
1. Eigen vermogen: dit onderwerp bestaat uit de onderwerpen aandelenemissie en winstverdeling. Natuurlijk vergelijkbaar met het oude examenprogramma maar ook met een aantal kleine maar goede veranderingen. Zo zit het begrip 'dividendpercentage' ("percentage van de nominale waarde van het geplaatst aandelenkapitaal") niet meer in het examenprogramma. We sluiten aan bij de praktijk en geven in opgaven het brutodividend in euro's (per aandeel). Daarnaast behoort het begrip stockdividend alleen tot het vwo programma.
2. De jaarrekening: dit onderwerp draait vooral om het herhalen en opfrissen van eerdere theorie (uit het thema 'De eenmanszaak’) over de balans, resultaat en liquiditeit. In de context van de nv komen er een aantal nieuwe begrippen voorbij maar verder is het veelal bekende theorie.
3. Kengetallen: het onderwerp Kengetallen is een bekend onderwerp uit het oude examenprogramma. De grote onderwerpen zijn liquiditeits-, solvabiliteits- en rentabiliteitsratio’s (inclusief hefboomwerking). Voor het vwo is het DuPont schema een nieuw begrip.
Bekijk nu alle inhoud op cumulus.co en stuur vooral opmerkingen en suggesties! Je kunt natuurlijk ook vast een deel van de lessen testen bij het vak M&O.
Met de inhoud uit het vijfde en laatste thema is Cumulus bedrijfseconomie compleet! De komende weken voegen we voor het vwo een enkele les toe aan het zesde klas programma (bijvoorbeeld over off-balance sheet risico’s) en controleren we alle eindtermen uit de syllabus nogmaals. Daarnaast werken we natuurlijk continu aan de verbetering van onze lesmethodes. Met bijdragen van docenten is Cumulus continu in ontwikkeling.
* * *
OVER CUMULUS
Cumulus combineert de kracht van digitaal en papier in nieuwe lesmethodes economie en bedrijfseconomie. Lees meer over de slimme combinatie van digitaal en papier op cumulus.co.