Lili Dujourie. Tijdloze plooien.
Nadenkend over het werk van Lili Dujourie (1941), die eindelijk de waardering krijgt die ze verdient in dit land met twee tentoonstellingen, in het SMAK en MuZEE, én een presentatie in het MSK, kom ik tot een paradoxale vaststelling.
Haar oeuvre, waaraan ze bouwde sinds 1967, schijnt uit een aantal tegenstellingen te bestaan: hard/ zacht, beweeglijk/ stilstaand, kleurrijk/ zwart wit, sculpturaal/ plat ... maar net door die breuklijnen komt het tot een verpletterend en harmonisch evenwicht. Ik was een twintiger toen ik voor het eerst een video van haar zag. En ik was verkocht, op dezelfde manier als toen ik voor het eerst Marguerite Duras las, of La Traviata van Verdi (een opera die haar trouwens zou inspireren tot een van haar werken uit fluweel, net als Tosca van Puccini) zag. Dat dit bestond: dat verzoende me het leven. In dat werk, een video (één van de ‘Hommage à’) filmde ze zichzelf, naakt tussen de lakens, terwijl ze alle poses van de in de kunstgeschiedenis uitgebeelde vrouwen aannam. Pas later leerde ik haar baanbrekende werk ‘Amerikaans Imperialisme’ (1971) kennen, waarmee ze een krachtig statement maakte over het toen vigerende minimalisme. Dat minimalisme was, achteraf bekeken, ook een quasi exclusief mannelijke aangelegenheid, zoals de rest van de kunstwereld in die tijden. Het is trouwens één van de oorzaken dat haar werk te weinig bekend is. Mannen houden van vrouwen, maar niet als ze te krachtig zijn en tegenspreken.
Dujourie bleef al die tijd hardnekkig aan haar oeuvre bouwen, consistent in zijn veelzijdigheid. Later maakte ik kennis met haar sculpturen van fluweel. Met vaak: rood, blauw en groen: de kleuren die de Vlaamse primitieven zo vaak bezigden, met alle symboliek van dien. Er is geen medium dat Dujourie onaangeraakt (video, fotografie, dia, papier, marmer, graniet, spiegel, gips, klei, fluweel, staal, papier-maché) liet. Ze is radicaal, zonder te kiezen. Ze schreef zich in geen enkele stroming in. Maar de hele kunstgeschiedenis zindert mee in haar werk. Of zoals ze zelf zegt: haar werk is de lichamelijke verwerking van alles wat ze in haar leven zag. Zonder hiërarchie.
Haar hele oeuvre wordt gekenmerkt door perfectie en sensualiteit. Zelfs als ze marmer of graniet gebruikt. Ik was zowel in het SMAK als in MuZEE totaal verrukt van een serie werken met papier, die ze begin jaren 70 maakte. Dujourie roept een hele wereld op door een aantal snippers uit tijdschriften aan een voor de rest lege muur te hangen. In Oostende is een reeks werken te zien die alleen uit bont gekleurde papiersnippers bestaat. Ik moest aan Matisse denken, voor wiens Cut Outs ik vorige zomer in Tate Modern stond. Zo mooi en zo heerlijk intuïtief. Of is het schijn?
Dujourie is een kunstenaar die alle tragedies van dit leven in een vorm heeft gegoten. Terwijl ze in veel van haar werken aan de kunstgeschiedenis refereert, en nooit over de emotionele content van haar kunst praat, word ik altijd totaal gegrepen en ben ik geroerd. Ik was, na twee zalen in het SMAK, al totaal verrukt. Ook omdat ik werken zag die zelden werden getoond. Als ik de schrijvers over haar werk lees, moet ik vooral buiten het werk kijken, en wijst de kunstenaar ons op de afwezigheid van de dingen. Maar dat is het nu net, dat haar kunst mij ergens ver van dat werk vandaan brengt. Met mijn neus op de feiten. Alleen de beste kunstenaars kunnen dat. Ik hoop dat SMAK & MuZEE haar oeuvre eindelijk de internationale renommée kunnen bezorgen die Lili Dujourie verdient. Belgisch paviljoen op de Biënnale van Venetië in 2017?
Te zien in SMAK, MuZEE en MSK tot 4 oktober.