Gebrandmerkt
Bijna iedereen was dronken. Er liepen kakkerlakken over de muren van het café en bij de openstaande deur wachtte een vlucht duiven tot de gasten hun laatste borrelnootjes op de stoep zouden gooien. Het was een zwoele avond, het rook naar lavendel en niet ver van het café mekkerde een steenbok. Er werd hier heuglijk gevierd dat de jonge Francisco een week geleden werd geboren, precies op de datum dat zijn grootvader een jaar eerder met een jachtgeweer zichzelf als prooi nam. Francisco’s vader hield een speech waarin hij de geboorte van een nieuwe telg in de familie afzette tegen de dood van de oudste, over de betere tijden die nu zouden aanbreken, over het geluk van een kind, zijn liefde voor zijn vrouw en meer van dat al. Toen hij geen mooie zinnen meer wist te formuleren hief hij zijn glas en proostte de menigte. Daarop werd enthousiast met geschreeuw en geklink van glazen gereageerd. De jonge moeder, Laura, hief zwakjes haar glas en nam weer plaats achter het ronde tafeltje in de hoek van het café. Ze was goed aan het bijkomen van de bevalling en roddelde alweer met haar vriendinnen over de schandalen die zich in het stadje hadden afgespeeld tijdens haar afwezigheid. Ze had een okergele zomerjurk aan. Onder de rand van haar linkermouw was haar huid blauw. De slapende Francisco werd van tijd tot tijd over de kaarsen op tafel getild en aan een andere vriendin gegeven. Er werden complimenten gemaakt over zijn gezonde huid en Laura nam ze trots in ontvangst. Het kind had witte sokjes en een blauw t-shirt en een rode flanellen broek aan en op zijn hoofd droeg hij een Sony-koptelefoon die als bescherming diende tegen het harde geschreeuw van de mannen in de kroeg. Wanneer de baby te hardhandig werd overhandigd werd hij even wakker en keek dan met schrik naar de vrouw die hem in haar handen had. Laura suste hem dan weer in slaap. Hij werd dan in zijn Maxi-Cosi gelegd, om er na een paar minuten weer uitgehaald te worden. Francisco’s vader liet na de speech zijn glas bij de bar opnieuw inschenken en nam meteen een grote teug. Zijn gelaat stond rood van de drank. Hij was lang en dun en zijn pafferige gezicht contrasteerde met zijn bouw. Zijn haar was vettig en plakte door alle inspanningen van die avond aan zijn voorhoofd. Laura maakte oogcontact met haar man en gaf hem een afkeurende blik. Hij glimlachte ondeugend en wendde zich van haar af. Zijn neef Víctor, die wel wat van hem weg had, maar met een grotere bierbuik, waggelde op hem af. ‘Luchín! Ik had je nog niet gefeliciteerd,’ riep hij met dubbele tong en sloeg zijn arm om de vader heen. ‘Wat ziet je kind er goed uit… veel beter dan jij!’ Zijn lach klonk als het gekras van kraaien. ‘Daar moet je Laura voor bedanken,’ zei Luchín lacherig. ‘Kom je helemaal uit Málaga?’ ‘Ja, ik slaap bij Manuel. Ik ben met de auto gekomen.’ ‘Je hebt niks laten weten.’ Luchíns ogen werden vochtig. ‘Laten we gaan roken’. ‘Ja.’ De twee strompelden met hun biertje in de hand van het zandpaadje richting de brug, om de hoek van het café. Ze bleven op de brug bij een bankje staan. ‘Telkens als ik hier terugkom verbaas ik me weer,’ zei Víctor en haalde een kromme sigaret uit zijn broekzak. ‘Over het uitzicht?’ Luchín haalde een blauw sigarettenpakje uit zijn borstzak en trok er een sigaret uit. ‘Is dat Camel Blauw?’ ‘Ja.’ Luchín stak zijn sigaret op. ‘Dat is het enige wat ik nog rook sinds Laura’s zwangerschap.’ ‘Heeft het vaderschap je feminien gemaakt Luchín?’ Víctors kraaienlach werd weggemoffeld door de sigaret tussen zijn lippen. ‘Ach, hou je mond.’ ‘Heb ik een gevoelige snaar geraakt?’ ‘Hou op, Víctor.’ ‘Laat die tieten eens zien!’ De vuist van Luchín schampte door zijn door alcohol aangetaste motoriek nog net het oor van Víctor, die, verlamd door angst, geen idee had hoe hierop te reageren. Luchín herstelde zich en verontschuldigde zijn extreme reactie meteen. ‘Joh,’ zei Víctor, ‘het maakt niet zoveel uit: ik ben ook wel eens agressief geworden door de drank. Daarbij is er niemand gewond geraakt.’ Het was even stil. De twee rookten en luisterden aandachtig naar het getjirp van krekels en de rivier die zo’n honderd meter onder hun voeten stroomde. ‘Ik ben overgegaan op lichtere sigaretten voor Laura, die moest natuurlijk stoppen,’ zei Luchín. ‘Ze heeft er minder last van.’ ‘Ach.’ De twee piekten hun sigaretten gelijktijdig over de balustrade van de brug en liepen weer terug, het zandpaadje af. Ze waren het café nog niet binnen of ze hoorden afschuwelijk gekerm uit de hoek komen waar Laura zich met haar entourage had gevestigd. Luchín snelde erop af. Víctor bleef uit schrik ver van de commotie weg. Er werd door Laura geschreeuwd om verband en ijsklontjes en onder de aanwezigen werd er bediscussieerd wat het beste middel tegen een brandwond was. Luchín vond zijn vrouw knielend op de vloer met het huilende kind in haar armen. Op Francisco’s onderarm depte zij een vochtig doekje toiletpapier. Naast hen lagen een paar omgestoten, nu gedoofde kaarsen en de Sony-koptelefoon. ‘Wat is er gebeurd?’ Luchín bukte en begon het hoofdje van het kind te strelen. ‘Ik wilde Paco aan… Isabel geven en hij… glipte uit mijn handen. Gelukkig is er niks ergs aan de hand hoor… ik greep hem in zijn val nog vast.’ ‘Waarom doe je dat hier? Je zit aan een tafel met kaarsen! Kan je niet nadenken?’ ‘Het spijt me!’ ‘Het spijt me?’ Zijn stem werd zachter en haatdragender. ‘Slap excuus van een vrouw.’ Niemand durfde wat te zeggen. Met schrik in het gezicht keken de bezoekers, waaronder Víctor, naar Luchín, die nu nog roder werd dan hij al was. De barman loste het ongemakkelijke moment onbedoeld op door aan te komen hollen met een verbanddoos in de ene hand en een bak vol ijsklontjes in de andere. De oudste vriendin van Laura, die vroeger verpleegster was geweest, sprak uit dat ze daar wel raad mee wist en ontfermde zich over het kind. Luchín en Laura spraken geen woord meer tegen elkaar en bleven bij Francisco tot hij ophield met wenen. De stemming in de kroeg sloeg weer om naar een gemoedelijke. Alleen Víctor voelde zich niet op zijn gemak en spoorde Manuel, tegen diens zin, aan om naar huis te gaan. Víctor zei geen gedag tegen Luchín. Nadat Francisco weer in slaap was gevallen klauterde Luchín op een kruk en kondigde aan dat het tijd was om naar huis te gaan; de baby had duidelijk rust nodig. Er werd wat gevloekt en Luchín gaf als reactie toe om aan een laatste ronde mee te doen. Hij dronk in de tijd dat de gasten hun drank achterover sloegen en zich uit de voeten begonnen te maken nog twee glaasjes wodka en een tinto de verano, om af te koelen. Hij riep met dubbele tong Laura, die al stilletjes op haar kruk zat te wachten, de Maxi-Cosi en daarin Francisco zachtjes wiegend. Ze zei gedag tegen een paar gasten en Luchín betaalde zijn rekening. Het koppel liep stilletjes naast elkaar over het zandpad, de brug en de stenen keien naar hun appartement. Luchín hield de deur voor haar open. De blauwe plekken van Laura heelden al binnen een paar dagen. De brandwond van Francisco veranderde in een litteken.











